ECLI:NL:CRVB:2010:BO1594
Centrale Raad van Beroep · 20-10-2010 · zaaknummer 10-1028 WW
Inhoudsindicatie
Terugvordering WW-uitkering. Het Uwv heeft vastgesteld dat appellant, in verband met zijn inkomsten als zelfstandige, een te hoog voorschot heeft ontvangen. Op grond van artikel 35aa, eerste lid, van de WW wordt, indien de werknemer toestemming heeft verkregen van het Uwv om werkzaamheden als bedoeld in artikel 77a, eerste lid, van de WW te verrichten, de uitkering verminderd met 70% van de inkomsten uit of in verband met die werkzaamheden. Op grond van het tweede lid kunnen bij of krachtens algemene maatregel van bestuur regels worden gesteld met betrekking tot de inkomsten, bedoeld in het eerste lid, de berekening daarvan en de periode waaraan deze worden toegerekend. Appellant verkeerde in de veronderstelling dat slechts 70% van de werkelijke verdiensten in het eerste half jaar van zijn werkzaamheden als zelfstandige op de WW-uitkering in mindering zouden worden gebracht. Uit de letterlijke bewoordingen van het besluit van 3 oktober 2010 volgt dat echter niet. Evenmin volgt uit de verslagen van de gesprekken met de re-integratiecoach van 12 juli 2006 en 3 oktober 2006 dat deze hem te kennen heeft gegeven dat de verrekening zou plaatsvinden op de wijze zoals appellant veronderstelde. Een dergelijke mededeling is appellant ook niet schriftelijk gedaan. Appellant had daarnaast op de hoogte kunnen zijn van de berekeningswijze nu het Besluit op 28 juni 2006 in het Staatsblad 2006, 305 is gepubliceerd, dus drie maanden voordat hij een aanvang maakte met zijn werkzaamheden. Voor zover al uit artikel 3 van het Besluit niet onmiddellijk duidelijk was dat die berekeningswijze een andere was dan appellant zich voorstelde, volgt ook uit de nota van toelichting bij het Besluit op de bladzijden 4 en 6 ondubbelzinnig dat de berekening van de inkomsten van de startende zelfstandige zich uitstrekt over een periode van 52 weken en dat de inkomsten naar rato over die 52 weken worden verdeeld. Bekendheid van appellant met de berekeningswijze mocht te meer worden verondersteld nu het door appellant opgezette bedrijf een re-integratiebureau betrof en van appellant uit dien hoofde mag worden verlangd dat hij in het bijzonder op de hoogte is van de relevante wet- en regelgeving.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
