ECLI:NL:CRVB:2011:BP8593
Centrale Raad van Beroep · 03-03-2011 · zaaknummer 09-4097 AW
Inhoudsindicatie
Schorsing i.v.m. het voornemen tot strafontslag, volledige inhouding bezoldiging, strafontslag en terugvordering bezoldiging. - Schorsing in verband met het voornemen tot strafontslag. Naar oordeel van de Raad berust de schorsing van betrokkene op grond van het voornemen tot onvoorwaardelijk strafontslag op een toereikende grondslag. De Raad stelt vast dat het gerechtsbestuur voorafgaande aan die schorsing diverse gesprekken had gevoerd met betrokkene en dat het beschikte over het rapport van psycholoog Douma. Op basis van die informatie heeft het gerechtsbestuur overwogen dat onvoldoende blijkt dat betrokkene als gevolg van haar psychische toestand tijdens de diefstal elk besef van wat zij deed ontbrak en vastgesteld dat er voldoende aanleiding was om het plichtsverzuim aan betrokkene toe te rekenen. De voorzieningenrechter heeft het schorsingsbesluit ten onrechte herroepen. - Volledige inhouding van de bezoldiging met ingang van 1 juli 2008. De volledige inhouding van de bezoldiging met ingang van 1 juli 2008 kan geen stand houden. De Raad is van oordeel dat de periode van zes weken, na afloop waarvan de bezoldiging volledig kan worden ingehouden, pas kan aanvangen op het moment dat de grondslag van de schorsing dat toestaat. Anders dan in de door het gerechtsbestuur genoemde uitspraak van de Raad van 13 november 2003, LJN AN8673, werd de schorsing in dit geval vooraf gegaan door een schorsing in het belang van de dienst op grond waarvan geen bezoldiging kan worden ingehouden. De eerste inhouding van bezoldiging kan daarom niet eerder aanvangen dan op 1 juli 2008 en de volledige inhouding kan niet eerder plaatsvinden dan zes weken daarna.- Strafontslag. Het gerechtsbestuur heeft zich op goede gronden op het standpunt gesteld dat de winkeldiefstal aan betrokkene is toe te rekenen. De straf van onvoorwaardelijk ontslag is niet onevenredig aan de aard en de ernst van het plichtsverzuim. Betrokkene is toerekeningsvatbaar geacht. - Terugvordering van de bezoldiging. Het gerechtsbestuur was bevoegd tot terugvordering van de bezoldiging. De betaling van de bezoldiging door het gerechtsbestuur na het ontslag per 1 augustus 2008, vindt zijn grondslag in de getroffen voorlopige voorziening van 2 oktober 2008. Inherent daaraan is dat die voorziening is gebaseerd op een voorlopig oordeel en daarom heeft betrokkene er niet gerechtvaardigd op mogen vertrouwen dat, als het gerechtsbestuur het ontslagbesluit zou handhaven bij de beslissing op bezwaar, de op grond van die voorlopige voorziening na de ontslagdatum betaalde bezoldiging haar rechtens toekwam en zij die bezoldiging niet behoefde terug te betalen. Het gerechtsbestuur heeft hierbij ten onrechte gesteld dat betrokkene wettelijke rente is verschuldigd.
Rechters
Advocaten
- C. van Vugt
- E.C. Smits
- F.I.M. Tevette
- J. van der Veer
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
