ECLI:NL:CRVB:2010:BK8908
Centrale Raad van Beroep · 08-01-2010 · zaaknummer 08-797 WAO
Inhoudsindicatie
Toerekening de aan de werknemer betaalde WAO-uitkeringen en vaststelling terugbetaling. Ten aanzien van appellantes stelling dat de werknemer geen deel heeft uitgemaakt van de overgang van onderneming, overweegt de Raad dat het risico van de betaling van de arbeidsongeschiktheidsuitkering van de werknemer, van wie vaststaat dat hij op de eerste dag van zijn ongeschiktheid in dienstbetrekking stond tot [B.V. 1], vanaf 1 juli 2004 door [B.V. 2] wordt gedragen. Uit hetgeen hiervoor is overwogen, vloeit voort dat het Uwv verplicht was de WAO-uitkering aan betrokkene te betalen en deze te verhalen op appellante. In hetgeen namens betrokkene is aangevoerd ziet de Raad geen bijzondere omstandigheden. De Raad deelt het oordeel van de rechtbank dat op de werkgever die het eigen risicodragerschap aanvraagt een eigen onderzoeksplicht rust, die er mede uit kan bestaan dat informatie moet worden ingewonnen bij het Uwv over lopende arbeidsongeschiktheidsgevallen. De Raad deelt het oordeel van de rechtbank dat het verzoek van appellante tot terugkeer naar het publieke bestel – en het in het kader van een dergelijk verzoek al dan niet toepassen van het terugkeerbeleid – moet worden aangemerkt als een verzoek dat losstaat van het bezwaar en beroep tegen het bestreden besluit en daarmee buiten de omvang van dit geding valt. Dit geldt ook voor het niet horen van appellante over dit verzoek.
Advocaten
Partijen
[appellante]
appellante · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
