ECLI:NL:CRVB:2011:BP1850
Centrale Raad van Beroep · 21-01-2011 · zaaknummer 10-2208 WAO
Inhoudsindicatie
Weigering WAO-uitkering te verhogen. Met de rechtbank is de Raad van oordeel dat voor de beoordeling van een aanspraak op grond van artikel 39a, eerste lid, van WAO, het relevante moment voor de “datum van toekenning” is de feitelijke ingangsdatum van de uitkering (10 januari 2001). De Raad verwijst naar zijn uitspraak van 25 augustus 2010, LJN BN5068. Appellante voldoet derhalve niet aan de in artikel 39a van de WAO gestelde voorwaarden voor toepassing van een wachttijd van vier weken. Dat in casu de toekenning van de WAO-uitkering met terugwerkende kracht is geschied brengt geen wijziging in het uitgangspunt dat voor het bepalen van de vijfjaarstermijn inzake de beoordeling van een aanspraak op grond van artikel 39a, eerste lid, van de WAO moet worden uitgegaan van de feitelijke ingangsdatum van de uitkering.
Rechters
Advocaten
Partijen
[appellante]
appellante · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
