ECLI:NL:CRVB:2009:BK0640
Centrale Raad van Beroep · 08-10-2009 · zaaknummer 08-2423 AW
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 26 februari 2007 heeft het college appellante ingaande 1 maart 2007 op grond van artikel 8:8 van de Collectieve Arbeidsvoorwaardenregeling en Uitwerkingsovereenkomst voor de sector gemeenten ontslag verleend. Bij het bestreden besluit van 9 mei 2007 heeft het college het bezwaar van appellante tegen het ontslagbesluit “niet ontvankelijk c.q. ongegrond” verklaard op de grond dat het bezwaar kennelijk onredelijk werd geacht. De Raad deelt het oordeel van de rechtbank dat geen reden was eraan te twijfelen dat het college bij besluit van 12 september 2006 heeft ingestemd met de afspraken met appellante, zoals appellante bij de onder 1.1 vermelde brief van 14 september 2006 is meegedeeld. Enige aanwijzing dat het in deze brief gestelde onjuist was, ontbreekt. De afspraken zijn door het college ook daadwerkelijk nagekomen. Van instemming van het college diende aldus te worden uitgegaan. De Raad laat nog daar in hoeverre appellante, die zelf geacht moest worden het eens te zijn met de afspraken, zich kan beroepen op gebrek aan instemming van het college. Daarnaast wijst de Raad erop dat het college in de procedure in hoger beroep gemeentelijke stukken heeft overgelegd waaruit onmiskenbaar blijkt dat het college in zijn vergadering van 12 september 2006 akkoord is gegaan met de met de raadsman van appellante gemaakte afspraken die hier aan de orde zijn.
Rechters
Advocaten
Partijen
[appellante]
appellante · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
