ECLI:NL:CRVB:2010:BO9715
Centrale Raad van Beroep · 30-12-2010 · zaaknummer 09-4515 AOW
Inhoudsindicatie
Nu verweerder het bezwaar tegen het besluit van 28 september 2007 niet-ontvankelijk had moeten verklaren, is het beroep gegrond. Het bestreden besluit dient te worden vernietigd. Daarmee wordt eiser inhoudelijk echter niet in het gelijk gesteld. De rechtbank moet zich onthouden van een inhoudelijk oordeel over het beroepschrift van eiser, nu reeds het bezwaar te laat was ingediend. De rechtbank zal met toepassing van het bepaalde in artikel 8:72, vierde lid, van de Awb zelf in de zaak voorzien door het bezwaar van eiser niet-ontvankelijk te verklaren. Aangezien het beroep gegrond wordt verklaard, dient verweerder op grond van artikel 8:74, eerste lid van de Awb het griffierecht aan eiser te vergoeden. Voor een veroordeling in de proceskosten ziet de rechtbank geen aanleiding.”. . De Raad kan zich (...) vinden in deze overwegingen van de rechtbank en maakt deze tot de zijne.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
