ECLI:NL:CRVB:2009:BJ3296
Centrale Raad van Beroep · 17-07-2009 · zaaknummer 08-139 WAO
Inhoudsindicatie
Heziening WAO-uitkering. Het gedane verzoek om aanhouding van de procedure teneinde appellante gelegenheid te geven een medische expertise te laten verrichten, komt niet voor inwilliging in aanmerking aangezien appellante ruimschoots mogelijkheden heeft gehad om zich tot een medisch deskundige te wenden ter verkrijging van inlichtingen om haar hoger beroep te ondersteunen. Eerst in hoger beroep heeft appellante, onder verwijzing naar de verklaring van arts-medisch adviseur Noordsij, gesteld dat soms na jaren nog een hersenkneuzing kan worden vastgesteld, welke appellantes klachten en beperkingen kunnen verklaren. Nu deze stelling pas in het laatste stadium van de procedure is geponeerd en de Raad van oordeel is dat hij over voldoende medische, met name specialistische gegevens beschikt om de zaak te beoordelen, gaat de Raad hieraan verder voorbij. In hetgeen door appellante terzake is aangevoerd, ziet de Raad onvoldoende grond voor het oordeel dat de ten aanzien van appellante vastgestelde FML een onjuiste weergave geeft van haar belastbaarheid. Met de rechtbank ziet de Raad in de (bezwaar)verzekeringsgeneeskundige rapportages genoegzaam steun voor het oordeel dat de belastbaarheid van appellante bij het bestreden besluit niet is overschat. Voorts wijst de Raad op de rapportage van 28 juni 2006 van de bezwaarverzekeringsarts, waarin genoegzaam is toegelicht dat er ten aanzien van appellante geen sprake is van een urenbeperking. Daarbij merkt de Raad in zijn algemeenheid op dat een (bezwaar)verzekeringsarts bij de beoordeling en vaststelling van de medische (uren)beperkingen, voor het verrichten van arbeid bij uitstek als deskundig moet worden beschouwd. Nu de Raad geen grond ziet om in dit geval te twijfelen aan de deskundigheid van de (bezwaar)verzekeringsarts is hij van oordeel dat de rechtbank ervan heeft kunnen afzien een deskundige in te schakelen ter nadere beoordeling van die beperkingen. De Raad is met de rechtbank van oordeel dat het Uwv in het geval van appellante terecht het aangepaste Schattingsbesluit heeft toegepast. Evenals de rechtbank acht de Raad de motivering van de medische geschiktheid van deze drie functies, mede gezien de nadere toelichting van de bezwaararbeidskundige in zijn rapport van 11 december 2006, toereikend.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[appellante]
appellante · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
