Gepubliceerde uitspraken
Index van openbaar gepubliceerde uitspraken van de Rechtspraak, met het gerecht en de rechters en advocaten die in de uitspraak genoemd worden. Van elke zaak tonen we de metadata en de inhoudsindicatie; de volledige uitspraak lees je bij de bron.
Uitspraken met mr. M.J. van Dam
9 uitspraken · nieuwste eerst · pagina 1 van 1
Deze uitspraak gaat over de aan eiseres opgelegde bestuurlijke boete van € 1.500, wegens het overschrijden van de vaartijd in de exploitatiewijze A1. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de minister terecht een boete heeft opgelegd aan eiseres. De rechtbank verklaart het beroep toch gegrond, omdat de redelijke termijn is overschreden. Het overschrijden van de redelijke termijn heeft namelijk tot gevolg dat de boete moet worden gematigd.
Belanghebbende was in de onderhavige jaren (2011 t/m 2013) samen met zijn zoon en echtgenote vennoot van een vof. In de vof werd een schip geëxploiteerd, waarmee plantaardige olie (spijsolie) wordt vervoerd. De ladingtanks van het schip worden regelmatig gereinigd door deze schoon te spoelen met water. Het met spijsolie vervuilde waswater (slops) wordt verzameld in sloptanks. Belanghebbende ontdoet zich van de slops door deze op te laten halen door een vervoerder, die de slops weer doorverkoopt aan een vethandelaar. Als het percentage olie in de slops hoog genoeg is, krijgt belanghebbende ervoor betaald. Volgens de Inspecteur heeft belanghebbende de betalingen voor de slops niet alleen per bank, maar ook contant ontvangen. Omdat de gestelde contante betalingen niet zijn verwerkt in de administratie van de vof en belanghebbende deze niet heeft aangegeven in zijn aangiften IB/PVV voor de jaren 2011, 2012 en 2013, heeft de Inspecteur navorderingsaanslagen IB/PVV en Zvw, rentebeschikkingen en vergrijpboetes opgelegd. De Inspecteur baseert zijn stelling dat belanghebbende contante betalingen heeft ontvangen op inkoopfacturen en andere gegevens die zijn verkregen bij een (strafrechtelijk) onderzoek bij de vervoerder. Het Hof acht de ontvangst van de door de Inspecteur gestelde contante betalingen niet aannemelijk, onder meer omdat de vervoerder heeft gesjoemeld met percentages en cijfers waaruit blijkt hoeveel olie in de slops zit, alsmede percentages op facturen heeft bijgesteld om zijn administratie kloppend te maken. Uit de omstandigheid dat de door de Inspecteur gestelde contante betalingen zijn terug te vinden in kalenders, kasboeken en notities van de vervoerder, kan niet meer worden afgeleid dan dat de vervoerder zijn in- en verkoop sluitend op elkaar heeft afgestemd. Voor zover aanleiding zou bestaan voor het aannemen van een bewijsvermoeden dat belanghebbende contante betalingen zou hebben ontvangen, geldt dat dit vermoeden door belanghebbende is ontzenuwd. De navorderingsaanslagen en rentebeschikkingen worden vernietigd; de boetebeschikkingen waren in eerste aanleg al vernietigd. Belanghebbende heeft voorts – bovenop de door de Rechtbank reeds toegekende vergoeding – recht op een aanvullende vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn in eerste aanleg en in hoger beroep. Wat betreft de vernietigde vergrijpboetes wordt compensatie verleend met overeenkomstige toepassing van artikel 8:73 Awb (vgl. onder meer HR 29 september 2023, ECLI:NL:HR:2023:1337, r.o. 5.3.1). De vergoeding van immateriële schade voor overschrijding van de redelijke termijn vindt plaats voor elke vernietigde boete afzonderlijk (zie HR 20 februari 2026, ECLI:NL:HR:2026:279, r.o. 5.2.3).
