ECLI:NL:CRVB:2009:BK6652
Centrale Raad van Beroep · 26-11-2009 · zaaknummer 08-3682 AW
Inhoudsindicatie
Beëindiging overeenkomst. De Raad volgt de rechtbank in haar oordeel dat de minister het rapport niet mede aan het bestreden besluit ten grondslag heeft gelegd. Uit de motivering van dit besluit valt voldoende duidelijk af te leiden dat alleen de diverse verklaringen die in de eerste helft van januari 2007 zijn afgelegd bij het nemen ervan een, wezenlijke, rol hebben gespeeld. Daarom zal ook de Raad aan die hier bedoelde grieven van appellant voorbijgaan. Evenals de rechtbank is de Raad van oordeel dat de minister, primair gelet op de in januari 2007 naar buiten gekomen problemen in de privésituatie van appellant, maar ook rekening houdende met diens mede in verband daarmee niet optimale functioneren, bevoegd was de overeenkomst te beëindigen. De Raad is voorts niet gebleken van feiten of omstandigheden op grond waarvan de minister niet in redelijkheid van zijn bevoegdheid tot beëindiging van de overeenkomst gebruik heeft kunnen maken. Anders dan appellant heeft bepleit, houdt de overeenkomst niet in dat de minister gehouden was appellant een andere functie aan te bieden.
Advocaten
- R.H.A. Nathans
- W.J. Dammingh
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
