Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handenPlace4Law
Openbare bron · Rechtspraak.nl

Gepubliceerde uitspraken

Index van openbaar gepubliceerde uitspraken van de Rechtspraak, met het gerecht en de rechters en advocaten die in de uitspraak genoemd worden. Van elke zaak tonen we de metadata en de inhoudsindicatie; de volledige uitspraak lees je bij de bron.

20000uitspraken
2174rechters
Zoeken & filteren
Wis filters

Uitspraken met mr. A.J.H.W.M. Versteeg

3 uitspraken · nieuwste eerst · pagina 1 van 1

Rechtbank Noord-Holland08-10-2026

Wkkgz. Aanwijzing. Voorlopige voorziening. Onderdeel 1 van de aanwijzing houdt in dat verzoeksters binnen drie maanden de behandeling van patiënten met het ongeregistreerde geneesmiddel dan wel enig ander lidocaïnebevattend niet-geregistreerd geneesmiddel staken, tenzij zij de behandeling voortzetten binnen een klinische proef die voldoet aan de geldende wet- en regelgeving. Vast staat dat er op dit moment geen wetenschappelijke basis is voor de betreffende behandeling met het ongeregistreerde geneesmiddel, terwijl het verzoeksters onder voorwaarden is toegestaan hun patiënten met het geregistreerde geneesmiddel of een ander lidocaïnebevattend geregistreerd geneesmiddel te behandelen, welk alternatief door de minister ook is genoemd en door verzoeksters is niet onderbouwd waarom deze alternatieven voor elk van de individuele patiënten niet adequaat is en bovendien is niet gebleken dat verzoeksters vaart zetten achter het opzetten van een klinische proef, of anderszins activiteiten ontplooien om wetenschappelijk basis voor de behandeling te verkrijgen. Onder deze omstandigheden is de voorzieningenrechter van oordeel dat het belang van de minister bestaande uit de veiligheid voor de volksgezondheid bij handhaving van het besluit, meer in het bijzonder het houden van toezicht op de naleving van de Wkkgz en daarmee goede zorg en de patiëntveiligheid, in dit geval zwaarder weegt dan het belang van verzoeksters en de betrokken patiënten bij een schorsing van het besluit.

ECLI:NL:RBNHO:2026:13680Bekijk zaak
Rechtbank Rotterdam23-09-2026

Einde samenwerking tussen medisch specialist en ziekenhuis. In de omstandigheden van het moment was definitieve ontzegging van de toegang tot het ziekenhuis geen proportionele, zorgvuldige reactie op de conflictsituatie. Er had onderzoek moeten plaatsvinden naar alternatieven. Het ziekenhuis is daarom wegens onrechtmatig handelen aansprakelijk voor schade. Het handelen van de arts dat de aanleiding vormde voor twee voorlopige ontzeggingen heeft bijgedragen aan het ontstaan van de schade. Dit aandeel (eigen schuld) begroot de rechtbank op 30%. De hoogte van de schade moet in een vervolgprocedure worden vastgesteld als partijen het daarover in onderling overleg niet eens worden.

ECLI:NL:RBROT:2026:12512Bekijk zaak
Rechtbank 's-Gravenhage13-11-2007

Achmea beoogt met haar vorderingen de buitenwerkingstelling van de algemeen verbindende voorschriften waarmee het stelsel van de contracteerruimte in de AWBZ in het leven is geroepen. De kern van het geschil wordt gevormd door de vraag of het stelsel van kostenbeheersing (met de contracteerruimten en de daarmee verbonden budgettaire plafonds) waarop de Aanwijzing en de gewraakte beleidsregel zijn gebaseerd, in algemene zin of door de wijze waarop het jegens Achmea wordt uitgevoerd onrechtmatig is doordat de zorgaanspraken van AWBZ-verzekerden daardoor worden beperkt of beknot. Aan de rechter komt op dit punt een volledige toetsing toe omdat deze zorgaanspraken een hard gegeven zijn. De Staat en de NZa hebben de vrijheid, en binnen de voor hen geldende kaders de plicht, om de kosten van de gezondheidszorg te beteugelen. Kostenbeheersing is een publieke, in de wetgeving verankerde taak. In de keuze van de (bestuurlijke en juridische) middelen zijn de betrokken overheidsorganen in hoge mate vrij. In dit opzicht past de rechter terughoudendheid. Maar de rechter kan wel steeds in volle omvang beoordelen of de zorgaanspraken op grond van de AWBZ gewaarborgd blijven. Het is aan Achmea om de feiten te stellen - en tegenover de betwisting daarvan door de Staat en de NZa in voldoende mate aannemelijk te maken - dat patiënten die bij haar verzekerd zijn of voor wie haar zorgkantoor werkzaam is, ondanks haar maximale inspanning niet de AWBZ-zorg kunnen krijgen waarop zij recht hebben. Binnen het beperkte kader van dit kort geding moet worden geoordeeld dat zij hierin niet is geslaagd. Dit leidt tot de conclusie dat binnen het beperkte kader van dit kort geding niet aannemelijk is geworden dat de contracteerruimte aanspraken van verzekerden frustreert. Alle vorderingen van Achmea worden derhalve afgewezen, met verwijzing van Achmea in de kosten van dit geding.

ECLI:NL:RBSGR:2007:BB7623Bekijk zaak

Deze index komt uit de open data van de Rechtspraak (uitspraken.rechtspraak.nl). Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd, met een link naar de volledige uitspraak bij de bron. Rechterspagina's zijn een registratie van publicaties, geen beoordeling. Klopt er iets niet?