Belanghebbende exploiteert in een vof een schip waarmee plantaardige olie (spijsolie) wordt vervoerd. De ladingtanks van het schip worden regelmatig gereinigd door deze schoon te spoelen met water. Het met spijsolie vervuilde waswater (slops) wordt verzameld in sloptanks. Belanghebbende ontdoet zich van de slops door deze op te laten halen door een vethandelaar, die de slops weer doorverkoopt aan een vethandelaar. Als het percentage olie in de slops hoog genoeg is, krijgt belanghebbende ervoor betaald. Volgens de Inspecteur heeft belanghebbende de betalingen voor de slops niet alleen per bank, maar ook contant ontvangen. Omdat de gestelde contante betalingen niet zijn verwerkt in de administratie van de vof en belanghebbende deze niet heeft aangegeven in zijn aangifte IB/PVV, heeft de Inspecteur navorderingsaanslagen IB/PVV en Zvw, een rentebeschikking en een vergrijpboete opgelegd. De Inspecteur heeft in totaal vijf, uit de administratie van de vervoerder afkomstige contantfacturen overgelegd, die tezamen optellen tot het door hem gestelde bedrag aan contante betalingen. Het Hof acht de ontvangst van de door de Inspecteur gestelde contante betalingen aannemelijk omdat de accountant van een viertal contantfacturen heeft erkend dat daarvoor ontvangsten hebben plaatsgevonden, welke niet zijn aangegeven. Ook de contante betaling ter zake van de resterende contantfactuur heeft de Inspecteur aannemelijk gemaakt. De navorderingsaanslagen en rentebeschikking worden gehandhaafd; de boetebeschikking was in eerste aanleg al vernietigd. Belanghebbende heeft – boven op de door de Rechtbank reeds toegekende vergoeding – recht op een aanvullende vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn in eerste aanleg en in hoger beroep. Wat betreft de vernietigde vergrijpboete wordt compensatie verleend met overeenkomstige toepassing van artikel 8:73 Awb (vgl. onder meer HR 29 september 2023, ECLI:NL:HR:2023:1337, r.o. 5.3.1).
Belanghebbende exploiteert in een vof een schip waarmee plantaardige olie (spijsolie) wordt vervoerd. De ladingtanks van het schip worden regelmatig gereinigd door deze schoon te spoelen met water. Het met spijsolie vervuilde waswater (slops) wordt verzameld in sloptanks. De schipper ontdoet zich van de slops door deze op te laten halen door een vervoerder, die de slops weer doorverkoopt aan een vethandelaar. Als het percentage olie in de slops hoog genoeg is, krijgt belanghebbende ervoor betaald. Volgens de Inspecteur heeft belanghebbende de betalingen voor de slops niet alleen per bank, maar ook contant ontvangen. Omdat de gestelde contante betalingen niet zijn verwerkt in de administratie van de vof en belanghebbende deze niet heeft aangegeven in haar aangifte vennootschapsbelasting, heeft de Inspecteur een navorderingsaanslag, een rentebeschikking en een vergrijpboete opgelegd. De Inspecteur heeft in totaal vijf, uit de administratie van de vervoerder afkomstige contantfacturen overgelegd, die tezamen optellen tot het door hem gestelde bedrag aan contante betalingen. Het Hof acht de ontvangst van de door de Inspecteur gestelde contante betalingen aannemelijk omdat de accountant van een viertal contantfacturen heeft erkend dat daarvoor ontvangsten hebben plaatsgevonden, welke niet zijn aangegeven. Ook de contante betaling ter zake van de resterende contantfactuur heeft de Inspecteur aannemelijk gemaakt. De navorderingsaanslag en rentebeschikking worden gehandhaafd; de boetebeschikking was in eerste aanleg al vernietigd. Wel slaagt – gelet op hetgeen is overwogen en beslist over artikel 30hb AWR in een uitspraak van het Hof van 10 maart 2026 (ECLI:NL:GHDHA:2026:430) – belanghebbendes betoog dat