Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handenPlace4Law
Openbare bron · Rechtspraak.nl

Gepubliceerde uitspraken

Index van openbaar gepubliceerde uitspraken van de Rechtspraak, met het gerecht en de rechters en advocaten die in de uitspraak genoemd worden. Van elke zaak tonen we de metadata en de inhoudsindicatie; de volledige uitspraak lees je bij de bron.

45000uitspraken
3341rechters
Zoeken & filteren
Wis filters

Uitspraken met mr. R. Verspaandonk

6 uitspraken · nieuwste eerst · pagina 1 van 1

Raad van State14-10-2026

Bij beslissing van 12 maart 2026 heeft de examencommissie het verzoek van [appellant] om te mogen deelnemen aan de graduation internschip afgewezen. [appellant] volgt de bacheloropleiding International Business aan de HZ University of Applied Sciences (HZ). In het derde studiejaar van deze bacheloropleiding moet in het buitenland een minor met een studielast van 30 ECTS worden gevolgd. Het was de bedoeling van [appellant] om vanaf september 2024 een minor te volgen aan CTU Prague. Vanwege een storm is zijn geplande vlucht naar Praag geannuleerd. [appellant] is ook daarna niet afgereisd naar Praag en hij heeft de minor niet gevolgd. Om aan de graduation internship in het vierde studiejaar van de bacheloropleiding te beginnen, moet de minor uit het derde studiejaar zijn afgerond. [appellant] heeft de examencommissie verzocht om de graduation internship te mogen starten, ondanks dat hij de minor niet heeft afgerond. Hij heeft daarbij een beroep gedaan op de hardheidsclausule. De toepassing van de instroomvoorwaarden voor de graduation internship leidt volgens [appellant] in zijn geval tot onevenredige studievertraging.

ECLI:NL:RVS:2026:6089Bekijk zaak
Raad van State14-10-2026

Bij beslissing van 6 mei 2026 heeft de examencommissie de scriptie van [appellant] ongeldig verklaard en hem tot en met 29 juli 2026 uitgesloten van deelname aan het bachelorscriptietraject en enig ander tentamen van een door de faculteit Rechtsgeleerdheid verzorgde opleiding. Bij beslissing van 29 januari 2026 heeft de examencommissie de scriptie van [appellant] ongeldig verklaard en hem tot en met 28 januari 2027 uitgesloten van deelname aan het bachelorscriptietraject en enig ander tentamen van een door de faculteit Rechtsgeleerdheid verzorgde opleiding. De examencommissie heeft deze sanctie opgelegd omdat in het verwijzingsapparaat van zijn bachelorscriptie een aantal niet bestaande bronnen is opgenomen. Volgens de examencommissie duiden deze fictieve bronvermeldingen op ongeoorloofd gebruik van generatieve AI en dus fraude. Omdat [appellant] zich al twee keer eerder schuldig heeft gemaakt aan fraude, acht de examencommissie de opgelegde sanctie passend.

ECLI:NL:RVS:2026:6088Bekijk zaak
Raad van State07-10-2026

Bij beslissing van 23 april 2026 heeft de vakcoördinator [appellant] een onvoldoende gegeven voor het vak Quantitative Methods II. [appellant] volgt een bachelor opleiding aan de School of Business and Economics van de Universiteit van Maastricht. Bij beslissing van 23 april 2026 is zijn resultaat voor het tentamen Quantitative Methods II gepubliceerd via het Student Portal. [appellant] heeft op 24 april 2026 de vakcoördinator gemaild met het verzoek compensatiepunten toe te kennen, in het bijzonder aan studenten die net geen voldoende hadden gehaald. Het tentamen vertoonde namelijk een aantal gebreken. Na het uitblijven van een reactie heeft [appellant] op 15 juni 2026 administratief beroep ingesteld bij het CBE (het college van beroep voor de examens van de Universiteit Maastricht). Het CBE heeft vastgesteld dat het administratief beroep buiten de wettelijke beroepstermijn is ingesteld. De door [appellant] aangevoerde omstandigheid - het uitblijven van een reactie op zijn e-mailbericht aan de vakcoördinator van 24 april 2026 - is niet aangemerkt als een verschoonbare reden voor de termijnoverschrijding.

