Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:CRVB:2010:BK9623

Centrale Raad van Beroep · 07-01-2010 · zaaknummer 08/6129 WW + 09/1528 WW

Bestuursrecht; SocialezekerheidsrechtGepubliceerd 05-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Toekenning voorschot op een WW- uitkering wegens blijvende betalingsonmacht van hun werkgever. Daarbij is vastgesteld dat de opzegtermijn loopt tot en met 15 oktober 2007, hetgeen impliceert dat het Uwv 4 september 2007 als dag van opzegging van de dienstverbanden van appellanten heeft aangewezen. Bij besluiten van 6 november 2007 heeft het Uwv appellanten een uitkering wegens blijvende betalingsonmacht toegekend. Naar vaste rechtspraak van de Raad is eerst dan sprake van een later dan het daarvoor redelijkerwijs in aanmerking komende moment als bedoeld in artikel 64, tweede lid, van de WW, indien en zodra gesteld moet worden dat de bij de opzegging van een dienstbetrekking betrokken partijen niet adequaat hebben gereageerd op een voorhanden situatie. Daarvan kan onder meer sprake zijn indien, na het ontstaan van een situatie als bedoeld in artikel 61 van de WW, door de werkgever, bewindvoerder of curator onnodig lang wordt getalmd met het effectueren van een ontslag, bijvoorbeeld, bij het aanvragen van de op grond van artikel 6 van het Buitengewoon Besluit Arbeidsverhoudingen 1945 benodigde toestemming voor opzegging of bij het gebruikmaken van de verkregen toestemming. Op basis van de thans beschikbare stukken zijn er naar het oordeel van de Raad onvoldoende aanknopingspunten voor het oordeel dat de arbeidsovereenkomsten van appellanten op een later dan het daarvoor redelijkerwijs in aanmerking komende moment zijn opgezegd. Het Uwv heeft naar het oordeel van de Raad gelet daarop niet naar behoren gemotiveerd waarom de opzegging van de arbeidsovereenkomsten op 30 november 2007 door de curator op grond van een op die dag verkregen machtiging van de rechter-commissaris als onredelijk laat moet worden aangemerkt. Het vorenstaande brengt met zich dat niet is komen vast te staan dat het Uwv bevoegd was een dag vast te stellen waarop de dienstbetrekkingen naar zijn oordeel redelijkerwijs hadden moeten worden opgezegd. De rechtbank heeft een en ander niet onderkend, zodat de aangevallen uitspraken moeten worden vernietigd. Doende wat de rechtbank zou behoren te doen, zal de Raad de beroepen tegen de bestreden besluiten gegrond verklaren en de bestreden besluiten vernietigen wegens strijd met artikel 7:12, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht. Het Uwv zal opnieuw besluiten moeten nemen op de bezwaren van appellanten en daarbij de verzoeken tot vergoeding van de kosten in bezwaar en van de wettelijke rente dienen te betrekken.

Advocaten

In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.

Partijen

  • [appellant]

    appellant · onbekend

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.