ECLI:NL:CRVB:2011:BP3000
Centrale Raad van Beroep · 02-02-2011 · zaaknummer 07-6488 WAO
Inhoudsindicatie
Herziening WAO-uitkering. Het had appellante, gezien de hoogte van de door haar vanaf 1999 gerealiseerde inkomsten als zelfstandige, redelijkerwijs duidelijk kunnen zijn dat deze inkomsten van invloed zouden kunnen zijn op haar uitkering. De anticumulatiebepaling mocht worden toegepast over de jaren 1999 tot en met 2004 zonder dat sprake is van schending van het beginsel van rechtszekerheid dan wel een (andere) ongeschreven rechtsregel of een algemeen rechtsbeginsel. Het ligt op de weg van appellante om aannemelijk te maken dat zij al voor haar uitval in de door haar gestelde omvang als zelfstandige werkzaam is geweest en het Uwv dus van onjuiste of onvolledige gegevens is uitgegaan. Naar het oordeel van de Raad is er over genoemde aanloopperiode onvoldoende vast komen te staan om met zekerheid te kunnen zeggen dat appellante al voor haar uitval 20 uur per week als zelfstandige werkzaam was. De door appellante in verband met de maatmanvaststelling aangevoerde beroepsgronden leiden niet tot het oordeel dat het Uwv de in aanmerking te nemen inkomsten als zelfstandige onjuist heeft vastgesteld. Heropening onderzoek ter voorbereiding van een nadere uitspraak omtrent het verzoek van appellante om schadevergoeding met betrekking tot de mogelijke overschrijding van de redelijke termijn, en merkt de Staat der Nederlanden (de minister van Veiligheid en Justitie) aan als partij in die procedure.
Advocaten
- F. van Dam
- P.S. Fluit
Partijen
[appellante]
appellante · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