aan haar te veel belastingrente in rekening is gebracht, voor zover vanaf 1 april 2014 een belastingrentepercentage van 8 (of hoger) is toegepast. De over deze periode verschuldigde belastingrente dient naar het oordeel van het hof te worden berekend naar een tarief van 4%. Belanghebbende heeft voorts recht op een vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn in hoger beroep. Wat betreft de boetebeschikking geldt dat, aangezien het ging om een – door de Rechtbank vernietigde – boete van minder dan € 1.000, door de Rechtbank geen compensatie voor de schending van artikel 6 EVRM met overeenkomstige toepassing van artikel 8:73 Awb hoefde te worden verleend (zie HR 29 september 2023, ECLI:NL:HR:2023:1337, r.o. 5.3.1), maar kon worden volstaan met de – impliciete – constatering dat de redelijke termijn van artikel 6, lid 1, EVRM is overschreden. In hoger beroep is de boete niet langer onderwerp van geschil, zodat in zoverre niet behoeft te worden beoordeeld of de redelijke termijn bij de behandeling van de procedure tegen de boete (in hoger beroep) is overschreden.
Belanghebbende exploiteert een schip waarmee plantaardige olie (spijsolie) wordt vervoerd. De ladingtanks van het schip worden regelmatig gereinigd door deze schoon te spoelen met water. Het met spijsolie vervuilde waswater (slops) wordt verzameld in sloptanks. De schipper ontdoet zich van de slops door deze op te laten halen door een vervoerder, die de slops weer doorverkoopt aan een vethandelaar. Als het percentage olie in de slops hoog genoeg is, krijgt belanghebbende ervoor betaald. Volgens de Inspecteur heeft belanghebbende de betalingen voor de slops niet alleen per bank, maar ook contant ontvangen. Omdat belanghebbende de gestelde contante betalingen niet heeft verwerkt in haar administratie en niet heeft aangegeven in haar aangiften vennootschapsbelasting voor de jaren 2011, 2012 en 2013, heeft de Inspecteur navorderingsaanslagen, rentebeschikkingen en vergrijpboetes opgelegd. De Inspecteur baseert zijn stelling dat belanghebbende contante betalingen heeft ontvangen op inkoopfacturen en andere gegevens die zijn verkregen bij een (strafrechtelijk) onderzoek bij de vervoerder. Het Hof acht de ontvangst van de door de Inspecteur gestelde contante betalingen niet aannemelijk, onder meer omdat de vervoerder heeft gesjoemeld met percentages en cijfers waaruit blijkt hoeveel olie in de slops zit, alsmede percentages op facturen heeft bijgesteld om zijn administratie kloppend te maken. Uit de omstandigheid dat de door de Inspecteur gestelde contante betalingen zijn terug te vinden in kalenders, kasboeken en notities van de vervoerder, kan niet meer worden afgeleid dan dat de vervoerder zijn in- en verkoop sluitend op elkaar heeft afgestemd. Voor zover aanleiding zou bestaan voor het aannemen van een bewijsvermoeden dat belanghebbende contante betalingen zou hebben ontvangen, geldt dat dit vermoeden door belanghebbende is ontzenuwd. De navorderingsaanslagen en rentebeschikkingen worden vernietigd; de boetebeschikkingen waren in eerste aanleg al vernietigd. Belanghebbende heeft voorts – bovenop de door de Rechtbank reeds toegekende vergoeding – recht op een aanvullende vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn in eerste aanleg en in hoger beroep. Wat betreft de vernietigde vergrijpboetes wordt compensatie verleend met overeenkomstige toepassing van artikel 8:73 Awb (vgl. onder meer HR 29 september 2023, ECLI:NL:HR:2023:1337, r.o. 5.3.1). De vergoeding van immateriële schade voor overschrijding van de redelijke termijn vindt plaats voor elke vernietigde boete afzonderlijk (zie HR 20 februari 2026, ECLI:NL:HR:2026:279, r.o. 5.2.3).
