Gepubliceerde uitspraken
Index van openbaar gepubliceerde uitspraken van de Rechtspraak, met het gerecht en de rechters en advocaten die in de uitspraak genoemd worden. Van elke zaak tonen we de metadata en de inhoudsindicatie; de volledige uitspraak lees je bij de bron.
Uitspraken met mr. D.L.A.M. Pluijmakers
3 uitspraken · nieuwste eerst · pagina 1 van 1
Feitelijke aanranding van eerbaarheid van jonge buurvrouw op straat, art. 246 (oud) Sr. Vrijspraak in eerste aanleg. Bewijsklachten. Bewijsminimum, art. 342.2 Sv (unus testis). Vinden verklaringen van aangeefster voldoende steun in andere bewijsmiddelen? HR: Om redenen vermeld in CAG leidt middel niet tot cassatie. CAG: Hof heeft niet onbegrijpelijk geoordeeld dat verklaringen van aangeefster mede steun vinden in verklaringen van vriendin van aangeefster. Hof heeft bij dat oordeel niet enkel betrokken dat vriendin naar aangeefster is toegerend, aangeefster verward aantrof, dat aangeefster overstuur was en hard moest huilen en dat aangeefster daarna bij vriendin en moeder van vriendin huilend op bank vertelde wat er was voorgevallen. Bij dat oordeel heeft hof eveneens betrokken dat aangeefster bij vriendin thuis is geweest, dat zij zonder iets te zeggen is vertrokken, dat aangeefster haar vriendin om 00:20 uur appte, dat vriendin de aangeefster daarop om 00:25 uur heeft gebeld om uitleg te vragen, dat tijdstip van dit telefoongesprek overeenstemt met tijdstip waarop verdachte al bezig was aangeefster aan te randen, en dat vriendin heeft verklaard “dat zij het vreemd vond hoe aangeefster tijdens hun telefoongesprek herhaaldelijk en indringend aan haar vroeg om haar achtergelaten jas te komen brengen en dat zij daardoor opeens soort angst voelde en voelde dat er iets aan de hand was”. Opvatting dat getuige, om voldoende steun te kunnen bieden aan verklaringen van aangeefster, bewezenverklaarde gedraging zelf moet hebben waargenomen, vindt geen steun in recht. Volgt verwerping.
Medeplegen diefstal d.m.v. braak van fatbike, art. 311.1.4 en 311.1.5 Sr. Toepassing taakstrafverbod bij vordering tot tenuitvoerlegging van voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf, art. 6:6:21 Sv jo. 22b Sr. Kon hof oordelen dat taakstrafverbod in de weg staat aan omzetten van eerder voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf van 4 weken in taakstraf? Bij stukken bevindt zich Uittreksel Justitiële Documentatie dat o.m. inhoudt dat verdachte: A) bij onherroepelijk vonnis van Pr van 8-10-2020 is veroordeeld tot o.m. taakstraf van 60 uren, subsidiair 30 dagen hechtenis, en dat die vervangende hechtenis is tenuitvoergelegd van 6/4/2022 tot en met 3/5/2022; en B) bij onherroepelijk vonnis van Pr van 21-7-2023 is veroordeeld tot gevangenisstraf van 6 weken, waarvan 4 weken voorwaardelijk met proeftijd van 2 jaren. Rechter die beslist over vordering van OM tot tul van eerder voorwaardelijk opgelegde straf kan o.g.v. art. 6:6:21.2 Sv tul van taakstraf gelasten, i.p.v. het bevelen van tul van vrijheidsstraf. In art. 6:6:21.2 (tweede volzin) Sv is art. 22b Sr van overeenkomstige toepassing verklaard, zodat in gevallen waarin art. 22b Sr oplegging van taakstraf niet toeliet, ook geen taakstraf wordt gelast i.p.v. bevel tot tul van vrijheidsstraf. Rechter die beslist over vordering van OM a.b.i. art. 6:6:21.1 Sv moet daarom zo