ECLI:NL:CRVB:2010:BL2914
Centrale Raad van Beroep · 22-01-2010 · zaaknummer 09-3857 WIA
Inhoudsindicatie
Weigering WIA-uitkering toe te kennen. Voldoende medische grondslag. De Raad komt wat betreft de medische grondslag van het bestreden besluit niet tot een ander oordeel dan de rechtbank. Onder verwijzing naar het verhandelde ter zitting, overweegt de Raad hierbij in de eerste plaats dat uit de beschikbare medische gegevens naar voren komt dat de hartproblemen van appellant ten tijde van de datum in geding geen rol van betekenis meer speelden. In een schrijven van 3 oktober 2006 vermeldt de behandelend cardioloog S.K. Oei naar aanleiding van poliklinisch onderzoek van appellant op 27 September 2006, dat sprake is van een stabiele cardiale toestand na onderwandinfarct en PTCA, dat het beleid ongewijzigd blijft en hernieuwde controle over een half jaar plaatsvindt. In het licht van deze gegevens kan de enkele omstandigheid dat appellant ten tijde in dit geding van belang, naar hij ter zitting heeft aangegeven, nog medicijnen gebruikte voor zijn hartklachten, niet toereikend worden geacht voor de conclusie dat hij op de datum in geding vanuit cardiaal oogpunt meer beperkt was te achten dan is aangenomen. Ervan uitgaande dat de belastbaarheid van appellant door de verzekeringsartsen van het Uwv niet is overschat, bestaan evenmin aanknopingspunten om de arbeidskundige grondslag van het bestreden besluit niet als juist te aanvaarden. Naar aanleiding van hetgeen dienaangaande van de zijde van appellant naar voren is gebracht, overweegt de Raad dat ook indien de door appellant - om verschillende redenen - als voor hem niet passend aangemerkte functie van brugwachter zou moeten komen te vervallen - hetgeen de Raad nadrukkelijk in het midden laat - de schatting nog steeds een toereikende grondslag heeft. In dat geval kan namelijk de functie van stikster voor de functie van brugwachter in de plaats komen. Er bestaat onvoldoende aanleiding om mee te kunnen gaan met de - onder 3.2 vermelde - opvatting van appellant dat (ook) die functie voor hem te belastend zou zijn. De Raad volstaat in dit verband met de opmerking dat appellant zijn eigen opvatting dienaangaande met name heeft gegrond op het hiervoor reeds als onjuist van de hand gewezen uitgangspunt dat hij als functioneel eenarmig is te beschouwen alsmede op de eveneens als onjuist beoordeelde opvatting dat hij in verband met bijwerkingen van medicatie niet zou mogen werken met een naaimachine.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
