Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:CRVB:2010:BM1194

Centrale Raad van Beroep · 14-04-2010 · zaaknummer 08-5571 WIA + 08-5572 WIA

Bestuursrecht; Bestuursrecht; SocialezekerheidsrechtGepubliceerd 05-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Loonsanctie. Bij brief van 21 februari 2007 heeft het Uwv het tijdvak, waarin de werkneemster jegens de werkgeefster recht heeft op loon tijdens ziekte verlengd met 26 weken, omdat de aanvraag uiterlijk op 8 augustus 2006 had moeten worden ingediend. De brief van 21 februari 2007 is op rechtsgevolg gericht en dient mitsdien te worden aangemerkt als een besluit in de zin van artikel 1:3, eerste lid, van de Awb. De verlenging van de loondoorbetaling ingevolge artikel 7:629, elfde lid, van het BW kan niet als punitief van aard worden beschouwd. Het beweerdelijk verzonden aanvraagformulier noch de bedoelde gespreksnotitie bevinden zich in het dossier of zijn overgelegd. Ook anderszins is de Raad niet gebleken dat het Uwv voor 7 februari 2007 een aanvraag heeft ontvangen met betrekking tot de arbeidsongeschiktheid die per 10 november 2004 is aangevangen. De Raad concludeert dat het tijdvak van 104 weken terecht is verlengd met 26 weken vanwege de vertraging bij de indiening van de WIA-aanvraag. Kon in redelijkheid niet van de werkgever worden gevergd dat hij financiële middelen ter beschikking stelt voor re-integratietrajecten waarvan op voorhand duidelijk is dat ze niet tot het beoogde resultaat van aanzienlijke mate van benutting van de restcapaciteit zullen leiden? In de uitspraak van 18 november 2009 (LJN BK3708) is onder meer overwogen dat het aan de werkgever is een keuze te maken ten aanzien van concrete re-integratieactiviteiten en daarmee gepaard gaande kosten. In lijn hiermee ligt het naar het oordeel van de Raad op de weg van de werkgeefster om aannemelijk te maken dat met de re-integratie zodanige kosten zijn gemoeid dat deze in geen verhouding staan tot de kosten van loondoorbetaling. Niet van belang is dat het Uwv niet om een onderbouwing van haar stelling terzake heeft gevraagd. De Raad constateert dat de werkgeefster de hoogte van de genoemde kosten niet heeft onderbouwd en dat de omvang van eventuele re-integratiekosten in maart 2006 nog niet bekend waren. Niet kan worden gezegd dat van de werkgeefster in redelijkheid niet meer inspanningen konden worden verlangd dan zij heeft verricht.

Advocaten

In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.