Gepubliceerde uitspraken
Index van openbaar gepubliceerde uitspraken van de Rechtspraak, met het gerecht en de rechters en advocaten die in de uitspraak genoemd worden. Van elke zaak tonen we de metadata en de inhoudsindicatie; de volledige uitspraak lees je bij de bron.
Uitspraken met mr. Z.M. Nasir
6 uitspraken · nieuwste eerst · pagina 1 van 1
Verzoek tot het treffen van voorlopige voorziening, strekkende tot schorsing van het besluit van 29 september 2026, waarbij de burgemeester van Rotterdam aan verzoeker op grond van artikel 172, derde lid, van de Gemeentewet een gebiedsverbod voor het centrum van Rotterdam heeft opgelegd dat ingaat op donderdag 1 oktober 2026 om 20:00 uur en geldt tot maandag 5 oktober 2026, 08:00 uur. Ter zitting is namens verzoeker betoogd dat het gebiedsverbod hem niet enkel in zijn bewegingsvrijheid beperkt, maar ook een beperking van zijn grondrechten tot gevolg heeft. Nu het hem feitelijk onmogelijk wordt gemaakt om op 2 oktober 2026 op te treden in Club Villa Thalia, wordt hij onder meer beperkt in zijn artistieke vrijheid, onderdeel van het recht op vrije meningsuiting van artikel 7, derde lid, van de Grondwet, en het recht op vrije arbeidskeuze en beroepsuitoefening van artikel 19, derde lid, van de Grondwet. De voorzieningenrechter stelt vast dat als gevolg van het gebiedsverbod het voor verzoeker feitelijk onmogelijk is om – tegen betaling – op te treden als artiest op 2 oktober 2026 in Club Villa Thalia. De voorzieningenrechter is er niet van overtuigd dat er met dit feitelijk onmogelijk maken van een concreet optreden van verzoeker, géén sprake zou zijn van een inperking van de grondrechten van verzoeker. Artikel 172, derde lid, van de Gemeentewet biedt naar voorlopig oordeel dan ook geen grondslag om het gebiedsverbod op te leggen. De voorzieningenrechter wijst het verzoek daarom toe en treft de voorlopige voorziening dat het besluit van 29 september 2026 per direct wordt geschorst.
Vovo; APV; sluiting drie maanden horeca- en seksinrichting; bevoegdheid burgemeester onvoldoende gemotiveerd; verzoek toegewezen.
Bij besluit van 10 december 2024 heeft de burgemeester van Rijswijk een aanvraag van [appellant] om verlenging van de exploitatievergunning voor [eetcafé], gevestigd op het adres [locatie] te Rijswijk (het perceel), afgewezen. De burgemeester heeft de aanvraag om verlenging van deze vergunning op grond van artikel 2:28, tweede lid, van de Algemene Plaatselijke Verordening Rijswijk 2024 (APV) afgewezen, omdat de exploitatie volgens hem in strijd is met het Omgevingsplan gemeente Rijswijk (het omgevingsplan). De burgemeester heeft daarbij in aanmerking genomen dat vanaf 2020 meerdere overtredingen in de onderneming van [appellant] zijn geconstateerd. Bij verschillende controles in 2020 en 2023 is vastgesteld dat geen sprake is van een eetcafé, maar van een shisha-lounge (waterpijpcafé). [appellant] heeft ondanks het aanzeggen van handhaving zijn bedrijfsvoering niet in overeenstemming gebracht met de voor een eetcafé verleende exploitatievergunning.
Bij besluit van 17 mei 2024 heeft de korpschef van politie de toestemming voor [appellant] om beveiligingswerkzaamheden te verrichten, ingetrokken. [appellant] werkt 35 jaar als beveiligingsmedewerker. Hij had van de korpschef sinds 19 juli 2021 toestemming als bedoeld in artikel 7, tweede lid, van de Wpbr om voor SA-INT Security B.V. beveiligingswerkzaamheden te verrichten. Op 5 augustus 2023 heeft een incident plaatsgevonden tussen [appellant] en een bezoeker van café ’t Neutje in Hengelo, waar [appellant] werkzaam was. Er zijn hiervan beelden door cameratoezicht opgenomen en er zijn drie processen-verbaal opgemaakt, van 3 november 2023, 9 november 2023 en 12 april 2024. De korpschef stelt zich op het standpunt dat uit de camerabeelden en de processen-verbaal blijkt dat [appellant] disproportioneel geweld heeft gebruikt en daarom niet over de betrouwbaarheid beschikt die nodig is om als beveiliger te werken. Hij heeft daarom de toestemming ingetrokken op grond van artikel 7, vijfde lid, van de Wpbr.
Bij besluit van 26 januari 2023 heeft de burgemeester de sluitingstijd van [café] voor de duur van één maand teruggebracht met drie uur. [appellant] is de exploitant van [café], gelegen aan de [locatie] in Rotterdam. In de op 15 december 2019 verleende exploitatievergunning zijn voorschriften gesteld aan de openingstijden en geluidsnormen. Ook is in de exploitatievergunning een waarschuwing opgenomen naar aanleiding van een eerdere overtreding van de geluidsnormen. Op 20 november 2022 zijn politieagenten om 01:11 uur ter plaatse geweest naar aanleiding van een melding van geluidsoverlast. Zij constateerden dat er op dat moment zonder ontheffing livemuziek werd gespeeld. Om 02:20 uur bleek het café nog niet gesloten, ondanks de verplichte sluitingstijd van 02:00 uur, en was de muziek nog steeds buiten hoorbaar. De politie heeft de constateringen van die avond opgenomen in de bestuurlijke rapportage van 29 november 2022. De burgemeester heeft bij het besluit van 9 maart 2023 [café] geheel gesloten voor de duur van één maand, omdat geen gevolg is gegeven aan de eerder opgelegde bestuurlijke maatregel van 26 januari 2023.
De burgemeester heeft in redelijkheid de sluitingstijd van het café kunnen terugbrengen en het café kunnen sluiten voor de duur van één maand.
Deze index komt uit de open data van de Rechtspraak (uitspraken.rechtspraak.nl). Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd, met een link naar de volledige uitspraak bij de bron. Rechterspagina's zijn een registratie van publicaties, geen beoordeling. Klopt er iets niet?
