ECLI:NL:CRVB:2010:BL6927
Centrale Raad van Beroep · 04-03-2010 · zaaknummer 08-5208 AW
Inhoudsindicatie
Verlening ontslag met ingang 1 november 2007, met toepassing van artikel 4:7, aanhef en onder k, van de CAO Primair onderwijs 2006/2008, wegens het bestaan van een impasse. Ontslaguitkering. Volgens vaste rechtspraak van de Raad (CRvB 23 mei 2001, LJN AD3438 en TAR 2001, 122) kan de rechter slechts tot het oordeel komen dat een uitkeringsregeling op het niveau van de reguliere uitkeringen in geval van werkloosheid onvoldoende is, indien zou komen vast te staan dat het het bestuursorgaan is geweest dat een overwegend aandeel heeft gehad in het ontstaan én voortbestaan van de impasse die tot het ontslag heeft geleid, of indien gezegd zou moeten worden dat het bestuursorgaan met het oog op de omstandigheden van het geval een uitkering die niet uitgaat boven het niveau van de reguliere uitkeringen bij werkloosheid, niet redelijk heeft kunnen achten. Naar het oordeel van de Raad heeft het bestuur van meet af aan de beschuldigingen niet alleen serieus heeft genomen, maar ook de indruk heeft gegeven de beschuldigingen voor geloofwaardig aan te nemen. Zo heeft de directeur zich niet beperkt tot een aangifte over het gemelde seksuele misbruik, maar heeft hij ook diverse andere tendentieuze opmerkingen gemaakt over het functioneren van appellant. Dat onder de hiervoor geschetste omstandigheden appellant de conclusie heeft getrokken dat hij zich zal moeten terugtrekken uit het onderwijs is te begrijpen. Het ter zitting door het bestuur ingenomen standpunt dat appellant daarmee voor de impasse heeft gezorgd, deelt de Raad niet. Naar het oordeel van de Raad is het niet mogelijk om uit een enkele aangifte of verklaring van een mogelijk slachtoffer van seksueel misbruik conclusies ten aanzien van het waarheidsgehalte van die aangifte of verklaring te trekken. Dat appellant tegenover het schoolbestuur niet verder in detail is getreden over wat zich destijds nu precies heeft afgespeeld is niet onbegrijpelijk, gelet op de wijze waarop het bestuur zich is blijven opstellen. In dit verband is opvallend dat het bestuur pas in het verweerschrift dat zij bij de rechtbank heeft ingediend, het standpunt heeft ingenomen dat de juistheid van de beschuldigingen ook voor het bestuur niet vaststaat. Dat de onderhandelingen niet tot een vertrekregeling hebben geleid, komt naar het oordeel van de Raad meer voor rekening van het bestuur dan voor rekening van appellant. Gelet op de omstandigheden van het geval heeft het bestuur evenwel appellant niet op een andere grond kunnen ontslaan dan op de grond die aan het uiteindelijk gegeven ontslag ten grondslag is gelegd. Aan een dergelijk ontslag dient op grond van de ter zake geldende regelingen een garantie zoals omschreven door de rechtbank te worden gegeven. Dat appellant niet is ingegaan op het aanbod van het bestuur, omdat dat aanbod een dergelijke garantie niet eens inhield, is niet onbegrijpelijk.Gelet op het voorgaande komt de Raad tot de slotsom dat het het bestuur is dat een overwegend aandeel heeft in het ontstaan én voortbestaan van de impasse. Alle omstandigheden in aanmerking genomen heeft het bestuur naar het oordeel van de Raad niet kunnen volstaan met de toegekende (en door de rechtbank juist omschreven) uitkeringsregeling. Het hoger beroep van appellant is in zoverre gegrond en de aangevallen uitspraak moet (deels) worden vernietigd. De Raad zal, doende hetgeen de rechtbank zou behoren te doen, het ontslagbesluit in zoverre vernietigen en zelf voorziend aan appellant, in aanvulling op de reguliere uitkeringsregeling, een bedrag van € 15.000,- toekennen. Daarbij heeft de Raad in aanmerking genomen dat het volgens vaste rechtspraak bij een vaststelling van een vergoeding als hier aan de orde niet om een volledige schadevergoeding gaat, maar om compensatie voor het aandeel van het bestuursorgaan.
Advocaten
- G.P.F. van Duren
- J.T.J. Bouwhuis
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
