ECLI:NL:CRVB:2009:BK0407
Centrale Raad van Beroep · 29-09-2009 · zaaknummer 07-7078 WWB
Inhoudsindicatie
Afwijzing bijzondere bijstand. Vast staat dat appellante ten tijde van het ontstaan van de schulden, mogelijk behoudens de periode van 16 september 2004 tot 1 oktober 2004, beschikte over de middelen om te voorzien in de noodzakelijke kosten van het bestaan. Voorts staat vast dat zij nadien daarover beschikte. Dit betekent dat artikel 13, eerste lid, aanhef en onder f, van de WWB in beginsel aan bijstandsverlening voor deze schulden in de weg staat. De Raad is voorts van oordeel dat het College niet bevoegd was om appellante met toepassing van artikel 49, aanhef en onder b, van de WWB niettemin bijstand te verlenen voor deze schulden. Van een afgewezen aanvraag om een schuldsaneringskrediet is immers niet gebleken en van zeer dringende redenen als bedoeld in artikel 49, aanhef en onder b, van de WWB - en nader uitgewerkt in de gemeentelijke werkvoorschriften - is naar het oordeel van de Raad evenmin sprake. Daarbij tekent de Raad aan dat appellante niet heeft aangetoond dat zij ten tijde hier van belang zogeheten dreigende schulden had.
Rechters
Advocaten
- N.D.Z.R. Mohamed Hoesein
Partijen
[appellante]
appellante · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