nodig nagaan of, als o.g.v. art. 6:6:21.2 (eerste volzin) Sv taakstraf wordt gelast, dat feitelijk leidt tot bestraffing van feit waarvoor voorwaardelijke vrijheidsstraf is opgelegd die niet in overeenstemming is met art. 22b Sr. Bij die beoordeling neemt rechter o.g.v. art. 22b Sr eventuele andere straffen in aanmerking die voor dat feit aan veroordeelde zijn opgelegd. V.zv. bij beslissing op de in art. 6:6:21.1 Sv bedoelde vordering de vraag aan de orde komt of aan de in art. 22b.2 Sr genoemde voorwaarden wordt voldaan, onder “door hem begaan feit” moet worden verstaan feit waarvoor verdachte is veroordeeld tot voorwaardelijk opgelegde straf waarvan tul wordt gevorderd (vgl. HR:2019:255). Art. 22b.3 Sr staat in de in art. 22b.1 en 22b.2 Sr vermelde gevallen de oplegging van taakstraf toe, als naast taakstraf ook onvoorwaardelijke vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel wordt opgelegd (vgl. HR:2018:202). Hof heeft kennelijk geoordeeld dat onder A genoemde (veroordeling tot) taakstraf, o.g.v. art. 22b.2 Sr eraan in de weg staat dat voorwaardelijk deel van de onder B genoemde gevangenisstraf o.g.v. art. 6:6:21.2 (eerste volzin) Sv wordt omgezet in taakstraf. In licht van wat hiervoor is vooropgesteld, getuigt dat oordeel van onjuiste rechtsopvatting. Voor beantwoording van vraag of hof i.p.v. bevel tot tul van gevangenisstraf de tul van taakstraf kon gelasten, is immers bepalend dat voor het door verdachte in strafzaak onder B begane feit een gedeeltelijk onvoorwaardelijke gevangenisstraf is opgelegd. In zo’n geval maakt art. 6:6:21.2 Sv jo. 22b.3 Sr het mogelijk dat rechter de tul van taakstraf gelast i.p.v. bevel tot tul van voorwaardelijk deel van opgelegde gevangenisstraf. Volgt (partiële) vernietiging t.a.v. beslissing op vordering tul en terugwijzing.
Jeugdzaak. Voortgezette handeling van openlijke geweldpleging (art. 141.1 Sr) en beschadiging van auto (art. 350.1 Sr). Vrijspraak in eerste aanleg. Bewijsklacht opzet op geweldshandelingen. HR: Om redenen vermeld in CAG leidt middel niet tot cassatie. CAG: Hof heeft geoordeeld dat verdachte niet enkel groep getalsmatig heeft versterkt maar dat hij ook opzet heeft gehad op geweldshandelingen en daaraan voldoende significante bijdrage heeft geleverd. Uit de voor bewijs gebruikte verklaring van ex-vriendin van verdachte blijkt dat verdachte (na het kapot slaan van ruiten) 3 maal met zijn vuist in gezicht van aangever heeft geslagen. Mede op grond daarvan volgt in voldoende mate uit bewijsvoering dat verdachte een voldoende significante bijdrage aan geweldpleging van aangever (door 2 anderen) heeft geleverd. In bewijsvoering ligt besloten dat ook geweldshandelingen tegen (willekeurige) inzittenden van auto door verdachte en medeverdachten niet werden geschuwd en daarmee eveneens dat verdachte niet enkel (passief) aanwezig was bij openlijk gepleegd geweld, in aanmerking genomen dat in cassatie niet wordt betwist ’s hofs oordeel dat sprake is van voortgezette handeling en daarmee dus van 1 ongeoorloofd wilsbesluit. Volgt verwerping.
Deze index komt uit de open data van de Rechtspraak (uitspraken.rechtspraak.nl). Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd, met een link naar de volledige uitspraak bij de bron. Rechterspagina's zijn een registratie van publicaties, geen beoordeling. Klopt er iets niet?
