ECLI:NL:CRVB:2011:BQ1348
Centrale Raad van Beroep · 14-04-2011 · zaaknummer 10-4830 WAO
Inhoudsindicatie
Herziening en terugvordering WAO-uitkering. Boete. Met de rechtbank is de Raad van oordeel dat de door appellante tegenover Van Walstijn afgelegde verklaringen genoegzaam steun bieden voor het oordeel dat appellante reeds vanaf 1 januari 2002 schoonheidsbehandelingen verrichtte en dat het toen, gelet op het aantal behandelingen, al niet meer ging om een hobby. De Raad is voorts met de rechtbank van oordeel dat de door het Uwv gemaakte schatting van de inkomsten uit werkzaamheden van appellante voldoende zorgvuldig is. Dit geldt ook de bij de schatting betrokken onkosten die appellante in het kader van die werkzaamheden heeft gemaakt. Het Uwv heeft zich daarbij gebaseerd op de verkregen inkoopoverzichten van de groothandel. De door appellante in bezwaar ingebrachte berekening gaat uit van meer kostenposten, maar de Raad acht die posten niet voldoende concreet en verifieerbaar.
Rechters
Advocaten
- J. Hut
- R. Haze
Partijen
[appellante]
appellante · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
