Gepubliceerde uitspraken
Index van openbaar gepubliceerde uitspraken van de Rechtspraak, met het gerecht en de rechters en advocaten die in de uitspraak genoemd worden. Van elke zaak tonen we de metadata en de inhoudsindicatie; de volledige uitspraak lees je bij de bron.
Uitspraken met mr. S.C. van Paridon
15 uitspraken · nieuwste eerst · pagina 1 van 1
Bij besluit van 6 februari 2024 heeft de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aan [appellant] een bestuurlijke boete opgelegd. Op 2 september 2022 is een werknemer van [appellant] tijdens werkzaamheden geraakt door de bijtende stof natronloog. Als gevolg hiervan heeft deze werknemer derdegraadsbrandwonden opgelopen in zijn gezicht en mond, heeft hij blijvende schade aan zijn smaakpapillen en is zijn gebit beschadigd. Hij is gedurende drie nachten opgenomen geweest in het ziekenhuis. De minister heeft een boete opgelegd wegens overtreding van artikel 4.1c, eerste lid, aanhef en onderdeel f, onder 1 van het Arbeidsomstandighedenbesluit (Arbobesluit). Deze boete is opgelegd omdat de werknemer tijdens de werkzaamheden niet alle doelmatige beschermingsmiddelen ter voorkoming van mogelijke blootstelling droeg.
Bij besluit van 5 augustus 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in vreemdelingenbewaring gesteld.
Bij besluit van 5 augustus 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in vreemdelingenbewaring gesteld.
Samenvatting Verzetmeniet, vovo, toegewezen
De rechtbank laat de correcties van het resultaat uit overige werkzaamheid in stand, die zijn gemaakt vanwege de inkomsten die belanghebbende heeft genoten en zijn betrokkenheid bij het samenwerkingsverband. De rechtbank beoordeelt tevens de opgelegde boetes.
Eerste beroep bewaring - 59a Vw - aanwezigheidsrecht niet geschonden - beroep ongegrond
Wrakingskamer. Wrakingsverzoek afgewezen. Volgens verzoeker heeft de rechter (i) namens de minister antwoord gegeven op een vraag van verzoeker, en (ii) vervolgens ontkend dat de rechter namens de minister antwoord heeft gegeven op een vraag van verzoeker en (iii) het debat tussen partijen niet gestimuleerd. De wrakingskamer leest in het proces-verbaal echter niet dat de rechter namens de minister antwoord heeft gegeven op een vraag van verzoeker. Wrakingsgrond (i) kan dan ook niet tot toewijzing van het wrakingsverzoek leiden. Daarmee valt ook de grond onder wrakingsgrond (ii) weg. Tot slot kan ook wrakingsgrond (iii) niet tot toewijzing van het wrakingsverzoek leiden.
Bij besluit van 24 februari 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid appellant opgedragen de Europese Unie onmiddellijk te verlaten en een inreisverbod tegen hem uitgevaardigd.
Bij besluit van 5 maart 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld.
beroep TKB&IRV gegrond, procesbelang ondanks vervallen TKB&IRV, zakelijke belangen niet meegenomen bij oplegging IRV, maar rechtsgevolgen in stand door nadere toelichting vwr
VK; feitelijke uitzetting; ogg.
Bewaring - artikel 59, eerste lid, onder a Vw – beroep ongegrond.
vervolgberoep. informatieplicht en voortvarendheid. ongegrond.
Bij besluit van 27 augustus 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld.
HR: 81.1 RO. Ambtshalve: strafoplegging art. 197 (oud) Sr en terugkeerrichtlijn. HR stelt rov. 4.7 van ECLI:NL:HR:2013:BY3151 en rov. 3.4. van ECLI:NL:HR:2013:BZ3791 voorop. Uit deze rechtspraak volgt dat vanaf 24 december 2010 de strafoplegging bij een veroordeling wegens handelen i.s.m. art. 197 (oud) Sr in overeenstemming met de terugkeerrichtlijn dient te geschieden. Het gaat hier mede om regels van sanctierecht van Europese oorsprong, waarvan de concrete implicaties door de HR zijn verduidelijkt in zijn arrest van 21 mei 2013 (ECLI:NL:HR:2013:BY3151) met verwijzing naar rechtspraak van het HvJ van de EU. Daarin ziet de HR aanleiding de naleving van deze regels gedurende enige tijd ook ambtshalve te onderzoeken. Na publicatie van voornoemde arresten van 21 mei 2013 moet voor de advocatuur echter voldoende duidelijk zijn dat in voorkomende gevallen in cassatie met vrucht erover kan worden geklaagd dat uit de bestreden uitspraak niet blijkt dat de rechter zich ervan heeft vergewist dat in het voorliggende geval de stappen van de terugkeerprocedure zijn doorlopen. De HR zal daarom in zaken waarin de cassatieschriftuur na 21 mei 2013 is ingekomen geen gebruik meer maken van zijn bevoegdheid de bestreden beslissing ambtshalve te vernietigen op voornoemde grond. I.c. had het Hof het vonnis van de Rb wat betreft de strafoplegging niet zonder aanvulling van gronden mogen bevestigen, nu uit dat vonnis niet blijkt dat de Rb zich ervan heeft vergewist dat de stappen van de terugkeerprocedure zijn doorlopen.
Deze index komt uit de open data van de Rechtspraak (uitspraken.rechtspraak.nl). Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd, met een link naar de volledige uitspraak bij de bron. Rechterspagina's zijn een registratie van publicaties, geen beoordeling. Klopt er iets niet?
