ECLI:NL:CRVB:2009:BK4848
Centrale Raad van Beroep · 27-11-2009 · zaaknummer 08-4492 WAO
Inhoudsindicatie
Intrekking WAO-uitkering. Bij de intrekking van de WAO-uitkering van appellante heeft het Uwv toepassing gegeven aan het Schattingsbesluit arbeidsongeschiktheidswetten (in werking getreden op 1 oktober 2004, Stb. 2004, 434). Appellante heeft aangevoerd dat het Schattingsbesluit onverbindend is omdat het in strijd is met artikel 1 Eerste Protocol bij het Europees Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) c.q. het zogenoemde proportionaliteitsbeginsel. De Raad is evenals de rechtbank van oordeel dat deze beroepsgrond niet slaagt en verwijst ter motivering van dit oordeel naar zijn vaste jurisprudentie, bijvoorbeeld de uitspraken van 10 juli 2008 (LJN BD8561) en 13 februari 2009 (LJN BH2837). Hetgeen namens appellante in hoger beroep is aangevoerd kan niet leiden tot het oordeel dat aan het Schattingsbesluit een onevenwichtige afweging ten grondslag ligt tussen de gediende gemeenschapsbelangen en het ingeroepen fundamentele recht, dan wel dat er geen redelijke proportionaliteitsrelatie bestaat tussen de gekozen middelen en het beoogde doel. De Raad is evenals de rechtbank van oordeel dat onvoldoende aanknopingspunten bestaan voor het oordeel dat de arbeidsbeperkingen van appellante door het Uwv zijn onderschat en kan zich vinden in de onderbouwing van dat oordeel door de rechtbank in de overwegingen 2.17 en 2.19 van de aangevallen uitspraak. De in hoger beroep overgelegde informatie leidt de Raad niet tot een ander oordeel, omdat deze in het licht van de reeds aanwezige informatie geen nieuwe gezichtspunten biedt. Evenals de rechtbank is de Raad van oordeel dat door de (bezwaar)arbeidsdeskundige voldoende overtuigend is gemotiveerd dat appellante met haar beperkingen de geduide functies kan uitoefenen. De Raad is van mening dat door het Uwv genoegzaam is toegelicht dat de normaalwaarden op een laag niveau zijn vastgesteld en dat het overigens geen verschil maakt of deze normaalwaarden op onderdelen iets hoger of iets lager zouden moeten worden vastgesteld. De normaalwaarden vormen slechts een referentiekader voor het kunnen vaststellen van de arbeidsmogelijkheden of arbeidsbeperkingen van een verzekerde. Daarbij komt overigens dat de Raad geen reden heeft om de hoogte van de normaalwaarden, in het licht van het uitgangspunt dat deze zijn gerelateerd aan de hand van wat de gezonde beroepsbevolking van 15 tot 65 jaar aan mogelijkheden heeft, onjuist te achten.”
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[appellante]
appellante · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
