ECLI:NL:CRVB:2009:BK2076
Centrale Raad van Beroep · 30-10-2009 · zaaknummer 03-6111 WSF, 04-4055 WSF en 04-4056 WSF
Inhoudsindicatie
De Raad heeft reeds in zijn uitspraak in de zaak Förster overwogen dat IB-Groep geen onjuiste invulling heeft gegeven aan het begrip werknemer als bedoeld in artikel 39 EG. Betrokkene heeft per 10 oktober 2000 noch per latere datum aan het in deze beleidsregel opgenomen 32-uurs-criterium voldaan. Ook in het nationale recht ziet de Raad geen grond voor het oordeel dat de IB-Groep dit criterium niet aan betrokkene zou mogen tegenwerpen. De Raad overweegt eveneens onder verwijzing naar zijn uitspraak in de zaak Förster, dat het in artikel 12 EG neergelegde discriminatieverbod niet in de weg staat aan het stellen als voorwaarde van vijf jaar legaal verblijf zoals verwoord in de Beleidsregel, voor zover het gaat om de toekenning van steun aan studenten ter dekking van de kosten van levensonderhoud. Naar het oordeel van de Raad is niet gebleken van bijzondere omstandigheden op grond waarvan de IB-Groep in het onderhavige geval van de Beleidsregel van 9 mei 2005 zou hebben dienen of behoren af te wijken. De toekenningsbesluiten over de gecontroleerde tijdvakken waren dan ook onjuist. De Raad is niet gebleken van feiten of omstandigheden op grond waarvan zou moeten worden gezegd dat het niet tijdig inleveren van de kaart betrokkene op geen enkele wijze kan worden toegerekend, als bedoeld in artikel 3.27, vierde lid, van de Wsf 2000. De IB-Groep heeft de besluiten waarbij aan betrokkene over de periode oktober 2000 tot en met juli 2002 studiefinanciering is toegekend, herzien op de grond dat betrokkene wist dan wel redelijkerwijs kon weten dat deze besluiten onjuist waren. De Raad overweegt dat de IB-Groep in het door betrokkene aangehaalde foldermateriaal weliswaar summiere, maar – voor zover thans van belang – geen onjuiste informatie heeft verstrekt. De IB-Groep was niet bevoegd om de eerdere toekenning aan betrokkene geheel ongedaan te maken en dat het besluit op bezwaar van 5 december 2002 in zoverre onrechtmatig is. Ingevolge het Gemeenschapsrecht heeft betrokkene onder gelijke voorwaarden als studerenden met de Nederlandse nationaliteit recht op het gedeelte van de volledige studiefinanciering dat is bedoeld ter dekking van de kosten van toegang tot het onderwijs (de zogenoemde Raulin-vergoeding). Vernietigt de aangevallen uitspraak, voor zover daarbij is bepaald dat de IB-Groep met inachtneming van die uitspraak een nieuw besluit op bezwaar moet nemen. Bevestigt de aangevallen uitspraak voor het overige. Bepaalt dat de rechtsgevolgen van het door de rechtbank vernietigde besluit van 5 december 2002 geheel in stand blijven.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