ECLI:NL:RVS:2026:5902Bekijk zaak
Raad van State02-09-2026

Bij beslissing van 28 oktober 2025 heeft het Centre of International Affairs (het CoIA) namens het College van Bestuur van de Hogeschool Rotterdam vastgesteld dat [appellant] niet voldeed aan de voor hem geldende studienorm en hiervoor geen verschoonbare redenen bekend waren. [appellant] staat sinds 1 september 2022 ingeschreven bij de Hogeschool Rotterdam voor de opleiding tot Verpleegkundige. Omdat hij een verblijfsvergunning heeft met als verblijfsdoel "studie" moet hij elk studiejaar voldoen aan de norm die voortvloeit uit de Wet Modern Migratiebeleid (de MoMi-norm). De MoMi-norm bedraagt 50% van de nominale last per studiejaar. Voor [appellant] geldt een norm van 30 studiepunten per studiejaar. In het studiejaar 2022/23 heeft hij 28 studiepunten gehaald en daarmee niet voldaan aan de MoMi-norm. Wegens zijn persoonlijke omstandigheden heeft het CvB dit verschoonbaar geacht en hem daarom niet afgemeld bij de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND). In het studiejaar 2023/24 heeft [appellant] 54 studiepunten gehaald en daarmee voldaan aan de MoMi-norm. In het studiejaar 2024/25 heeft [appellant] 19 studiepunten gehaald en daarmee te weinig studiepunten om te voldoen aan de MoMi-norm. Op 19 september 2025 is per e-mail aan hem meegedeeld dat melding bij de IND volgt, tenzij er redenen zijn die het niet voldoen aan de MoMi-norm verschoonbaar maken. Bij beslissing van 28 oktober 2025 heeft het CoIA vastgesteld dat die redenen er niet waren.

ECLI:NL:RVS:2026:5157Bekijk zaak
Raad van State05-08-2026

Bij beslissing van 19 augustus 2025 is aan [appellant] meegedeeld dat aan de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) wordt gemeld dat hij gedurende het studiejaar 2024-2025 niet heeft voldaan aan de studievoortgangseis en dat niet is gebleken van een hiervoor bestaande verschoonbare reden. Bij beslissing van 26 november 2025 heeft het college van beroep voor de examens van de Universiteit Leiden (CBE) het daartegen door [appellant] ingestelde administratief beroep ongegrond verklaard. [appellant] heeft in het studiejaar 2024-2025 de bacheloropleiding Data Science and Artificial Intelligence gevolgd. Aan de beslissing van 19 augustus 2025 is ten grondslag gelegd dat [appellant] een verblijfsvergunning voor studie heeft, dat hij daarom ieder studiejaar moet voldoen aan de norm die voortvloeit uit de Wet Modern Migratiebeleid (de MoMi-norm), dat deze norm gelijk is aan 50% van het in dat jaar te halen aantal studiepunten, dat [appellant] deze norm niet heeft gehaald en dat de onvoldoende studievoortgang niet is veroorzaakt door bijzondere omstandigheden. De universiteit zal daarom bij de IND melden dat [appellant] de MoMi-norm niet heeft gehaald.

ECLI:NL:RVS:2026:4512Bekijk zaak
Raad van State11-06-2025

Bij beslissing van 20 september 2024 heeft het college van bestuur van het ROC Da Vinci College [appellant] verwijderd van de opleiding Pedagogisch Werk en van het Da Vinci College, inclusief ontzegging van de toegang tot de schoolgebouwen en terreinen van het Da Vinci College. [appellant] volgt sinds augustus 2023 de opleiding Pedagogisch Werk aan het Da Vinci College. Vanwege ontoelaatbaar gedrag heeft het college bij beslissing van 20 september 2024 [appellant] verwijderd van de opleiding Pedagogisch Werk en van het Da Vinci College, inclusief ontzegging van de toegang tot de schoolgebouwen en terreinen van het Da Vinci College. Hiermee is zijn recht om onderwijs te volgen, inspraak op het onderwijs te leveren en toegang tot de fysieke en digitale voorzieningen te hebben komen te vervallen. In deze beslissing heeft het college ook opgenomen dat [appellant] zich in de toekomst niet kan inschrijven voor andere opleidingen bij het Da Vinci College. Zijn verzoek tot herinschrijving voor de opleiding Pedagogisch Werk in augustus 2025 heeft het college daarom afgewezen.

ECLI:NL:RVS:2025:2510Bekijk zaak

Deze index komt uit de open data van de Rechtspraak (uitspraken.rechtspraak.nl). Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd, met een link naar de volledige uitspraak bij de bron. Rechterspagina's zijn een registratie van publicaties, geen beoordeling. Klopt er iets niet?