ECLI:NL:CRVB:2011:BQ3295
Centrale Raad van Beroep · 26-04-2011 · zaaknummer 09/590 WWIK + 09/4407 WWIK + 09/5749 WWIK
Inhoudsindicatie
Uitspraak I: Dringende redenen kunnen slechts een rol spelen bij de initiële vaststelling van de omvang van het bedrag van de terugvordering en laat zich niet lenen voor een zelfstandige toepassing op een later moment. Dit betekent dat het College in het beroep van appellante op dringende redenen geen aanleiding hoefde te zien voor inwilliging van haar verzoek om kwijtschelding van het nog openstaande terugvorderingsbedrag. Uitspraak II: Naar het oordeel van de Raad heeft het College op inzichtelijke wijze uiteengezet hoe het aflossingsbedrag tot stand is gekomen. Appellant heeft haar standpunt dat dit aflossingsbedrag niet kan worden aanvaard in algemene bewoordingen bestreden. Zij heeft niet aan de hand van objectieve gegevens over haar financiële positie aangetoond dat het door het College berekende bedrag onjuist is. Uitspraak III: Wat betreft de hoogte van het door het College vastgestelde aflossingsbedrag per april 2009 overweegt de Raad dat appellante haar standpunt dat zij niet in staat is tot maandelijkse betaling van het door het College vastgestelde bedrag, niet heeft voorzien van een objectieve, cijfermatige onderbouwing.
Advocaten
- B. Mous
- D. van der Wal
Partijen
[appellante]
appellante · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
