ECLI:NL:CRVB:2010:BK9956
Centrale Raad van Beroep · 19-01-2010 · zaaknummer 08-27 WWB
Inhoudsindicatie
Intrekking bijstandsuitkering. Vaststaat dat appellant ten tijde in geding niet geheel was ontheven van de verplichtingen als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de WWB. Appellant is bij besluit van 19 december 2006 immers niet ontheven van de verplichting zich als werkzoekende te registreren en algemeen geaccepteerde arbeid te aanvaarden. Ook zijn de verplichtingen als bedoeld in artikel 9, eerste lid, aanhef en onder b, van de WWB onverkort op hem van toepassing gebleven. Dit betekent dat appellant niet verkeerde in een situatie die vergelijkbaar is met die van de in artikel 13, vierde lid, van de WWB genoemde categorieën van personen. Met de rechtbank is de Raad van oordeel dat het College zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat artikel 13, eerste lid, aanhef en onder d, van de WWB in de weg stond aan de verlening van bijstand voor de duur dat appellant in het kalenderjaar 2006 langer dan vier weken in het buitenland verbleef. Nu tussen partijen niet in geschil is dat in dit geval die vier weken op 1 december 2006 waren verstreken, had appellant ten tijde hier van belang geen recht meer op bijstand.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
