ECLI:NL:CRVB:2010:BL0574
Centrale Raad van Beroep · 15-01-2010 · zaaknummer 07-2023 WAO
Inhoudsindicatie
Intrekking WAO-uitkering. Naar het oordeel van de Raad heeft de rechtbank in haar uitspraak van 12 april 2005 de door appellant aangevoerde gronden met betrekking tot de in overweging 5.1.1 genoemde punten van de FML van 21 februari 2003 niet uitdrukkelijk en zonder voorbehoud verworpen. Voorts heeft appellant in de procedure die heeft geleid tot de thans aangevallen uitspraak wederom gronden aangevoerd tegen de medische grondslag van het bestreden besluit. Gelet hierop is de Raad van oordeel dat in hoger beroep de volledige FML ter beoordeling staat. In dit verband verwijst de Raad naar zijn uitspraak van 22 oktober 2008, LN BG1621. Evenals de rechtbank is de Raad van oordeel dat de medische grondslag berust op een zorgvuldig onderzoek. Tevens ziet de Raad geen grond voor het oordeel dat het Uwv de belastbaarheid van appellant heeft overschat. Tevens is de Raad met de rechtbank van oordeel dat het bestreden besluit op een voldoende arbeidskundige grondslag berust. Met het arbeidskundige rapport van 18 februari 2005, in samenhang bezien met het arbeidskundige rapport van 13 augustus 2008, heeft het Uwv genoegzaam toegelicht waarom de aan de schatting ten grondslag gelegde functies in medisch opzicht geschikt te achten zijn voor appellant.
Advocaten
- B. Evegaars
- E. Wolter
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
