Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:CRVB:2010:BL2810

Centrale Raad van Beroep · 05-02-2010 · zaaknummer 08-5509 WIA

Bestuursrecht; Bestuursrecht; SocialezekerheidsrechtGepubliceerd 05-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Weigering WIA-uitkering toe te kennen. De Raad is - ambtshalve toetsend - van oordeel dat de aangevallen uitspraak niet op een juiste wijze tot stand is gekomen. De Raad is van oordeel dat vorenomschreven behandeling van het beroep in strijd is met artikel 8:57 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De Raad overweegt, onder verwijzing naar zijn vaste rechtspraak ter zake, dat in geval er nieuwe gedingstukken aan het procesdossier worden toegevoegd, het de rechter niet vrij staat om zonder meer op basis van de toestemming die eerder is gegeven aan de hand van de voordien aanwezige processtukken de zaak buiten zitting af te doen. Het achterwege laten van een zitting is eerst mogelijk indien partijen na kennisname van de naderhand geproduceerde gedingstukken te kennen hebben gegeven dat de verleende toestemming van kracht blijft. De aangevallen uitspraak, als zijnde in strijd met artikel 8:57 van de Awb, is dan ook niet rechtsgeldig tot stand gekomen. Derhalve dient de uitspraak te worden vernietigd.Nu de zaak naar het oordeel van de Raad geen nadere behandeling door de rechtbank behoeft, zal de Raad de zaak zonder terugwijzing afdoen. De Raad met de rechtbank onvoldoende grond voor het oordeel dat appellante op 25 mei 2006 dusdanige psychische beperkingen ondervond dat zij niet in staat was arbeid te verrichten. Hierbij heeft de Raad in aanmerking genomen dat appellante destijds niet onder psychische behandeling was en evenmin in verband met klachten van psychische aard medicatie gebruikte. Met betrekking tot de door appellante op 12 oktober 2009 ingebrachte behandelovereenkomst van 3 november 2008 tussen appellante en een psychologe, een advies van 17 december 2008 van de medisch adviseur Blanken en een rapport van 4 maart 2009 van een arbeidsdeskundige, overweegt de Raad dat hij zich kan vinden in de hierop gegeven reactie van de bezwaarverzekeringsgeneeskundige van 21 oktober 2009, inhoudende dat deze stukken niet zien op de datum in geding. Met dit laatste is tevens gegeven dat de Raad aan het gegeven dat appellante met ingang van 1 februari 2008 voor 80 tot 100 % arbeidsongeschikt is beschouwd, niet de betekenis hecht die appellante daaraan gehecht wenst te zien. Voorts acht de Raad geen grond aanwezig voor het inwinnen van een medisch deskundigenadvies. Uitgaande van de juistheid van de FML van 12 juli 2006, is de Raad met de rechtbank van oordeel dat van de zijde van het Uwv genoegzaam is uiteengezet dat de voor appellante geselecteerde functies voor haar passend zijn.

Advocaten

Partijen

  • [appellante]

    appellante · onbekend

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.