Contante omzet uit (rest)lading spijsolie verkocht als afval (slops) van motortankschip. Verweerder heeft het bewijsvermoeden geleverd dat eiser contante betalingen heeft ontvangen die niet in zijn aangiften zijn opgenomen. Eiser heeft onvoldoende aangevoerd om het bewijsvermoeden te ontzenuwen. De navorderingsaanslagen berusten op een redelijke schatting nu verweerder is uitgegaan van de facturen afkomstig uit de administratie van de vetinzamelaar en de uit de stukken op te maken geldstromen. Vergrijpboetes vernietigd aangezien verweerder niet heeft doen blijken dat eiser contante betalingen heeft ontvangen.
Contante omzet uit (rest)lading spijsolie verkocht als afval (slops) van motortankschip. Verweerder heeft het bewijsvermoeden geleverd dat eiser contante betalingen heeft ontvangen die niet in zijn aangiften zijn opgenomen. Eiser heeft onvoldoende aangevoerd om het bewijsvermoeden te ontzenuwen. De navorderingsaanslagen berusten op een redelijke schatting nu verweerder is uitgegaan van de facturen afkomstig uit de administratie van de vetinzamelaar en de uit de stukken op te maken geldstromen. Vergrijpboetes vernietigd aangezien verweerder niet heeft doen blijken dat eiser contante betalingen heeft ontvangen.
Geschil over verplichte deelneming in bedrijfstakpensioenfonds Vervoer m.b.t. chauffeurs van Cypriotische onderneming die op de arbeidsovereenkomsten met haar chauffeurs het recht van Cyprus van toepassing heeft verklaard. De keuze voor het recht van Cyprus leidt op grond van artikel 8 lid 2 Rome I er niet toe dat chauffeurs van de Cypriotische onderneming die gewoonlijk hun arbeid in of vanuit Nederland verrichten niet de bescherming van het dwingend Nederlands recht hebben verloren, waaronder het Verplichtstellingsbesluit. Cypriotische onderneming moet worden aangemerkt als een uitzendonderneming die chauffeurs ter beschikking stelt aan Nederlandse transportondernemingen en valt daarmee onder werkingssfeer van het Verplichtstellingsbesluit. Onderneming gehouden informatie te verstrekken en premie te betalen aan bedrijfstakpensioenfonds. Zie voor tussenarrest ECLI:NL:GHARL:2019:4138 en voor uitspraak in eerste aanleg ECLI:NL:RBNNE:2016:4935.
Werkgever bestrijdt besluit tot verplichte aansluiting bij bedrijfstakpensioenfonds aan en betwist in dat verband het overgrote deel van de door het pensioenfonds aan dat besluit ten grondslag gelegde feitelijkheden. Het pensioenfonds tracht meer stukken en meer informatie van werkgever te verkrijgen, welke stukken en informatie zich enkel onder werkgever bevinden. Het pensioenfonds heeft naar het oordeel van het hof een rechtmatig belang bij de door haar van werkgever verlangde informatie en de beperkte opvatting van werkgever over de plicht om mee te werken aan het inbrengen van stukken wordt, gezien o.m. het bepaalde in de artikelen 20 en 22 Rv, verworpen. Van werkgever wordt dan ook verlangd dat zij haar verweer substantieert, allereerst door het overleggen van stukken en – zo nodig – nadien door het ontsluiten van verdere stukken en gegevens uit haar administratie.
Deze index komt uit de open data van de Rechtspraak (uitspraken.rechtspraak.nl). Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd, met een link naar de volledige uitspraak bij de bron. Rechterspagina's zijn een registratie van publicaties, geen beoordeling. Klopt er iets niet?
