ECLI:NL:CRVB:2011:BP6169
Centrale Raad van Beroep · 25-02-2011 · zaaknummer 10-2499 WAO
Inhoudsindicatie
Herziening WAO-uitkering. De Raad heeft in de beschikbare medische gegevens geen aanknopingspunten gevonden voor de juistheid van het door appellante ingenomen standpunt dat zij ten hoogste 7,2 uur per week kan werken. Met betrekking tot de stelling van appellante dat Kemperman haar verdacht van bewust onderpresteren merkt de Raad op dat deze stelling feitelijke grondslag mist. Voorts overweegt de Raad dat in het rapport van Kemperman inderdaad niet wordt verwezen naar het verzekeringsgeneeskundig protocol beroerte. Dat hoeft ook niet, reeds omdat dit protocol zich slechts tot verzekeringsgeneeskundigen van het Uwv richt en niet tot een deskundige als Kemperman. Ten slotte is de Raad van oordeel dat bezwaarverzekeringsarts Egbers in zijn rapport van 12 augustus 2009 genoegzaam heeft gemotiveerd waarom de eerder naar aanleiding van het rapport van Kemperman vastgestelde beperking ten aanzien van een “hectische prikkelrijke omgeving” – meer precies – is vertaald naar een beperking in conflicthantering. In het voorgaande ligt besloten dat de Raad geen medisch deskundige zal benoemen. Met betrekking tot de arbeidskundige grondslag van het bestreden besluit is de Raad evenals de rechtbank van oordeel dat, uitgaande van de juistheid van de FML, de daaraan ten grondslag gelegde functies voor appellante passend zijn te achten.
Rechters
Advocaten
- A. van Deuzen
Partijen
[appellante]
appellante · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
