Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handenPlace4Law
Openbare bron · Rechtspraak.nl

Gepubliceerde uitspraken

Index van openbaar gepubliceerde uitspraken van de Rechtspraak, met het gerecht en de rechters en advocaten die in de uitspraak genoemd worden. Van elke zaak tonen we de metadata en de inhoudsindicatie; de volledige uitspraak lees je bij de bron.

20000uitspraken
2174rechters
Zoeken & filteren
Wis filters

Uitspraken met mr. M.D. Rijnsburger

3 uitspraken · nieuwste eerst · pagina 1 van 1

Hoge Raad22-09-2026

Kilometerblokker. Beschikking Rb op vordering OvJ ex art. 552f.2 Sv tot onttrekking aan het verkeer van 3 inbeslaggenomen auto’s die zijn voorzien van apparaat waarmee werking van kilometerteller van auto wordt beïnvloed (art. 70m WVW 1994 jo. 3.2 Besluit Voertuigen), art. 36b, 36c en 36d Sr. Kon Rb oordelen dat inbeslaggenomen auto’s, waarin kilometerblokker heeft gezeten, voorwerpen van zodanige aard zijn dat ongecontroleerd bezit ervan in strijd is met wet of algemeen belang? HR herhaalt overwegingen uit HR:2026:349 m.b.t. vraag of personenauto waarin kilometerblokker is aangetroffen, vatbaar is voor onttrekking aan het verkeer. Rb heeft geoordeeld dat vordering tot onttrekking aan het verkeer van inbeslaggenomen auto’s moet worden toegewezen, en daartoe o.m. overwogen dat, gelet op “aantasting van integriteit van handelsverkeer” en “gevaren die aan gebruik van kilometer-blockers verbonden zijn”, ongecontroleerd bezit van auto’s in strijd is met wet of algemeen belang. Oordeel Rb is in het licht van wat hiervoor is vooropgesteld en van wat namens belanghebbende is aangevoerd, niet toereikend gemotiveerd. Daarbij is van belang dat enkele omstandigheid dat kilometerstand van auto (zoals deze wordt weergegeven op kilometerteller) mogelijk niet juist is, niet meebrengt dat auto daadwerkelijk concreet gevaar voor verkeersveiligheid vormt. Overweging Rb dat “tijdens aanwezigheid van kilometer-blockers wel degelijk veiligheidsrisico’s bestaan” volstaat daarvoor niet, terwijl Rb ook geen vaststellingen heeft gedaan over vraag of gebrek dat ten grondslag ligt aan geconstateerd gevaar voor verkeersveiligheid, met redelijke inspanningen kan worden hersteld. Verder is van belang dat (i.v.m. oordeel Rb dat normaal handelsverkeer t.a.v. auto’s onevenredig wordt belemmerd door gemanipuleerde kilometerstand) Rb geen vaststellingen heeft gedaan over vraag of die belemmering in voldoende mate kan worden voorkomen. Volgt vernietiging en terugwijzing. Samenhang met 25/00076 B (niet gepubliceerd; geen schriftuur ingediend, betrokkene n-o).

ECLI:NL:HR:2026:1433Bekijk zaak
Hoge Raad15-09-2026

Art. 416.2 Sv na veroordeling t.z.v. mishandeling (art. 300.1 Sr), bedreiging (art. 285.1 Sr), vernieling (art. 350.1 Sr) en poging tot zware mishandeling (art. 302.1 jo. 45 Sr). Ontvankelijkheid hoger beroep, appelschriftuur aan cassatieschriftuur gehecht. Kon hof (enkelvoudige kamer) oordelen dat door of namens verdachte geen schriftuur houdende grieven is ingediend en dat verdachte mede daarom ex art. 416.2 Sv n-o wordt verklaard in h.b., nu hof geen acht heeft geslagen op inhoud van e-mail van raadsman aan strafgriffie Rb met als bijlage een appelschriftuur? HR: Om redenen vermeld in CAG slaagt middel. CAG: Bij stukken bevindt zich geen appelschriftuur. Door raadsman in cassatie overgelegd stuk doet evenwel ernstig vermoeden dat appelschriftuur wel degelijk is ingediend. Het moet ervoor worden gehouden dat namens verdachte tijdig schriftuur houdende grieven is ingediend en dat deze na indiening in het ongerede is geraakt. Bijgevolg kan ’s hofs beslissing om verdachte met toepassing van art. 416.2 Sv n-o te verklaren in h.b. niet in stand blijven. Volgt vernietiging en terugwijzing.

ECLI:NL:HR:2026:1476Bekijk zaak
Rechtbank Amsterdam27-02-2026

Jeugdstrafrecht. Verdachte wordt veroordeeld voor openlijke geweldpleging en het medeplegen van een poging overval van een huis, waarbij gebruik is gemaakt van een echt vuurwapen. Verder wordt verdachte veroordeeld voor het voorhanden hebben van een nep vuurwapen en tot slot voor het voorhanden hebben van een grote hoeveelheid verdovende middelen en het treffen van voorbereidingshandelingen van een feit als bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet. Aan verdachte wordt opgelegd een jeugddetentie voor de duur van 200 dagen, met aftrek, waarvan 130 dagen voorwaardelijk en een werkstraf voor 150 uren. De vordering van de benadeelde partij wordt gedeeltelijk toegewezen. De inbeslaggenomen goederen worden verbeurdverklaard of onttrokken aan het verkeer.

ECLI:NL:RBAMS:2026:3158Bekijk zaak

Deze index komt uit de open data van de Rechtspraak (uitspraken.rechtspraak.nl). Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd, met een link naar de volledige uitspraak bij de bron. Rechterspagina's zijn een registratie van publicaties, geen beoordeling. Klopt er iets niet?