Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handenPlace4Law
Openbare bron · Rechtspraak.nl

Gepubliceerde uitspraken

Index van openbaar gepubliceerde uitspraken van de Rechtspraak, met het gerecht en de rechters en advocaten die in de uitspraak genoemd worden. Van elke zaak tonen we de metadata en de inhoudsindicatie; de volledige uitspraak lees je bij de bron.

45000uitspraken
2901rechters
Zoeken & filteren
Wis filters

Uitspraken met mr. M.A.C. de Vilder-van Overmeire

12 uitspraken · nieuwste eerst · pagina 1 van 1

Rechtbank Amsterdam13-10-2026

Executie-EAB uit Polen. Overlevering geweigerd op grond van artikel 12 OLW.

ECLI:NL:RBAMS:2026:10063Bekijk zaak
Rechtbank Amsterdam08-10-2026

Vervolgings-EAB uit Polen. Tussenuitspraak. Artikel 6 OLW: Opgeeiste persoon doet een beroep op de gegeven terugkeergarantie. Artikel 11 OLW: de aanvullende informatie roept vragen op over of de gegeven garanties die betrekking hebben op het Poolse remand regime. De rechtbank houdt de behandeling aan om de officier van justitie in de gelegenheid te stellen om een aanvullende vraag te stellen aan de Poolse autoriteiten.

ECLI:NL:RBAMS:2026:10072Bekijk zaak
Rechtbank Amsterdam06-10-2026

Executie-EAB Zweden: Artikel 12 OLW: de weigeringsgrond is niet van toepassing, het verweer wordt verworpen. Het verweer t.a.v. artikel 7, tweede lid OLW is verworpen. De overlevering is toegestaan.

ECLI:NL:RBAMS:2026:10017Bekijk zaak
Rechtbank Den Haag28-09-2026

Grensdetentie art. 6, lid 1, 2 en 6 Vw. Onderduikrisico onvoldoende onderbouwd, beroepen gegrond.

ECLI:NL:RBDHA:2026:29006Bekijk zaak
Rechtbank Amsterdam23-09-2026

Italiaans executie-EAB. Aanvulling op het eerder uitgevaardigde EAB. Afzien van weigeren ten aanzien van art. 12 OLW. Lijstfeit. Afzien van de weigeringsgrond als bedoeld in artikel 13 OLW. Vverlevering geweigerd op grond van artikel 6a. eerste lid, OLW onder gelijktijdige overname van de straf door Nederland. Schorsingsverzoek afgewezen.

ECLI:NL:RBAMS:2026:10091Bekijk zaak
Rechtbank Amsterdam22-09-2026

Executie-EAB Ketland. Tussenuitspraak. Detentieomstandigheden in Liepāja.

ECLI:NL:RBAMS:2026:9797Bekijk zaak
Rechtbank Amsterdam22-09-2026

Executie-EAB Kroatie. Tussenuitspraak. Gelet op de omstandigheid dat er een verzetgarantie is gegeven, is de rechtbank van oordeel dat de verstrekte detentiegarantie onvoldoende zekerheid biedt dat de opgeëiste persoon niet in Zagreb Remand Center wordt geplaatst.

ECLI:NL:RBAMS:2026:9796Bekijk zaak
Rechtbank Den Haag18-08-2026

Bewaring vervolgberoep artikel 6, derde lid Vw. Het grensbewakingsbelang en de beoordeling van mogelijke toepassing van een lichter middel. In dit geval onvoldoende individuele omstandigheden naar voren gekomen. Enkel behoren tot de LHBTIQ+-gemeenschap onvoldoende. Naar het oordeel van de rechtbank is de minister daarnaast niet verplicht om bij elke nieuwe ontwikkeling een kenbare, schriftelijke belangenafweging op te nemen in de M120. Eiseres heeft deze stelling ook niet nader onderbouwd. Geen aanknopingspunten dat de maximaal toegestane duur van de grensdetentie van 13 weken zal worden overschreden en ook ambtshalve toetsing leidt niet tot een ander oordeel. Ongegrond beroep.

