ECLI:NL:CRVB:2010:BL9394
Centrale Raad van Beroep · 26-03-2010 · zaaknummer 08-5320 WAO
Inhoudsindicatie
Intrekking WAO-uitkering. De Raad volgt appellante niet in haar stellingen die erop neer komen dat met het nieuwe Schattingsbesluit 2004 geen sprake zou zijn van een reële schatting. Schattingsbesluit is niet in strijd met artikel 1 van het Eerste Protocol bij het EVRM. De Raad is van oordeel dat de bij het bestreden besluit gehandhaafde schatting een voldoende reëel karakter heeft, zodat geen sprake is van strijd met artikel 18 van de WAO. Gezien de aard van de aan appellante voorgehouden functies van telefonist/receptionist, medewerker bank en medisch secretaresse ziet de Raad geen aanleiding er aan te twijfelen dat in het voorliggende geval aan eerder genoemd uitgangspunt is voldaan. De theoretische bespiegelingen van appellante vormen voor de Raad geen aanleiding om aan te nemen dat het Uwv de eigen uitgangspunten bij de vulling van het CBBS niet hanteert. De Raad is, evenals de rechtbank, van oordeel dat onvoldoende aanknopingspunten bestaan voor het oordeel dat het Uwv de arbeidsbeperkingen van appellante onderschat en kan zich vinden in de onderbouwing van dat oordeel in de aangevallen uitspraak.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[appellante]
appellante · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
