Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:CRVB:2009:BK0404

Centrale Raad van Beroep · 06-10-2009 · zaaknummer 08-4699 WWB

Bestuursrecht; Bestuursrecht; SocialezekerheidsrechtGepubliceerd 05-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Herziening en terugvordering bijstandsuitkering, in verband met een nagekomen loonbetaling van zijn werkgever. Als grondslag van de terugvordering is vermeld artikel 58, eerste lid, aanhef en onder f, van de WWB. De Raad is met de rechtbank van oordeel dat de in beroep door appellant naar voren gebrachte grond dat hij slechts een bijstandsuitkering heeft naar de norm voor een thuisloze geen dringende redenen oplevert als bedoeld in het door het College inzake terugvordering gevoerde beleid om geheel of gedeeltelijk van terugvordering af te zien en ontoereikend is voor het oordeel dat het College niet in redelijkheid van zijn bevoegdheid tot terugvordering gebruik heeft kunnen maken. Het feit dat aanvragen van appellant voor een nieuwe WWB-uitkering zijn afgewezen omdat hij niet over een vaste verblijfplaats beschikt, brengt naar het oordeel van de Raad evenmin mee dat het College zijn bevoegdheid tot terugvordering niet of slechts beperkt zou mogen hanteren. In dit verband merkt de Raad nog op dat de financiële gevolgen van een besluit tot terugvordering zich doorgaans pas voordoen indien daadwerkelijk tot invordering wordt overgegaan en dat in dat kader een belanghebbende als schuldenaar de bescherming heeft en deze zo nodig kan inroepen van de regels over de beslagvrije voet neergelegd in de artikelen 475b tot en met 475e van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. Artikel 58, eerste lid, aanhef en onder f, van de WWB biedt een bevoegdheidsgrondslag voor terugvordering van kosten van de bijstand die aan de belanghebbende is verleend. De Raad stelt vast dat aan appellant over de periode in geding bijstand is verleend naar de norm voor een alleenstaande ouder met een toeslag van 20% zonder korting van inkomsten. Naar het oordeel van de Raad heeft het College bij de vaststelling van het terug te vorderen bedrag terecht die (norm)bedragen tot uitgangspunt genomen en geen rekening gehouden met de omstandigheid dat aan appellant feitelijk een lager bedrag dan de verleende bijstand is uitbetaald ter verrekening met een vordering op appellant. In dit oordeel ligt besloten dat in dit geding evenmin van belang is of deze verrekening terecht heeft plaatsgevonden.

Advocaten

Partijen

  • [appellant]

    appellant · onbekend

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.