Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handenPlace4Law
Openbare bron · Rechtspraak.nl

Gepubliceerde uitspraken

Index van openbaar gepubliceerde uitspraken van de Rechtspraak, met het gerecht en de rechters en advocaten die in de uitspraak genoemd worden. Van elke zaak tonen we de metadata en de inhoudsindicatie; de volledige uitspraak lees je bij de bron.

45000uitspraken
3341rechters
Zoeken & filteren
Wis filters

Uitspraken met mr. F.J.M. Kobossen

46 uitspraken · nieuwste eerst · pagina 1 van 2

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden06-10-2026

Geschil over afwikkeling huurovereenkomst.

ECLI:NL:GHARL:2026:6395Bekijk zaak
Rechtbank Rotterdam22-09-2026

Bestuurlijke boete wegens overtreding van de wet dieren. Eiseres is houder van dieren en heeft vier varkens met een ernstige open wond laten vervoeren. Verdubbeling van het standaardboetebedrag is gerechtvaardigd omdat door het vervoer van vier varkens met een open wond op een transport het dierenwelzijn ernstig is geschaad. Verhoging van de boete wegens recidive is niet onredelijk of onevenredig. Verweerder heeft de boete met 15 procent van het standaardboetebedrag gematigd vanwege tijdsverloop van 15 maanden tussen het constateren van de overtreding en het opstellen van het rapport van bevindingen. Geen reden voor verdere matiging van de boete.

ECLI:NL:RBROT:2026:12490Bekijk zaak
College van Beroep voor het bedrijfsleven22-09-2026

Boete wegens fecale bezoedeling van een biggenkarkas. Het College oordeelt dat de hogerberoepsgronden tegen de uitspraak van de rechtbank niet slagen. Het College ziet aanleiding om uitsluitend vanwege overschrijding van de redelijke termijn, de boete te matigen met 10% tot een bedrag van € 2.250,-. Het College vernietigt de uitspraak van de rechtbank voor zover het de hoogte van de boete betreft en stelt de boete vast op € 2.250,-.

ECLI:NL:CBB:2026:457Bekijk zaak
College van Beroep voor het bedrijfsleven22-09-2026

Besluit op bezwaar niet tijdig verdaagd. Ingebrekestelling. Toekenning verbeurde dwangsommen. Boete gematigd wegens overschrijding van de redelijke termijn. Met een e-mail en brief van 18 oktober 2022 heeft de staatssecretaris de ontvangst van het bezwaarschrift aan de gemachtigde van appellante bevestigd. Daarbij heeft hij er op gewezen dat de gronden van het bezwaar ontbreken en de gemachtigde in de gelegenheid gesteld om dit verzuim binnen vier weken te herstellen. Ook heeft hij er op gewezen dat hierdoor de termijn om te beslissen op het bezwaar wordt opgeschort totdat het verzuim is hersteld of de daarvoor gegeven termijn ongebruikt is verstreken. Omdat de beslistermijn niet eerder kan worden opgeschort dan met ingang van de datum waarop die beslistermijn is aangevangen, is deze opschorting niet rechtsgeldig en kan daarmee dus geen rekening worden gehouden (zie de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 3 november 2016 (ECLI:NL:CRVB:2016:4204)). Ook met het per e-mail van 22 november 2022 verstuurde bericht tot verlenging van de termijn voor het nemen van het besluit op bezwaar met zes weken kan geen rekening worden gehouden. Niet in geschil is dat de volgens genoemde e-mail in briefvorm bijgevoegde verdagingsbeslissing de gemachtigde van appellante niet tegelijk met die e-mail heeft bereikt. Vast staat dat de die brief eerst na het verzenden van het op 19 januari 2023 genomen besluit op bezwaar aan de gemachtigde van appellante is toegestuurd en daarmee bekend is gemaakt. Die brief heeft dus niet tot tijdige verdaging geleid. De door een senior adviseur bestuursrecht van de NVWA ondertekende e-mail van 22 november 2022 kan op zichzelf al niet als een rechtsgeldige verdagingsbeslissing worden aangemerkt, omdat de gemachtigde van de staatssecretaris op zitting heeft toegegeven dat ervan moet worden uitgegaan dat deze ambtenaar niet bevoegd was tot het (namens de staatssecretaris) nemen van verdagingsbeslissingen.

