Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handenPlace4Law
Openbare bron · Rechtspraak.nl

Gepubliceerde uitspraken

Index van openbaar gepubliceerde uitspraken van de Rechtspraak, met het gerecht en de rechters en advocaten die in de uitspraak genoemd worden. Van elke zaak tonen we de metadata en de inhoudsindicatie; de volledige uitspraak lees je bij de bron.

45000uitspraken
3341rechters
Zoeken & filteren
Wis filters

Uitspraken met mr. J.S. Nan

5 uitspraken · nieuwste eerst · pagina 1 van 1

Hoge Raad22-09-2026

Strafrechtelijk onderzoek Tandem IV. Medeplegen gewoontewitwassen van geldbedragen, art. 420ter.1 jo. 420bis.1.a en 420.1.b Sr. Vrijspraak in eerste aanleg. Bewijsklachten “afkomstig uit enig misdrijf”. Kon hof oordelen dat geldbedragen afkomstig zijn uit enig misdrijf? HR: Om redenen vermeld in CAG leidt middel niet tot cassatie. CAG: Hof heeft geoordeeld dat er weliswaar geen rechtstreeks verband valt te leggen met bepaald misdrijf maar dat het o.g.v. de door OM aangedragen f&o niet anders kan zijn dan dat tlgd. geldbedragen, die naar aanleiding van diverse valse facturen door vennootschappen van verdachte zijn betaald, uit enig misdrijf afkomstig zijn en dat facturen slechts zijn opgesteld om dat te verhullen. Dit oordeel getuigt niet van onjuiste rechtsopvatting en is niet onbegrijpelijk. Volgt verwerping. Samenhang met 24/00337 en 24/00454.

ECLI:NL:HR:2026:1478Bekijk zaak
Hoge Raad25-08-2026

Burenruzie. Poging tot doodslag door met hockeystick op hoofd van buurman te slaan (art. 45 jo. art. 287 Sr). 1. Noodweerexces, onttrekkingsvereiste (subsidiariteitsvereiste), art. 41.2 Sr. Kon hof oordelen dat verdachte zich had moeten en kunnen onttrekken aan dreigende aanranding? 2. Vordering benadeelde partij t.a.v. immateriële schade, eigen schuld. Is sprake van eigen schuld a.b.i. art. 6:101 BW, nu aangever dreigende aanval heeft veroorzaakt en zich ook niet onbetuigd heeft gelaten? 3. Schriftuur b.p. Kan betoog dat ’s hofs arrest (wat betreft verwerping van beroep op noodweerexces en beroep op eigen schuld) in stand kan blijven, worden aangemerkt als middel a.b.i. wet? Ad 1. en 2. HR: art. 81.1 RO. Ad 3. Als cassatierechter onderzoekt HR alleen middelen a.b.i. wet. Dat geldt ook voor middelen a.b.i. art. 437.3 Sv. Als zo’n middel kan alleen gelden stellige en duidelijke klacht over rechtspunt betreffende haar vordering. Schriftuur voldoet niet aan dit vereiste, zodat deze onbesproken moet blijven.

ECLI:NL:HR:2026:1363Bekijk zaak
Hoge Raad25-08-2026

Medeplegen bewerken (art. 2.B Opiumwet) en aanwezig hebben (art. 2.C Opiumwet) van heroïne en medeplegen voorbereidingshandelingen bewerken van heroïne (art. 10a.1.3 Opiumwet). Vrijspraak in eerste aanleg. Aanhoudingsverzoek ttz. in hoger beroep door gemachtigde raadsvrouw gedaan op de grond dat verdachte tot voor kort niet op de hoogte was van zitting en dat hij niet aanwezig kan zijn i.v.m. verdeling van erfenis, door hof afgewezen o.g.v. overweging dat uit opmerkingen van raadvrouw kan worden afgeleid dat verdachte op de hoogte is van zitting en dat niet is onderbouwd dat hij niet aanwezig kan zijn wegens verplichtingen elders. HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 24/01260.

