Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handenPlace4Law
Openbare bron · Rechtspraak.nl

Gepubliceerde uitspraken

Index van openbaar gepubliceerde uitspraken van de Rechtspraak, met het gerecht en de rechters en advocaten die in de uitspraak genoemd worden. Van elke zaak tonen we de metadata en de inhoudsindicatie; de volledige uitspraak lees je bij de bron.

20000uitspraken
2174rechters
Zoeken & filteren
Wis filters

Uitspraken met mr. D.W.E. Sternfeld

1 uitspraak · nieuwste eerst · pagina 1 van 1

Hoge Raad02-06-2026

Medeplegen poging tot diefstal met (bedreiging met) geweld van horloge, art. 312.2.2 Sr. Vordering benadeelde partij t.z.v. immateriële schade, art. 6:106.b BW. Hoe moeten algemene regels over stellen en betwisten van feiten worden toegepast in elk van de in HR:2019:793 weergegeven 3 categorieën van gevallen waarin rechter moet oordelen over vordering tot vergoeding van immateriële schade wegens aantasting in persoon ‘op andere wijze’? HR herhaalt relevante overwegingen uit HR:2019:793 m.b.t. immateriële schadevergoeding wegens aantasting in persoon ‘op andere wijze’. Uitgangspunt is dat slechts aanspraak bestaat op vergoeding van immateriële schade v.zv. wet bepaalt dat die schade voor vergoeding in aanmerking komt. Deze wettelijke beperking van recht op schadevergoeding brengt mee dat als rechter vergoeding van immateriële schade toekent, grondslag daarvoor aandacht verdient. Rechtsoverweging 2.4.5 van HR:2019:793 heeft betrekking op beoordeling van vordering b.p. tot vergoeding van immateriële schade wegens aantasting in persoon ‘op andere wijze’ a.b.i. art. 6:106.b BW. Het gaat dus om immateriële schade die niet voortvloeit uit lichamelijk letsel of aantasting van eer of goede naam van benadeelde. HR geeft uiteenzetting t.a.v. regels over stellen en betwisten m.b.t. 3 categorieën van gevallen waarin aantasting in persoon ‘op andere wijze’ kan worden aangenomen: er is sprake van geestelijk letsel, bestaan van geestelijk letsel kan niet naar objectieve maatstaven worden aangenomen en (in uitzonderlijke gevallen) zonder dat in rechte is komen vast te staan welke concrete gevolgen de benadeelde heeft ondervonden van normschending. Hof heeft vordering tot vergoeding van immateriële schade van b.p. als gevolg van bewezenverklaard medeplegen van poging tot diefstal met (bedreiging met) geweld toegewezen tot € 2.000, vermeerderd met wettelijke rente. Dat oordeel is ontoereikend gemotiveerd, mede in aanmerking genomen dat deze vordering namens verdachte gemotiveerd is betwist. Daarbij is van belang dat uit ’s hofs overwegingen niet kan worden afgeleid op welke in art. 6:106 BW vermelde grond en op welke door hof vastgestelde omstandigheden het hof de toewijzing van vordering b.p. heeft gebaseerd. Dat brengt mee dat ook oplegging van de in art. 36f Sr voorziene maatregel niet in stand kan blijven (vgl. HR:2019:901). Volgt (partiële) vernietiging en terugwijzing t.a.v. vordering b.p. t.z.v. immateriële schade en oplegging van schadevergoedingsmaatregel.

ECLI:NL:HR:2026:822Bekijk zaak

Deze index komt uit de open data van de Rechtspraak (uitspraken.rechtspraak.nl). Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd, met een link naar de volledige uitspraak bij de bron. Rechterspagina's zijn een registratie van publicaties, geen beoordeling. Klopt er iets niet?