Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:CRVB:2009:BK0734

Centrale Raad van Beroep · 06-10-2009 · zaaknummer 08/4290 WWB + 08/4292 WWB

Bestuursrecht; SocialezekerheidsrechtGepubliceerd 05-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

De Raad stelt vast dat de rechtbank en het College bij de interpretatie van het begrip zeer dringende redenen als bedoeld in artikel 16, eerste lid, van de WWB zijn voorbijgegaan zodat de conclusie dat geen sprake is van zeer dringende redenen als bedoeld in deze bepaling op een onjuiste rechtsopvatting berust. De Raad volgt het College evenmin in het standpunt dat wegens het verblijf van de ouders van appellant in het buitenland niet kan worden vastgesteld of sprake is van zeer dringende redenen als bedoeld in artikel 16, eerste lid, van de WWB, reeds omdat hij geen aanleiding ziet om aan te nemen dat de ouders van appellant gedurende de hier relevante periode niet in Nederland woonachtig waren. De Raad wijst er in dit verband op dat het rapport van de Sociale Recherche Zeeuws-Vlaanderen van 7 februari 2006 met de bevindingen van een bezoek op die datum aan het door de ouders van appellant opgegeven woonadres geen inzicht geeft in de woonsituatie in de hier te beoordelen periode van 5 oktober 2005 tot en met 23 november 2005. Naar het oordeel van de Raad bieden de beschikbare gegevens voldoende grond voor de conclusie dat de ouders van appellant in de hier relevante periode niet over bestaansmiddelen beschikten om in de kosten van voeding en kleding van appellant en in andere essentiële, voor hem noodzakelijke kosten te voorzien. Dat appellant in deze periode werd opgevangen door familieleden doet aan deze conclusie geen afbreuk. Dit brengt mee dat ten aanzien van appellant sprake was van zeer dringende redenen en dat het College in zijn geval gehouden was met toepassing van artikel 16, eerste lid, van de WWB in afwijking van de artikelen 11 en 13 van de WWB bijstand te verlenen. Nu aan appellant een individueel recht toekomt op algemene bijstand, dient wat betreft de hoogte van de bijstand aansluiting te worden gezocht bij de norm voor een alleenstaande van 18, 19 of 20 jaar als bedoeld in artikel 20, eerste lid, aanhef en onder a, van de WWB. Verder dient het College gelet op het in artikel 18, eerste lid, van de WWB neergelegde afstemmingsvereiste, aan de hand van de individuele omstandigheden van appellant, waaronder zijn woonsituatie, en mede gelet op artikel 27, derde lid, van het IVRK te bezien welk bedrag aan bijstand hier is aangewezen. Vernietiging uitspraak en besluit. Nieuw besluit op bezwaar.

Advocaten

  • H. Klein Hesselink

Partijen

  • [appellant]

    appellant · onbekend

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.