ECLI:NL:CRVB:2010:BO4898
Centrale Raad van Beroep · 16-11-2010 · zaaknummer 08-4621 WWB
Inhoudsindicatie
1) herziening en terugvordering bijstandsuitkering. 2) Afwijzing verzoek voor een langer verblijf in het buitenland dan is toegestaan. In geding is geen sprake geweest van een tijdige en correcte uitnodiging voor de hoorzitting van 22 oktober 2007. Het College heeft hiermee gehandeld in strijd met artikel 7:2 van de Awb. De rechtbank heeft dit niet onderkend, zodat de aangevallen uitspraak voor vernietiging in aanmerking komt voor zover daarbij het beroep tegen besluit I ongegrond is verklaard. Doende wat de rechtbank zou behoren te doen, zal de Raad het beroep tegen besluit I gegrond verklaren en dat besluit wegens strijd met artikel 7:2 van de Awb. Naar het oordeel van de Raad heeft het College de door appellante ontvangen gelden terecht als middelen aangemerkt. De stelling van appellante dat geen sprake is van in aanmerking te nemen middelen omdat zij gelden van [ex-echtgenoot] heeft geleend die dus door haar moeten worden terugbetaald, volgt de Raad reeds daarom niet, omdat van de gestelde lening geen enkel objectiveerbaar en verifieerbaar gegeven voorhanden is. De stortingen van de ex echtgenoot van appellante moeten worden aangemerkt als inkomen in de zin van artikel 32, eerste lid, van de WWB over de maanden waarin de stortingen plaatsvonden. Gelet op artikel 19, tweede lid, van de WWB heeft het College dat inkomen terecht geheel in mindering gebracht op de voor appellante van toepassing zijnde bijstandsnorm. Gelet op het op besluit II betrekking hebbende geschilpunt, te weten de vraag of het College een vergoeding had moeten toekennen voor de in verband met de behandeling van het bezwaar gemaakte kosten, zal de Raad beoordelen of hij met toepassing van artikel 8:72, vierde lid, van de Awb zelf in de zaak kan voorzien. In dat kader ziet de Raad zich ambtshalve geplaatst voor de vraag of de brief van 21 juni 2007, waarin appellante toestemming is geweigerd voor een langer verblijf in het buitenland dan is toegestaan en is vermeld dat zij in 2007 nog maximaal 19 dagen vakantie in het buitenland mag doorbrengen, een besluit is in de zin van artikel 1:3, eerste lid, van de Awb. Onder verwijzing naar zijn uitspraken van 1 en 2 december 2008, LJN BG6745 en LJN BG7249, wordt deze vraag door de Raad ontkennend beantwoord omdat de brief van 21 juni 2007 niet zelfstandig op rechtsgevolg is gericht. Rechtsgevolgen die zich door het verblijf in het buitenland kunnen voordoen, zoals beëindiging of intrekking van bijstand of het opleggen van een verlaging als bedoeld in artikel 18, tweede lid, van de WWB, kunnen immers pas intreden nadat het bestuursorgaan daarover een nadere afweging heeft gemaakt. Dit gebeurt eerst indien duidelijk is dat betrokkene is vertrokken, hoe lang hij feitelijk in het buitenland heeft verbleven en of daarbij de maximaal geldende vakantieduur is overschreden of verplichtingen zijn geschonden.Nu de brief van 21 juni 2007 niet als een besluit in de zin van artikel 1:3, eerste lid, van de Awb aangemerkt kan worden, was hiertegen op grond van artikel 8:1, eerste lid, van de Awb in verbinding met artikel 7:1, eerste lid, van de Awb geen bezwaar mogelijk. Het College had het bezwaarschrift dan ook niet-ontvankelijk dienen te verklaren. De Raad ziet hierin aanleiding om zelf in de zaak te voorzien door het bezwaar van appellante tegen de brief van 21 juni 2007 niet-ontvankelijk te verklaren. Gelet op de omstandigheid dat de brief van 21 juni 2007 niet valt aan te merken als een besluit in de zin van artikel 1:3 eerste lid, van de Awb, is niet voldaan aan de voorwaarden voor toepassing van artikel 7:15, tweede lid, eerste volzin, van de Awb. De Raad is dan ook van oordeel dat het College het verzoek van appellante om vergoeding van de kosten in verband met de behandeling van haar bezwaar tegen de brief van 21 juni 2007 terecht heeft afgewezen.
Advocaten
- F. Bakker
- R. Mulder
Partijen
[appellante]
appellante · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