ECLI:NL:CBB:2026:456Bekijk zaak
College van Beroep voor het bedrijfsleven15-09-2026

Hoger beroep. Boete vanwege het feit dat de vervoerder een varken vervoerde dat niet geschikt was voor transport, omdat het varken een ernstige open wond vertoonde. Matiging boete vanwege nieuw beleid van de staatssecretaris.

ECLI:NL:CBB:2026:442Bekijk zaak
College van Beroep voor het bedrijfsleven15-09-2026

Hoger beroep. Boete vanwege het feit dat het verboden is dieren te vervoeren of te laten vervoeren op zodanige wijze dat het de dieren waarschijnlijk letsel of onnodig lijden berokkent. Matiging boete vanwege nieuw beleid van de staatssecretaris.

ECLI:NL:CBB:2026:439Bekijk zaak
Rechtbank Rotterdam09-09-2026

Bestuurlijke boete wegens overtreding van de wet dieren. Bestuurlijke boete terecht opgelegd aan de vervoerder omdat de vervoerder vier varkens met een ernstige open wond heeft vervoerd, maar er bestaat aanleiding om de boete te matigen gezien het tijdsverloop tussen de dag van constatering en toezending van het rapport van bevindingen met het voornemen.

ECLI:NL:RBROT:2026:11797Bekijk zaak
College van Beroep voor het bedrijfsleven08-09-2026

Hoger beroep. Bestuurlijke boete vanwege overtreding Transportverordening door vervoeren van een varken dat niet geschikt was voor transport. Vaste gedragslijn voor matiging van boetes. Matiging van 10% in het geval dat de overtreding direct aan de overtreder is aangezegd, maar het rapport van bevindingen niet binnen 37 weken na de constatering van de overtreding aan de overtreder is toegezonden. Het College matigt de boete. De overige hogerberoepsgronden slagen niet.

ECLI:NL:CBB:2026:415Bekijk zaak
College van Beroep voor het bedrijfsleven01-09-2026

Wet dieren. Bestuurlijke boete vanwege overtreding Transportverordening door vervoeren van een varken dat niet geschikt was voor transport. Hogerberoepsgronden slagen niet. Bevestiging uitspraak rechtbank.

ECLI:NL:CBB:2026:407Bekijk zaak
College van Beroep voor het bedrijfsleven01-09-2026

Hoger beroep. Boete voor niet tijdig melding doen van aan- en afvoer van varkens terecht opgelegd. Overschrijding van de redelijke termijn.

ECLI:NL:CBB:2026:404Bekijk zaak
College van Beroep voor het bedrijfsleven01-09-2026

Aan de slachterij is een boete opgelegd vanwege verontreinigde karkassen. Inhoudelijk slagen de gronden niet. De hoogte van de boete wordt gematigd vanwege overschrijding van de redelijke termijn.

ECLI:NL:CBB:2026:402Bekijk zaak
College van Beroep voor het bedrijfsleven01-09-2026

Wet dieren. Bestuurlijke boete vanwege overtreding Transportverordening door vervoeren van een varken dat niet geschikt was voor transport. Hogerberoepsgronden slagen niet. Matiging boete vanwege overschrijding redelijke termijn.

ECLI:NL:CBB:2026:401Bekijk zaak
College van Beroep voor het bedrijfsleven01-09-2026

Wet dieren. Bestuurlijke boete vanwege overtreding Transportverordening bij lossen varken. Hogerberoepsgronden slagen niet. Matiging boete vanwege nieuw beleid staatssecretaris en overschrijding redelijke termijn.

ECLI:NL:CBB:2026:400Bekijk zaak
College van Beroep voor het bedrijfsleven01-09-2026

Wet dieren. Bestuurlijke boete vanwege overtreding Transportverordening door vervoeren van een varken dat niet geschikt was voor transport. Hogerberoepsgronden slagen niet. Matiging boete vanwege nieuw beleid staatssecretaris en overschrijding redelijke termijn.

ECLI:NL:CBB:2026:399Bekijk zaak
College van Beroep voor het bedrijfsleven01-09-2026

Aan de slachterij worden twee boetes opgelegd omdat er karkassen met fecale bezoedelingen zijn aangetroffen. Een van de boetes wordt in de herziene beslissing op bezwaar ingetrokken. Omdat de slachterij hiermee heeft gekregen wat zij wilde bereiken en zij ook geen andere reden heeft aangevoerd waarom zij (alsnog) belang heeft bij beoordeling van het beroep tegen de oorspronkelijke beslissing op bezwaar, wordt haar (hoger) beroep voor zover het op de ingetrokken boete ziet niet-ontvankelijk verklaard. De gronden die de slachterij aanvoert tegen de boete die is gehandhaafd zijn inhoudelijk ongegrond. Vanwege overschrijding van de redelijke termijn wordt deze boete wel gematigd. Omdat de ingetrokken boete niet meer gematigd kan worden krijgt de slachterij een schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.

