ECLI:NL:CRVB:2010:BO3769
Centrale Raad van Beroep · 04-11-2010 · zaaknummer 06/6499 AW + 08/2362 AW
Inhoudsindicatie
1) Toekenning van een bedrag van € 873,56 netto als vergoeding voor onderwijskosten over de schooljaren 2001/2002 en 2002/2003 voor de twee kinderen van appellant op grond van de aanpassing van de uitzendvoorwaarden voor het RST, Tijdelijke Afspraken Uitzendvoorwaarden KLPD RST (hierna: TAU), de Aanvullingen bij de TAU (hierna: TAU-A) en de Overgangsbepalingen invoering TAU (hierna: TAU-i). Terecht is bij de vergoeding van onderwijskosten over de schooljaren 2001/2002 en 2002/2003 de bijlage bij de TAU, gehanteerd en niet de concept-Rbana. 2) Bij besluit van 7 november 2006 heeft de definitieve financiële afwikkeling van de uitzending en repatriëring plaatsgevonden. Daarbij heeft ook definitieve vaststelling plaatsgevonden van de aan appellant toekomende vergoeding voor onderwijskosten over de schooljaren 2004/2005 en 2005/2006. Genoemd besluit is na bezwaar gehandhaafd bij besluit van 29 juni 2007. Anders dan de rechtbank Maastricht heeft aangenomen, behelst besluit 2, voor zover in beroep aangevochten, geen nadere uitvoering van besluit 1. Besluit 1 heeft immers betrekking op de onderwijskosten in de schooljaren 2001/2002 en 2002/2003 en besluit 2 heeft betrekking op de onderwijskosten in de schooljaren 2004/2005 en 2005/2006. De omstandigheden dat aan beide besluiten de toepassing van dezelfde regeling ten grondslag ligt en dat de rechtbank ’s-Gravenhage in aangevallen uitspraak 1 een oordeel over die toepassing heeft gegeven, maken dat niet anders. Geen rechtsregel stond de rechtbank Maastricht in de weg om een eigen oordeel over de bedoelde toepassing te geven. Van een verkapt hoger beroep is naar het oordeel van de Raad in een dergelijke situatie geen sprake. De rechtbank is in aangevallen uitspraak 2, voor zover in hoger beroep aangevochten, dan ook ten onrechte gekomen tot een niet-ontvankelijkverklaring van het beroep van appellant. Aangevallen uitspraak 2 komt in zoverre voor vernietiging in aanmerking. De Raad ziet, nu de zaak naar zijn oordeel geen nadere behandeling door de rechtbank behoeft, geen aanleiding de zaak naar de rechtbank terug te wijzen en zal de zaak zelf afdoen. De Raad overweegt dat voor zover ten aanzien van genoemde schooljaren, gelet op de inwerkingtreding op 1 oktober 2004 van het Besluit van 30 augustus 2004, niet de TAU maar de Rbana moest worden toegepast, het ontbreken daarbij van een bijlage met maximum bedragen zoals de TAU die kende, niet betekent dat geen (absoluut) maximum aan de vergoeding mocht worden gesteld, gelet op de woorden “ten hoogste” in artikel 5.2, derde lid van de Rbana.
Advocaten
- W.J. Dammingh
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
