Gepubliceerde uitspraken
Index van openbaar gepubliceerde uitspraken van de Rechtspraak, met het gerecht en de rechters en advocaten die in de uitspraak genoemd worden. Van elke zaak tonen we de metadata en de inhoudsindicatie; de volledige uitspraak lees je bij de bron.
Uitspraken met mr. G.J. van der Graaf
10 uitspraken · nieuwste eerst · pagina 1 van 1
Terugkeerbesluit en inreisverbod, verblijfplaats eiser, beroep gegrond
Bij besluit van 7 mei 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen en een inreisverbod tegen hem uitgevaardigd.
Asiel, Bulgarije, internationale bescherming, interstatelijk vertrouwensbeginsel. belang van het kind, ongegrond.
Bij besluit van 17 oktober 2024 heeft de minister een verzoek om opheffing van het tegen appellant uitgevaardigde inreisverbod, afgewezen.
Bij besluit van 26 februari 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie bepaald dat appellant wordt overgedragen aan Duitsland. De minister heeft op 8 augustus 2024 een terugnameverzoek ingediend bij de Roemeense autoriteiten. Die autoriteiten hebben dat verzoek op 14 augustus 2024 geweigerd, omdat Duitsland verantwoordelijk zou zijn voor de behandeling van het asielverzoek. Naar aanleiding daarvan heeft de minister op 19 augustus 2024 een terugnameverzoek ingediend bij de Duitse autoriteiten, maar die autoriteiten weigerden dat verzoek op 21 augustus 2024, omdat Roemenië volgens de Duitse autoriteiten verantwoordelijk zou zijn. De overdrachtstermijn tussen Roemenië en Duitsland zou volgens de Duitse autoriteiten namelijk eindigen op 30 november 2024. Naar aanleiding van die weigering heeft de minister op 21 augustus 2024 aan de Roemeense autoriteiten verzocht om de eerdere weigering van 14 augustus 2024 te heroverwegen. De Roemeense autoriteiten hebben dat gedaan en het terugnameverzoek geaccepteerd op 27 augustus 2024. De minister stelt zich op het standpunt dat de termijn om een terugnameverzoek bij de Duitse autoriteiten in te dienen is aangevangen op 13 februari 2025, het moment dat de Roemeense autoriteiten aan de minister te kennen hebben gegeven dat de verantwoordelijkheid voor de behandeling van het asielverzoek van appellant op Duitsland is overgegaan. Appellant stelt zich op het standpunt dat de termijn is aangevangen op 1 december 2024, te weten het moment dat Duitsland verantwoordelijk is geworden voor de behandeling van het asielverzoek van appellant.
Bij besluit van 3 oktober 2023 heeft de minister van Buitenlandse Zaken de aanvraag van [appellant] om een Nederlands paspoort niet in behandeling genomen. [appellant] is geboren in Vietnam en heeft een Vietnamese moeder en een Nederlandse vader. Op 28 september 2023 heeft [appellant] een aanvraag gedaan voor een Nederlands paspoort. Bij het besluit van 3 oktober 2023 heeft de minister laten weten de aanvraag niet in behandeling te nemen. Het is de minister namelijk niet bekend of de vader [appellant] heeft erkend, omdat op de geboorteakte alleen zijn moeder als informant is opgenomen. Daarmee heeft [appellant] niet de Nederlandse nationaliteit verkregen en kan hij geen Nederlands paspoort aanvragen. Bij het besluit van 28 maart 2024 is de minister bij zijn beslissing gebleven en heeft de minister het bezwaar kennelijk ongegrond verklaard.
Asiel, gegrond wegens strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel, rechtsgevolgen in stand gelaten.
Aanvraag opheffing zwaar inreisverbod, 1 F, A.A.- arrest, Kühne & Heitz. Het beroep is ongegrond.
RWNL; Ranov; twijfel herkomst ivm taalanalyse; beroep ongegrond.
Prejudiciële vragen geloofwaardigheidsbeoordeling asiel – vanaf 1 juli 2024 beoordeelt verweerder de geloofwaardigheid van een asielrelaas op een andere wijze – verweerder stelt eerst de asielmotieven vast, beoordeelt dan of deze asielmotieven volledig met authentieke en/of objectief verifieerbare documenten en/of objectieve openbare bronnen zijn onderbouwd en zo niet, of de asielzoeker aan alle in artikel 31, zesde lid, van de Vw 2000 (die identiek zijn aan 4, vijfde lid, van richtlijn 2011/95) genoemde voorwaarden voldoet – als dit niet zo is, dan wordt het asielrelaas ongeloofwaardig geacht. De rechtbank vraagt zich of deze werkwijze verenigbaar is met artikel 4 van richtlijn 2011/95, artikel 10, derde lid onder b, van richtlijn 2013/32 en artikelen 4 en 18 van het Handvest – door de beoordeling van het asielverzoek te beperken tot artikel 4, vijfde lid, van richtlijn 2011/95, lijkt geen invulling te worden gegeven aan lid 1 tot en met 4 van deze bepaling en worden onder meer de andere elementen die als ondersteuning van de verklaringen kunnen dienen, niet of onvoldoende betrokken bij de geloofwaardigheidsbeoordeling en lijkt geen sprake te zijn van een volledig en grondig onderzoek van de beschermingsbehoefte. Verzoekster legt aan haar asielverzoek ten grondslag dat een man, die lid is van een gewapende groepering, om de hand van haar dochter heeft gevraagd, welk verzoek door haar en haar dochter herhaaldelijk is afgewezen. Deze man heeft verzoekster en wijlen haar echtgenoot aangevallen en van dit incident heeft verzoekster aangifte gedaan bij de rechtbank in haar land van herkomst. - Verzoekster en wijlen haar man zijn vervolgens gevlucht, de dochter is in het land van herkomst ondergedoken. Aan verzoekster zijn voorwaarden c en d tegengeworpen. Bij voorwaarde c is niet onderzocht of de door eiseres overgelegde aangifte of algemene landeninformatie steunbewijs vormt voor haar verklaringen – verweerder vindt de redenen die eiseres geeft voor het niet binnen 48 uur na inreis indienen van een asielverzoek niet verschoonbaar, dit betekent reeds dat de verklaringen van eiseres ongeloofwaardig worden geacht en dit lijkt in strijd met artikel 10, eerste lid, van richtlijn 2013/32. De rechtbank legt als tweede prejudiciële vraag aan het Hof de vraag voor of de rechter, net als bij het controleren van de rechtmatigheid van een terugkeerbesluit, bij het beoordelen van de rechtmatigheid van de afwijzing van een asielverzoek, zo nodig ambtshalve de eerbiediging van het refoulementbeginsel moet controleren. De rechtbank verzoekt het Hof om de vragen in de versnelde procedure te behandelen (PPA). De rechtbank schorst de behandeling van het beroep en houdt in afwachting van de beantwoording van de prejudiciële vragen door het Hof iedere verdere beslissing aan.
Deze index komt uit de open data van de Rechtspraak (uitspraken.rechtspraak.nl). Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd, met een link naar de volledige uitspraak bij de bron. Rechterspagina's zijn een registratie van publicaties, geen beoordeling. Klopt er iets niet?