ECLI:NL:RBDHA:2026:23169Bekijk zaak
Rechtbank Den Haag18-08-2026

Bewaring vervolgberoep artikel 6, derde lid Vw. Het grensbewakingsbelang en de beoordeling van mogelijke toepassing van een lichter middel. In dit geval onvoldoende individuele omstandigheden naar voren gekomen. Enkel behoren tot de LHBTIQ+-gemeenschap onvoldoende. Naar het oordeel van de rechtbank is de minister daarnaast niet verplicht om bij elke nieuwe ontwikkeling een kenbare, schriftelijke belangenafweging op te nemen in de M120. Eiseres heeft deze stelling ook niet nader onderbouwd. Geen aanknopingspunten dat de maximaal toegestane duur van de grensdetentie van 13 weken zal worden overschreden en ook ambtshalve toetsing leidt niet tot een ander oordeel. Ongegrond beroep.

ECLI:NL:RBDHA:2026:23167Bekijk zaak
Rechtbank Amsterdam12-08-2026

EAB vervolging Kroatië. Tussenuitspraak omdat er geen detentiegarantie was ontvangen.

ECLI:NL:RBAMS:2026:9210Bekijk zaak
Raad van State01-07-2026

Bij besluit van 14 juni 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen en hem meegedeeld dat hij in het Schengeninformatiesysteem (SIS) gesignaleerd wordt. Appellant heeft de Syrische nationaliteit. Hij is geboren op [geboortedatum] 1989. De minister heeft de asielaanvraag van appellant afgewezen, omdat appellant op 11 juni 2012 in Syrië traditioneel is gehuwd met [partner], geboren op [geboortedatum] 1999, en hij dat huwelijk direct heeft geconsummeerd. Dat wil zeggen dat appellant seksuele gemeenschap heeft gehad met zijn huwelijkspartner. Op dit moment verblijven de huwelijkspartner en hun kinderen in Syrië. Het gaat de minister niet om het huwelijk zelf, maar om het feit dat appellant dat huwelijk heeft geconsummeerd met zijn huwelijkspartner die op dat moment dertien jaar oud was. De rechtbank is de minister hierin gevolgd. De Afdeling toetst in deze uitspraak of de rechtbank dat juist heeft gedaan.

ECLI:NL:RVS:2026:3818Bekijk zaak
Rechtbank Den Haag24-10-2024

Uit eisers verklaringen tijdens de asielprocedure blijkt dat hij traditioneel getrouwd is met een minderjarige met wie hij seks heeft gehad toen zij twaalf jaar was. Volgens verweerder heeft eiser daarmee een absoluut niet-politiek misdrijf begaan en is artikel 1F van het Vluchtelingenverdrag op hem van toepassing. Verweerder heeft zijn beoordeling verricht aan de hand van de volgende elementen: 1) de aard van het gepleegde feit/handeling, 2) de omvang van de gevolgen c.q. de schade die is teweeggebracht 3) de strafmaat, 4) internationale (rechterlijke) consensus dat het gepleegde feit is aan te merken als ernstig misdrijf. 5) de gevolgde strafprocedure. De rechtbank is van oordeel dat verweerder daarmee een juiste beoordeling gemaakt en zich terecht en deugdelijk gemotiveerd op het standpunt heeft gesteld dat eiser een ernstig niet-politiek misdrijf heeft gepleegd. Ook is voldaan aan het vereiste van ‘knowing participation’ en kan niet worden gevolgd dat de 1F-tegenwerping disproportioneel is. Ten slotte heeft verweerder aan eiser ook een besluit tot signalering mogen opleggen. Eiser vormt namelijk nog altijd een actuele bedreiging voor de openbare orde. Hij heeft na het gepleegde 1F-misdrijf geen berouw en/of verantwoordelijkheidsbesef getoond.

ECLI:NL:RBDHA:2024:18369Bekijk zaak

Deze index komt uit de open data van de Rechtspraak (uitspraken.rechtspraak.nl). Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd, met een link naar de volledige uitspraak bij de bron. Rechterspagina's zijn een registratie van publicaties, geen beoordeling. Klopt er iets niet?