ECLI:NL:CRVB:2010:BO3574
Centrale Raad van Beroep · 09-11-2010 · zaaknummer 08-5892 WWB
Inhoudsindicatie
Intrekking bijstandsuitkering. Beoordelingsperiode. Geen redelijke grond voor het doen van een huisbezoek. De enkele erkenning van het kind van appellante door [K.] wijst niet op het bestaan van een gezamenlijke huishouding. Op grond van dit feit als zodanig kan niet redelijkerwijs worden getwijfeld aan de juistheid van de door appellante over haar woon- en leefsituatie verstrekte inlichtingen. Noch de omstandigheid dat appellante en [K.] in het verleden met elkaar gehuwd zijn geweest en een gezamenlijke huishouding hebben gevoerd noch de omstandigheid dat appellante overleg heeft gehad met haar advocaat en in haar weigering heeft volhard, doen hier aan af. Het kan appellante niet worden tegengeworpen dat zij haar medewerking aan het huisbezoek heeft geweigerd. Geen sprake van schending van de op appellante rustende inlichtingenverplichting.
Advocaten
Partijen
[appellante]
appellante · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