ECLI:NL:CBB:2026:398Bekijk zaak
Raad van State26-08-2026

Bij besluit van 17 augustus 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Losser [appellant A] en [appellant B] onder oplegging van een dwangsom van € 15.000,00 ineens gelast de overtreding van artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder a en c, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) op het perceel [locatie] in Beuningen (het perceel) te beëindigen en beëindigd houden. [appellant A] en [appellant B] zijn sinds 1996 eigenaar van het perceel. Op dat perceel staat een vergunde recreatiewoning. Daarnaast zijn verschillende bouwwerken aanwezig. Op 15 maart 2022 en 18 juli 2022 hebben toezichthouders van de gemeente Losser het perceel bezocht. Zij hebben geconstateerd dat er op het perceel meerdere bouwwerken in strijd met het ter plaatse geldende bestemmingsplan "Buitengebied" aanwezig zijn. Voor een deel van die bouwwerken is ook niet de benodigde omgevingsvergunning verleend. Het gaat daarbij om een overkapping, een berging van meer dan 9 m2, een schuur met carport en een (hout)opslaghok. Daarnaast zijn een speeltoestel/huisje en een constructieve cirkel geconstateerd, die in strijd met het bestemmingsplan en zonder omgevingsvergunning op het perceel aanwezig zijn.

ECLI:NL:RVS:2026:5027Bekijk zaak
Rechtbank Overijssel26-08-2026

Bewijsopdracht.

ECLI:NL:RBOVE:2026:5933Bekijk zaak
Rechtbank Overijssel25-08-2026

Bewijsopdracht.

ECLI:NL:RBOVE:2026:5380Bekijk zaak
Raad van State29-07-2026

Bij besluit van 25 januari 2023 hebben provinciale staten van Overijssel het inpassingsplan "Springendal en Dal van de Mosbeek" (het inpassingsplan) gewijzigd vastgesteld. Bij besluit van 4 juli 2013 is het gebied ‘Springendal en Dal van de Mosbeek’ aangewezen als Natura 2000-gebied. Dit gebied heeft een oppervlak van 1.338 ha en ligt voor het grootste deel in de gemeente Tubbergen en voor een klein deel in de gemeente Dinkelland op de stuwwal van Ootmarsum. De noordgrens van het gebied wordt gevormd door de grens met Duitsland. Om de maatregelen te kunnen treffen, is voor een deel van de gronden een bestemmingswijziging nodig. Op die gronden, die vooral buiten het Natura 2000-gebied zijn gelegen, heeft het inpassingsplan betrekking. Het plangebied van het inpassingsplan is kleiner dan dat van het inrichtingsplan. [appellant sub 1A] en [appellant sub 1B], [appellant sub 2] en anderen, Textielreiniging ‘Het Springendal’ B.V. en anderen, [appellant sub 3] en maatschap [appellant sub 4] hebben gronden die deel uitmaken van het plangebied. Zij hebben beroep ingesteld tegen het inpassingsplan.

ECLI:NL:RVS:2026:4436Bekijk zaak
Raad van State15-07-2026

Bij twee onderscheiden besluiten van 1 februari 2022 heeft de burgemeester van Apeldoorn zijn besluiten van 26 januari 2022, om met spoedeisende bestuursdwang de bedrijfshal en de bedrijfswoning aan de [locatie] in Apeldoorn te sluiten voor zes maanden, op schrift gesteld. Compromis is eigenaar van de bedrijfshal en [appellant] is eigenaar van de bedrijfswoning aan de [locatie] in Apeldoorn. Naar aanleiding van een Meld Misdaad Anoniem-melding heeft de politie op 26 januari 2022 beide panden doorzocht. In de bedrijfshal zijn goederen en stoffen gevonden die volgens de politie worden gebruikt voor de productie van synthetische (hard)drugs. In de bedrijfswoning is een geladen vuurwapen aangetroffen. Deze bevindingen zijn neergelegd in een bestuurlijke rapportage van 28 januari 2022. Deze bestuurlijke rapportage is aangevuld op 22 februari 2022.