ECLI:NL:HR:2026:1357Bekijk zaak
Hoge Raad09-12-2025

OM-cassatie. Jeugdzaak. OM niet-ontvankelijk in vervolging t.z.v. zware mishandeling van baby door minderjarige vader (art. 302.1 Sr) o.g.v. zeer ernstige overschrijding van redelijke termijn in jeugdzaak. Redelijke termijn in eerste aanleg en niet-ontvankelijkheid OM. Heeft hof miskend dat overschrijding van redelijke termijn nooit kan leiden tot niet-ontvankelijkverklaring OM in vervolging? Hof heeft vooropgesteld dat overschrijding van redelijke termijn in uitzonderlijke gevallen tot niet-ontvankelijkverklaring OM in vervolging van verdachte kan leiden en vervolgens geoordeeld dat zeer ernstige overschrijding van redelijke termijn in omstandigheden van dit geval een eerlijk proces niet meer mogelijk maakt en daarom zo’n uitzonderlijk geval oplevert. Hof heeft daarmee miskend dat overschrijding van redelijke termijn op zichzelf (en dus zonder dat daarnaast is vastgesteld dat (mede) a.g.v. die overschrijding sprake is van zodanig ernstige inbreuk op verdedigingsrechten van verdachte dat van eerlijk proces geen sprake meer kan zijn) nooit kan leiden tot niet-ontvankelijkverklaring OM in vervolging van verdachte (vgl. HR:2008:BD2578, HR:2015:2465 en HR:2016:2059). Volgt vernietiging en terugwijzing. CAG (strekking): niet-ontvankelijkverklaring OvJ in ingesteld hoger beroep en HR kan zaak t.a.v. strafoplegging zelf afdoen.

ECLI:NL:HR:2025:1875Bekijk zaak
Hoge Raad18-11-2025

Jeugdzaak. Belediging van 2 politieambtenaren, art. 266.1 en 267.1.2 Sr. Verweer dat OM niet-ontvankelijk moet worden verklaard in vervolging o.g.v. het bij verdachte gewekte vertrouwen dat hij niet zou worden vervolgd, art. 77e Sr, 12i Sv en 40.3.b IVRK. Gerechtvaardigd vertrouwen gewekt door Halt-medewerker, nu deze aan verdachte heeft medegedeeld dat hij positief afloopbericht heeft gestuurd naar OvJ, nadat verdachte op voorstel van OvJ een Halt-traject positief had uitgevoerd? ’s Hofs oordeel houdt onder meer in dat, ook als ervan wordt uitgegaan dat door of namens OM een toezegging is gedaan dat verdachte niet zou worden vervolgd, dit niet aan ontvankelijkheid van OM in de weg staat, omdat hof o.g.v. art. 12i Sv heeft bevolen dat vervolging zal worden ingesteld voor belediging van 2 opsporingsambtenaren. Dit oordeel is juist, omdat OM verplicht is aan zo’n bevel gevolg te geven o.g.v. art. 77e.5 Sr (vgl. HR:1987:AB8018). In dat geval houdt rechter, als hij straf oplegt, rekening met voltooide deelneming aan Halt-traject. Art. 40.3.b IVRK leidt niet tot andere uitkomst. O.g.v. deze bepaling streven verdragsstaten ernaar o.m. invoering te bevorderen, wanneer passend en wenselijk, van buitengerechtelijke afdoening van jeugdstrafzaken, mits rechten van mens en wettelijke grenzen volledig worden gewaarborgd. Voorschrift van art. 77e.5 Sr is daarmee niet onverenigbaar en er is geen grond waarop dat voorschrift buiten toepassing zou moeten worden gelaten. Dat neemt niet weg dat aanbeveling verdient dat in kennisgeving ex art. 77e.5 Sr melding wordt gemaakt van mogelijkheid dat o.g.v. art.12i Sv alsnog bevel tot instellen van vervolging wordt gegeven. Volgt verwerping.

ECLI:NL:HR:2025:1703Bekijk zaak

Deze index komt uit de open data van de Rechtspraak (uitspraken.rechtspraak.nl). Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd, met een link naar de volledige uitspraak bij de bron. Rechterspagina's zijn een registratie van publicaties, geen beoordeling. Klopt er iets niet?