ECLI:NL:CRVB:2009:BK1252
Centrale Raad van Beroep · 20-10-2009 · zaaknummer 08-624 WWB
Inhoudsindicatie
Herziening en terugvordering bijstand in verband met de inwoning, niet meer ten laste komende, dochter. Omvang geding: De Raad is van oordeel dat de rechtbank, gelet op het verhandelde ter zitting op 29 november 2007, ten onrechte zonder nadere motivering heeft overwogen dat uitsluitend nog in geding is de herziening van bijstand in verband met de inwoning van de dochter van appellante en de daaruit voortvloeiende terugvordering. De Raad is evenwel tevens van oordeel dat het in strijd is met de goede procesorde dat appellante eerst ter zitting van de rechtbank de omvang van het beroep heeft willen uitbreiden. Appellante heeft (...) in strijd met de op haar rustende inlichtingen- verplichting gehandeld door over de periode van 1 oktober 1999 tot en met 26 juli 2000 geen opgave te doen van de inwoning van de dochter. Dit geldt eveneens voor de periode van 22 januari 2003 tot en met 30 september 2005.
Advocaten
- R. Schoonbrood
Partijen
[appellante]
appellante · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