ECLI:NL:RVS:2026:4166Bekijk zaak
Raad van State15-07-2026

Bij twee afzonderlijke besluiten van 20 juli 2022 hebben de burgemeester en het college van burgemeester en wethouders van Apeldoorn de bedrijfswoning onderscheidenlijk de bedrijfshal aan de [locatie] in Apeldoorn aangewezen als vergunningplichtig in de zin van artikel 2:65b van de Algemene Plaatselijke Verordening 2014. Compromis is eigenaar van de bedrijfshal en [appellant] is eigenaar van de bedrijfswoning aan de [locatie] in Apeldoorn. Beide panden werden ten tijde van de besluitvorming verhuurd. Het college heeft beide panden aangewezen als vergunningplichtig in de zin van artikel 2:65b van de APV, omdat de leefbaarheid en/of openbare orde rondom de panden onder druk staat. Op grond van de aanwijzingsbesluiten is het verboden om in de panden zonder vergunning van de burgemeester goederen en diensten aan te bieden, te verkopen en te leveren.

ECLI:NL:RVS:2026:4153Bekijk zaak
Raad van State10-06-2026

Bij besluit van 5 juli 2022 heeft het college van Gedeputeerde Staten de aanvraag van [appellante] van een omgevingsvergunning afgewezen. [appellante] heeft op 13 november 2020 een vergunning aangevraagd op grond van de destijds geldende Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) voor het bouwen van een bouwwerk, het verrichten van werk of werkzaamheden, het handelen in strijd met het bestemmingsplan en het veranderen van een inrichting en handelingen met gevolgen voor Natura 2000-gebieden. Het college heeft naar aanleiding van deze aanvraag een onderzoek gestart als bedoeld in de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (Wet Bibob). Het college heeft het Landelijk Bureau Bibob (LBB) om een advies gevraagd. Het LBB heeft een advies uitgebracht op 31 januari 2022. Het college heeft op basis van dit advies de aanvraag van [appellante] afgewezen, omdat volgens het college ernstig gevaar bestaat dat de aangevraagde vergunning mede zal worden gebruikt om strafbare feiten te plegen (artikel 3, eerste lid, onder b, van de Wet Bibob; de b-grond). De rechtbank is het college hierin gevolgd.

ECLI:NL:RVS:2026:3347Bekijk zaak
Raad van State18-03-2026

Bij besluit van 20 juni 2022 heeft de burgemeester van Aalten geweigerd de maatschap een ontheffing op grond van artikel 35 van de Alcoholwet te verlenen. Ingevolge artikel 3, eerste lid, van de Alcoholwet is het verboden zonder daartoe strekkende vergunning van de burgemeester het horecabedrijf of slijtersbedrijf uit te oefenen. Ingevolge artikel 35, eerste lid, kan de burgemeester, voor zover hier van belang, ten aanzien van het verstrekken van zwak-alcoholhoudende drank op aanvraag ontheffing verlenen van het in artikel 3 voor de uitoefening van het horecabedrijf gestelde verbod, bij een in de beschikking aangewezen bijzondere gelegenheid van zeer tijdelijke aard.

ECLI:NL:RVS:2026:1558Bekijk zaak
Raad van State18-03-2026

Bij besluit van 4 april 2023 heeft de burgemeester van Aalten aan de maatschap een last onder dwangsom opgelegd. De burgemeester heeft de maatschap bij besluit van 8 april 2022 een last onder dwangsom opgelegd. De maatschap heeft de daarbij vastgestelde maximale dwangsom van € 50.000,00 verbeurd. Zie daarover de uitspraak van heden in zaak nr. 202407806/1/A3. Vervolgens heeft de burgemeester bij het besluit van 4 april 2023 een gelijkluidende nieuwe last opgelegd. Als de maatschap niet aan de last voldoet, dan verbeurt zij een dwangsom van € 50.000,00 per geconstateerde overtreding. De maximaal te verbeuren dwangsom is € 150.000,00. Op basis van door toezichthouders van de gemeente opgestelde controlerapporten heeft de burgemeester vastgesteld dat de maatschap de opgelegde nieuwe last op 16 april 2023, 21 mei 2023 en 20 oktober 2023 heeft overtreden en per overtreding een dwangsom van € 50.000,00 heeft verbeurd. In verband hiermee heeft de burgemeester de invorderingsbesluiten genomen.

