Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen
Openbare bron · Rechtspraak.nl

Gepubliceerde uitspraken

Index van openbaar gepubliceerde uitspraken van de Rechtspraak, met het gerecht en de rechters en advocaten die in de uitspraak genoemd worden. Van elke zaak tonen we de metadata en de inhoudsindicatie; de volledige uitspraak lees je bij de bron.

45000uitspraken
3341rechters
Zoeken & filteren
Wis filters

Uitspraken met mr. F. Visser

4 uitspraken · nieuwste eerst · pagina 1 van 1

Rechtbank Noord-Holland15-10-2026

De rechtbank veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 13 jaar wegens poging tot moord. De verdachte heeft met een vuurwapen gericht op het slachtoffer geschoten. Het slachtoffer is daardoor geraakt in zijn bovenbeen. De verdachte probeerde hierna nogmaals te schieten maar het wapen blokkeerde. Het slachtoffer rende zigzaggend weg. De verdachte verhielp de storing aan het wapen en schoot al rennend een tweede keer in de richting van het slachtoffer. Voorwaardelijk opzet op de dood van het slachtoffer. De verdachte had zwavelzuur bij zich met de intentie om dit over het slachtoffer heen te gieten/gooien. Voorbedachte raad. Vrijspraak medeplegen. Geen ambtshalve oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. Beslagbeslissingen.

ECLI:NL:RBNHO:2026:14090Bekijk zaak
Hoge Raad01-09-2026

Medeplegen diefstal met valse sleutel, art. 311.1 Sr. Vrijspraak in eerste aanleg. 1. Bewijsklacht gebruik voor bewijs van p-v’s van herkenning en DNA-match. 2. Bewijsklacht strafverzwarende omstandigheid dat medeplegen van diefstal “d.m.v. valse sleutel” heeft plaatsgevonden. Ad 1. HR: Om redenen vermeld in CAG leidt middel niet tot cassatie. CAG: Gelet op selectie- en waarderingsvrijheid van feitenrechter en in aanmerking genomen hetgeen door verdediging is aangevoerd over betrouwbaarheid van p-v’s van herkenning, is ‘s hofs oordeel dat het geen reden heeft te twijfelen aan betrouwbaarheid van betreffende herkenningen niet onbegrijpelijk. Voorts is ’s hofs oordeel dat door verdediging geschetst alternatief scenario (mogelijkheid dat DNA van verdachte op bakje terecht is gekomen bij bezoek aan winkel) niet aannemelijk is geworden, evenmin onbegrijpelijk, gelet op wat door verdediging is aangevoerd en motivering die hof aan zijn oordeel ten grondslag heeft gelegd. Ad 2. HR: Om redenen vermeld in CAG is klacht terecht voorgesteld. Dit leidt echter bij gebrek aan belang niet tot cassatie. Bij weglating uit bewezenverklaring van gedeelte dat ziet op “d.m.v. valse sleutel”, worden aard en ernst van bewezenverklaarde niet wezenlijk aangetast, gelet op ‘s hofs strafmotivering en mede in aanmerking genomen dat ook is bewezenverklaard dat diefstal is begaan onder strafverzwarende omstandigheid “door 2 of meer verenigde personen” en dat die door hof opgelegde straf ver onder strafmaximum van art. 311.1 Sr ligt. Volgt verwerping.

ECLI:NL:HR:2026:1375Bekijk zaak
Rechtbank Midden-Nederland18-08-2026

Verdachte ontoerekeningsvatbaar. Verdachte leed ten tijde van de feiten aan een stoornis, waardoor hij, hoewel hij kon begrijpen dat de feiten wederrechtelijk waren, niet in staat was in overeenstemming daarmee te handelen. Geen straf of maatregel. Vorderingen van benadeelde partijen niet-ontvankelijk.

ECLI:NL:RBMNE:2026:5640Bekijk zaak
Hoge Raad14-07-2026

Art. 416.2 Sv na veroordeling t.z.v. gevaar in verkeer veroorzaken (art. 5a WVW 1994), verlaten plaats ongeval (art. 7.1.b WVW 1994), rijden onder invloed (art. 8.1 WVW 1994) en rijden terwijl verdachte wist dat zijn rijbewijs ongeldig was verklaard (art. 9.2 WVW 1994). Aanwezigheidsrecht. Na betekening dagvaarding in hoger beroep d.m.v. uitreiking aan medewerker OM maar vóór tz. in h.b. heeft verdachte zich alsnog op adres ingeschreven in BRP. Kon hof (enkelvoudige kamer) aannemen dat verdachte geen (BRP-)adres had en verstek verlenen tegen niet verschenen verdachte? Als dagvaarding van verdachte die geen bekende woon- of verblijfplaats in Nederland heeft, rechtsgeldig is betekend en verdachte niet ttz. is verschenen en zijn raadsman ook niet, kan rechter (behalve bij duidelijke aanwijzingen van tegendeel) uitgaan van vermoeden dat verdachte vrijwillig afstand heeft gedaan van zijn recht om in zijn aanwezigheid te worden berecht (vgl. HR:2002:AD5163). Mogelijkheid bestaat echter dat achteraf moet worden vastgesteld dat aan recht van verdachte om in zijn aanwezigheid te worden berecht, is tekortgedaan. Dit kan zich voordoen als verdachte na rechtsgeldige betekening van dagvaarding aan medewerker OM maar voor aanvang van onderzoek ttz. alsnog in BRP is ingeschreven, zonder dat dit rechter bekend was (vgl. HR:2015:3347). Hof heeft met vermelding in p-v van tz. in h.b. dat verdachte “zonder bekende woon- of verblijfplaats hier te lande” is, kennelijk tot uitdrukking gebracht dat van verdachte t.t.v. betekening van dagvaarding in h.b. en onderzoek ttz. in h.b. geen inschrijving in BRP en ook geen (feitelijke) woon- of verblijfplaats bekend was. Uit informatiestaat SKDB-persoon (die aan verstekmededeling van ‘s hofs arrest is gehecht) moet echter worden afgeleid dat verdachte op moment van behandeling van zijn strafzaak in h.b. in BRP al was ingeschreven op adres. Gelet hierop is ‘s hofs oordeel dat van verdachte geen inschrijving in BRP en ook geen (feitelijke) woon- of verblijfplaats bekend was, zodat verstek kon worden verleend tegen niet-verschenen verdachte en met behandeling van zaak kon worden voortgegaan, achteraf bezien onjuist. Volgt vernietiging en terugwijzing.

ECLI:NL:HR:2026:1223Bekijk zaak

Deze index komt uit de open data van de Rechtspraak (uitspraken.rechtspraak.nl). Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd, met een link naar de volledige uitspraak bij de bron. Rechterspagina's zijn een registratie van publicaties, geen beoordeling. Klopt er iets niet?