ECLI:NL:CRVB:2010:BM3149
Centrale Raad van Beroep · 21-04-2010 · zaaknummer 08-6330 WAO + 09-1385 WAO
Inhoudsindicatie
Naar het oordeel van de Raad was het Uwv niet verplicht om op grond van artikel 34, vijfde lid, eerste volzin, van de WAO te bezien of er ten aanzien van betrokkene per 22 februari 2007 in verband met een wijziging van de mate van diens arbeidsongeschiktheid gronden zijn voor herziening, heropening of intrekking van de arbeidsongeschiktheidsuitkering. De Raad is van oordeel dat de vaststelling dat het Uwv niet verplicht was om de mate van arbeidsongeschiktheid van betrokkene te herbeoordelen, niet betekent dat het Uwv niet (meer) bevoegd zou zijn diens mate van arbeidsongeschiktheid per latere datum, zoals in dit geval per 6 februari 2008, te doen onderzoeken. De Raad heeft herhaaldelijk overwogen dat de bevoegdheid voor het Uwv is om zo vaak hij dat nodig oordeelt degene die een arbeidsongeschiktheidsuitkering ontvangt op te roepen in verband met de aanspraak op die uitkering. De omstandigheid dat in de aan de onderhavige schatting ten grondslag liggende verzekeringsgeneeskundige en arbeidskundige rapportages aangegeven is dat de aanleiding van de desbetreffende onderzoeken de vaststelling is van betrokkenes mate van arbeidsongeschiktheid per 22 februari 2007, maakt dat naar het oordeel van de Raad niet anders. Vernietiging uitspraak. Terugverwijzing besluiten naar de rechtbank.
Advocaten
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