ECLI:NL:RVS:2026:1557Bekijk zaak
Raad van State18-03-2026

Bij brieven van 11 juli 2022, 15 maart 2023, 22 maart 2023, 19 juni 2023, 24 juli 2023 en 15 augustus 2023 heeft de burgemeester van Aalten gereageerd op meldingen van de maatschap over te houden incidentele festiviteiten. De maatschap heeft in het kader van deze regels een aantal meldingen gedaan over aan de [locatie] in Aalten te houden festiviteiten. Het gaat om een dansavond, excursies met livemuziek, een personeelsfeest met een DJ, een bedrijfsfeest met een rockband en een jubileum met een live band. De burgemeester heeft op de meldingen gereageerd door erop te wijzen dat op grond van de aan de maatschap verleende exploitatievergunning en Alcoholwetvergunning het houden van feesten, partijen en concerten ter plaatse niet is toegestaan.

ECLI:NL:RVS:2026:1554Bekijk zaak
Raad van State18-03-2026

Bij besluit van 8 april 2022 heeft de burgemeester van Aalten aan de maatschap een last onder dwangsom opgelegd. De burgemeester heeft aan de maatschap de last onder dwangsom opgelegd wegens het zonder de vereiste exploitatievergunning en Drank- en Horecawetvergunning (per 1 juli 2021, Alcoholwetvergunning) laten gebruiken van de Tico Tico Bar aan de [locatie] in Aalten voor feesten en partijen. De maatschap wordt gelast de geplande concerten, feesten en partijen die niet onder categorie 1 van de verleende Alcoholwetvergunning vallen geen doorgang te laten vinden en/of direct te beëindigen. Als de maatschap niet aan de last voldoet, dan verbeurt zij een dwangsom van € 10.000,00 per geconstateerde overtreding. De maximaal te verbeuren dwangsom is € 50.000,00.

ECLI:NL:RVS:2026:1550Bekijk zaak
College van Beroep voor het bedrijfsleven17-03-2026

Boete opgelegd aan exploitant van een biogasinstallatie, omdat deze niet voldeed aan de eisen van de registratie van de bewakingsresultaten. Cautie is tijdig gegeven. Voorafgaand aan verhoor ten onrechte niet gewezen op recht op rechtsbijstand door een raadsman. Omdat tijdens het verhoor geen verklaring is afgelegd, zijn er ook geen bewijsmiddelen verkregen die aan het boetebesluit ten grondslag zijn gelegd. Hierdoor is er ook geen verklaring die uitgesloten zou kunnen worden van het bewijs. Hoger beroepsgronden slagen niet. Wel wordt de boete gematigd wegens overschrijding van de redelijke termijn.

ECLI:NL:CBB:2026:111Bekijk zaak
Rechtbank Rotterdam30-07-2025

Boete opgelegd aan vervoerder omdat varken was vervoerd dat niet geschikt was voor transport omdat het niet op eigen kracht pijnloos kon voortbewegen. De rechtbank ziet geen reden voor twijfel aan de gemotiveerde conclusie van de toezichthouder. De boete is terecht opgelegd.

ECLI:NL:RBROT:2025:9266Bekijk zaak
Rechtbank Rotterdam04-07-2025

Boete van EUR 3.000 voor transport van een niet-transportwaardig dier vanwege een ernstige open wond. Betwisting overtreding, hoogte boete, redelijke termijn. Beroep ongegrond.

ECLI:NL:RBROT:2025:7739Bekijk zaak
Rechtbank Overijssel06-05-2025

Partijen hebben een huurgeschil. Eiser vordert een verklaring voor recht, inhoudende dat de huur rechtsgeldig is opgezegd, althans ontbinding van de huurovereenkomst, ontruiming van het gehuurde en betaling van (achterstallige) huurverhoging, nutsvoorzieningen, en een gebruiksvergoeding. gedaagde is van mening dat de huurovereenkomst niet rechtsgeldig is opgezegd, althans dat deze niet ontbonden kan worden. Daarnaast meent gedaagde dat zij de huurverhoging, kosten voor nutsvoorzieningen en de gebruiksvergoeding niet verschuldigd is. De kantonrechter is van oordeel dat de huurovereenkomst niet rechtsgeldig is opgezegd en dat er geen grond is voor ontbinding van de huurovereenkomst. Ook de geldvorderingen worden afgewezen.

ECLI:NL:RBOVE:2025:2933Bekijk zaak

Deze index komt uit de open data van de Rechtspraak (uitspraken.rechtspraak.nl). Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd, met een link naar de volledige uitspraak bij de bron. Rechterspagina's zijn een registratie van publicaties, geen beoordeling. Klopt er iets niet?