ECLI:NL:CRVB:2009:BJ6583
Centrale Raad van Beroep · 20-08-2009 · zaaknummer 08-4792 WUBO
Inhoudsindicatie
Afwijzing aanvraag om als burger-oorlogsslachtoffer in de zin van de Wet in aanmerking te worden gebracht voor, onder meer, een periodieke uitkering, op de grond dat niet is voldaan aan de voorwaarden voor erkenning als burger-oorlogsslachtoffer zoals vermeld in artikel 2, eerste lid, van de Wet, aangezien in onvoldoende mate is aangetoond dan wel aannemelijk gemaakt dat appellant is getroffen door onder de Wet vallend oorlogsgeweld. De Raad stelt, overeenkomstig zijn vaste rechtspraak, voorop dat algemene oorlogsomstandigheden - waaraan in meerdere of mindere mate eenieder heeft blootgestaan - niet zijn aan te merken als handelingen of maatregelen in de zin van artikel 2, eerste lid, onder a en b, of f, van de Wet. Hieruit volgt dat de door appellant tevens naar voren gebrachte ontwrichting van het (gezins)leven en de dreiging die het gezin waartoe appellant behoorde heeft ervaren tengevolge van de Japanse bezetting en de onlusten tijdens de na-oorlogse Bersiap-periode op zichzelf niet tot erkenning als burger-oorlogsslachtoffer kunnen leiden. Verweerster heeft onder de gegeven omstandigheden op goede gronden geen doorslaggevend gewicht toegekend aan de door appellant nog ingebrachte verklaring van zijn oom], nu deze in de oorlogsjaren elders geïnterneerd is geweest.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
