Gepubliceerde uitspraken
Index van openbaar gepubliceerde uitspraken van de Rechtspraak, met het gerecht en de rechters en advocaten die in de uitspraak genoemd worden. Van elke zaak tonen we de metadata en de inhoudsindicatie; de volledige uitspraak lees je bij de bron.
Uitspraken met mr. C.M.G.M. Raafs
5 uitspraken · nieuwste eerst · pagina 1 van 1
Bij besluit van 17 januari 2023 heeft de burgemeester van Sittard-Geleen besloten dat de woning aan de [locatie] in Sittard op 3 februari 2023 voor drie maanden wordt gesloten op grond van artikel 13b van de Opiumwet. [appellant A] en [appellant B] huren een woning aan de [locatie] in Sittard. Naar aanleiding van een melding heeft de politie op 14 oktober 2022 in de woning onder meer softdrugs aangetroffen. De burgemeester heeft [appellant A] en [appellant B] op 17 januari 2023 een last onder bestuursdwang opgelegd op grond van artikel 13b van de Opiumwet, inhoudende de tijdelijke sluiting van de woning voor drie maanden ingaande op 3 februari 2023. De Afdeling begrijpt dit besluit zo dat als [appellant A] en [appellant B] binnen de begunstigingstermijn van twee weken niet zelf aan de last voldoen, op 3 februari 2023, of kort daarna, de burgemeester middels bestuursdwang zelf overgaat tot sluiting van de woning. De voorgenomen sluiting is niet doorgegaan en daarom heeft de burgemeester bij brief van 29 maart 2023 besloten dat de woning op 6 april 2023 voor drie maanden wordt gesloten.
Deze uitspraak gaat over het tijdelijk huisverbod dat de burgemeester van de gemeente Utrecht aan eiser heeft opgelegd van 10 dagen voor de [adres] in [woonplaats] omdat de burgemeester een ernstig vermoeden had dat eisers aanwezigheid in die woning ernstig en onmiddellijk gevaar opleverde voor de veiligheid van belanghebbende en hun kinderen. Eiser is het niet eens met het tijdelijk huisverbod. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de burgemeester het tijdelijk huisverbod aan eiser mocht opleggen. Maar de burgemeester heeft onvoldoende de belangen van eiser afgewogen bij het nemen van dat besluit. Het besluit tot het opleggen van het tijdelijk huisverbod bevat daarom een motiveringsgebrek. Dat betekent dat eiser gelijk krijgt en het beroep dus gegrond is. De rechtbank laat de rechtsgevolgen van het besluit echter wel in stand. Dat betekent dat de rechtbank vindt dat het tijdelijk huisverbod wel terecht aan eiser is opgelegd, ondanks het motiveringsgebrek.
Prejudiciële vragen terugkeerbesluit niet-begeleide minderjarige – Afghanistan. Eiser, die de Afghaanse nationaliteit heeft, was tijde van het indienen van het verzoek om internationale bescherming 15 jaar, 11 maanden en 22 dagen oud. Ten tijde van het besluit waarin dit verzoek is afgewezen was eiser 16 jaar, 8 maanden en 28 dagen oud. Eiser was ten tijde van zijn verzoek om internationale bescherming en ten tijde van de afwijzing van dat verzoek een niet-begeleide minderjarige zoals bedoeld in artikel 10 van richtlijn 2008/115. Het beslissen of een terugkeerbesluit moet worden uitgevaardigd of dat daarvan moet worden afgezien omdat er geen adequate opvang in het land van terugkeer is, is een verplichting die -uitsluitend- op verweerder rust. Deze verplichting ziet niet op de verlening van een verblijfsvergunning omdat geen enkele bepaling uit richtlijn 2008/115 de lidstaten verplicht tot het verlenen van een verblijfsvergunning of andere toestemming voor verblijf. Op het moment dat verweerder het verzoek om internationale bescherming heeft afgewezen, was in Afghanistan geen familielid, aangewezen voogd of adequate opvangfaciliteiten waar verzoeker naar kon worden teruggestuurd aanwezig. Verweerder heeft dit erkend, maar heeft hiervan geen schriftelijke bevestiging gegeven. Verweerder heeft na de afwijzing van het verzoek om internationale bescherming aanvullend onderzoek verricht naar de aanwezigheid van adequate opvangmogelijkheden in Afghanistan en heeft dus in wezen de beslissing of een terugkeerbesluit moest worden uitgevaardigd uitgesteld. Het onderzoek naar adequate opvang is stopgezet omdat eiser meerderjarig is geworden. De rechtbank meent dat het uitstellen van een beslissing over de uitvaardiging van een terugkeerbesluit indruist tegen het belang van het kind, niet verenigbaar is met het hoofddoel van richtlijn 2008/115 en niet wordt vereist door de aard en de omvang van het onderzoek naar adequate opvang zoals verweerder dat in het hoofdgeding heeft verricht en vraagt het Hof om dit nader te verduidelijken. De rechtbank verzoekt het Hof tevens om te verduidelijken of het verblijf van eiser in Nederland in de periode vanaf het moment dat zijn verzoek om internationale bescherming is afgewezen maar geen terugkeerbesluit kon worden vastgesteld vanwege het ontbreken van adequate opvangvoorzieningen, in aanmerking moet worden genomen bij de beoordeling of het privéleven in de weg staat aan de vaststelling van een terugkeerbesluit nu eiser meerderjarig is. De rechtbank verzoekt het Hof daarbij om te preciseren op welke wijze en in welke mate het belang van het kind bij deze beoordeling moet worden betrokken. De rechtbank schorst de behandeling van het beroep in afwachting van de beantwoording van de prejudiciële vragen door het Hof.
Bij besluit van 2 december 2025 heeft de minister een aanvraag van betrokkene om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet-ontvankelijk verklaard. Bij uitspraak van 3 juli 2026 heeft de rechtbank het daartegen door betrokkene ingestelde beroep gegrond verklaard, dat besluit vernietigd en bepaald dat de minister een nieuw besluit op de aanvraag neemt met inachtneming van de uitspraak.
Asielaanvraag ten onrechte niet-ontvankelijk verklaard. De minister heeft zich gebaseerd op artikel 30a, eerste lid, aanhef en onder b, van de Vw 2000, maar heeft niet onderbouwd dat is voldaan aan de voorwaarden van dat artikel. De minister heeft namelijk niet onderbouwd dat eiseres in de Verenigde Staten de vluchtelingenstatus heeft of anderszins voldoende bescherming geniet daar. Dat eiseres een Green Card heeft, wil nog niet zeggen dat zij ook een vluchtelingenstatus heeft in de Verenigde Staten. De rechtbank ziet in het dossier verder ook geen andere aanwijzingen die de aanname van de minister, dat eiseres een asielstatus heeft in de Verenigde Staten, kunnen staven. Het bestreden besluit is daarom onzorgvuldig voorbereid en gebrekkig gemotiveerd. Beroep gegrond, verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.
Deze index komt uit de open data van de Rechtspraak (uitspraken.rechtspraak.nl). Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd, met een link naar de volledige uitspraak bij de bron. Rechterspagina's zijn een registratie van publicaties, geen beoordeling. Klopt er iets niet?
