Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:CRVB:2010:BL5547

Centrale Raad van Beroep · 16-02-2010 · zaaknummer 08-2897 WWB + 08-2898 WWB

Bestuursrecht; Bestuursrecht; SocialezekerheidsrechtGepubliceerd 05-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Intrekking en terugvordering bijstandsuitkering.Terugvordering toegekende langdurigheidstoeslag 2003, 2004 en 2005 op grond van artikel 6:203 van het Burgerlijk wetboek (BW). De Raad is met de rechtbank van oordeel dat de niet opgegeven bankrekeningen onmiskenbaar van belang zijn voor de beoordeling van het recht op bijstand en dat dit appellanten redelijkerwijs duidelijk kon zijn. Door hiervan geen mededeling te doen hebben appellanten de ingevolge artikel 65, eerste lid, van de Abw en artikel 17, eerste lid, van de WWB op hen rustende inlichtingenverplichting geschonden. De rechtbank heeft voorts terecht geoordeeld dat het College over de periode van 1 oktober 1997 tot en met 21 november 1999 het recht op bijstand van appellanten niet kon vaststellen omdat appellanten onvoldoende inzage hebben gegeven in het saldo en het saldoverloop van alle op hun naam staande bankrekeningen. Verder is de Raad met de rechtbank van oordeel dat appellanten over de periode van 22 november 1999 tot en met 30 april 2005 geen recht op bijstand hadden vanwege vermogensoverschrijding. Aan de voorwaarden voor toepassing van artikel 58, eerste lid, aanhef en onder a, van de WWB is eveneens voldaan, zodat het College bevoegd was over te gaan tot terugvordering van de ten onrechte verleende bijstand. De Raad is verder met het College van oordeel dat niet is gebleken dat de terugvordering op grond van de beleidsregel voor matiging in aanmerking komt, omdat appellanten onvoldoende inlichtingen hebben verstrekt om tot een volledige reconstructie van de vermogenssituatie te kunnen komen. Tot slot ziet de Raad in hetgeen appellanten hebben aangevoerd geen bijzondere omstandigheden op grond waarvan het College, met toepassing van artikel 4:84 (slot) van de Awb, van de beleidsregel had moeten afwijken. De Raad stelt voorop dat de verstrekking van de langdurigheidstoeslag over 2003, zoals het College in hoger beroep ook heeft uiteengezet, niet haar grondslag vindt in de Abw noch in de WWB, maar is gebaseerd op eigen gemeentelijk beleid. De beslissing om die toeslag over 2003 terug te vorderen wegens onverschuldigde betaling heeft het College dan ook terecht niet gebaseerd op de WWB, maar is gebaseerd op het BW. In zoverre is derhalve geen sprake van een besluit, zodat het daartegen gerichte bezwaar door het College niet-ontvankelijk had moeten worden verklaard. De rechtbank heeft dit ten onrechte niet onderkend. Wat betreft de terugvordering van de langdurigheidstoeslag over de jaren 2004 en 2005 heeft de rechtbank terecht vastgesteld dat het College deze op een onjuiste grondslag heeft gebaseerd. De rechtbank heeft echter ten onrechte vastgesteld dat deze onrechtmatigheid met toepassing van artikel 6:22 van de Awb gepasseerd kon worden, reeds omdat, zoals namens het College ter zitting is bevestigd, een op artikel 54 van de WWB gebaseerd besluit tot intrekking van die toeslagen ontbreekt. De Raad zal vervolgens doen wat de rechtbank zou behoren te doen en het besluit van 27 februari 2007, voor zover betrekking hebbend op de handhaving van de terugvordering van de langdurigheidstoeslagen, vernietigen wegens strijd met artikel 7:12, eerste lid, van de Awb. Het College zal met betrekking tot de langdurigheidstoeslagen een nieuwe beslissing op bezwaar moeten nemen. Met het oog daarop overweegt de Raad ten aanzien van de langdurigheidstoeslagen over de jaren 2004 en 2005 nog dat, gelet op hetgeen in 4.1.5 en 4.1.6 is overwogen, niet valt in te zien dat het College niet in redelijkheid gebruik kan maken van de hem toekomende bevoegdheid deze toeslagen op grond van artikel 54, derde lid, aanhef en onder a, van de WWB in te trekken en deze toeslagen met toepassing van artikel 58, eerste lid, aanhef en onder a, van de WWB terug te vorderen.

Partijen

  • [appellant]

    appellant · onbekend

  • [appellante]

    appellante · onbekend

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.