ECLI:NL:CRVB:2010:BO2072
Centrale Raad van Beroep · 26-10-2010 · zaaknummer 09-4456 WWB
Inhoudsindicatie
Omdat betrokkene inmiddels over een verblijfsvergunning beschikt wordt haar bijstand toegekend met ingang van de datum van de (tweede) aanvraag (= 29 maart 2007). Bij dat besluit is de aanvraag om bijstand over de periode van 4 augustus 2006 tot en met 28 maart 2007 afgewezen. De Raad maakt onderscheid tussen de periode waarover eerder het recht op bijstand is beoordeeld én de periode waarover nog geen besluitvorming is genomen. De periode van 4 augustus 2006 tot en met 25 oktober 2006: De beschikking van de Staatssecretaris is een nieuw feit in de zin van artikel 4:6 van de Awb, maar betrokkene is er niet in geslaagd aannemelijk te maken dat sprake is van een reële schuld met een daaraan verbonden concrete aflossingsverplichting aan de Stichting die haar heeft opgevangen. De periode van 26 oktober 2006 tot en met 28 maart 2007: Dat aan betrokkene met terugwerkende kracht een verblijfsvergunning is verleend, kan niet worden aangemerkt als een bijzondere omstandigheid.
Advocaten
- I.H.M. Hest
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
