Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handenPlace4Law
Openbare bron · Rechtspraak.nl

Gepubliceerde uitspraken

Index van openbaar gepubliceerde uitspraken van de Rechtspraak, met het gerecht en de rechters en advocaten die in de uitspraak genoemd worden. Van elke zaak tonen we de metadata en de inhoudsindicatie; de volledige uitspraak lees je bij de bron.

20000uitspraken
2174rechters
Zoeken & filteren
Wis filters

Uitspraken met mr. F.W. Oehlen

3 uitspraken · nieuwste eerst · pagina 1 van 1

Hoge Raad14-07-2026

Doodslag, art. 287 Sr. TBS met dwangverpleging opgelegd. Vordering benadeelde partij t.z.v. vergoeding van affectieschade en oplegging schadevergoedingsmaatregel. Kan b.p. (stiefvader van slachtoffer) worden aangemerkt als “naaste” a.b.i. art. 6:108.4 BW? Uit wetsgeschiedenis blijkt dat wetgever tot uitgangspunt heeft genomen dat kring van personen die recht hebben op vergoeding van affectieschade, beperkt is tot personen die geacht mogen worden zeer nauwe band met slachtoffer te hebben. Ruimere kring van gerechtigden zou volgens wetgever de beheersbaarheid van regeling sterk doen afnemen en onvoldoende zekerheid bieden dat vergoeding alleen wordt betaald in gevallen waarin daadwerkelijk sprake is van ernstig verlies (vgl. HR:2025:1619). Uit vaststellingen van Rb volgt dat b.p. in 1983 als stiefvader deel is gaan uitmaken van gezin waarin toen 13-jarig slachtoffer tot zijn 20e levensjaar opgroeide en dat slachtoffer t.t.v. bewezenverklaard feit in 2021 (“gebeurtenis” a.b.i. art. 6:108.4.e BW) dus niet meer “thuiswonend” was. Rb heeft vervolgens geoordeeld dat stiefouders “naar letter” niet onder de in art. 6:108.4 BW bedoelde personen vallen, maar dat uit de door Rb genoemde motie zou volgen dat stiefouders “dezelfde bedragen ter vergoeding van affectieschade krijgen als biologische ouders”. Op grond hiervan heeft Rb de vordering b.p. tot vergoeding van affectieschade tot € 17.500 toegewezen. Dit (door hof overgenomen) oordeel is ontoereikend gemotiveerd. Daarbij is van belang dat uit overwegingen van Rb onvoldoende kan worden afgeleid op welke in art. 6:108.4 BW vermelde grond en op welke door Rb vastgestelde omstandigheden Rb de toewijzing van vordering b.p. heeft gebaseerd. V.zv. Rb die toewijzing heeft gegrond op art. 6:108.4.c BW geldt dat in deze bepaling de stief- of pleegouder niet is opgenomen. V.zv. Rb die toewijzing heeft gegrond op art. 6:108.4.e BW geldt dat uit vaststellingen van Rb volgt dat b.p. t.t.v. bewezenverklaard feit in 2021 (“gebeurtenis” a.b.i. art. 6:108.4.e BW) al geruime tijd niet meer duurzaam in gezinsverband de zorg voor slachtoffer had. V.zv. Rb die toewijzing heeft gegrond op art. 6:108.4.g BW geldt dat Rb geen nadere feiten heeft vastgesteld over intensiteit, aard en duur van relatie tussen slachtoffer en b.p. die beroep op deze (in wetsgeschiedenis als “hardheidsclausule” aangeduide) bepaling kunnen dragen. Dat uit totstandkomingsgeschiedenis van art. 6:108 BW de wens naar voren komt dat (zoals t.a.v. pleegouders uiteindelijk ook is vastgelegd in de in art. 6:108.3 BW bedoelde algemene maatregel van bestuur) ouders en stiefouders, als wet aan hen aanspraak geeft op vergoeding van affectieschade, aanspraak kunnen maken op bedragen van gelijke hoogte, maakt dit alles niet anders. Voorgaande brengt mee dat ook oplegging van de in art. 36f Sr voorziene maatregel niet in stand kan blijven (vgl. HR:2019:901). Mede gelet op wat hiervoor is overwogen, moet worden aangenomen dat hernieuwde behandeling van zaak na vernietiging door HR om uitsluitend hierover opnieuw te oordelen, onevenredige belasting van strafgeding a.b.i. art. 361.3 Sv zou opleveren. HR zal daarom bepalen dat vordering b.p. n-o is en dat b.p. deze slechts bij burgerlijke rechter kan aanbrengen. Volgt (partiële) vernietiging (zonder terugwijzing) t.a.v. vordering b.p. en oplegging van schadevergoedingsmaatregel. CAG (strekking): (partiële) vernietiging en terugwijzing t.a.v. vordering b.p. en oplegging van schadevergoedingsmaatregel.

ECLI:NL:HR:2026:1264Bekijk zaak
Rechtbank Limburg18-02-2026

Beschikking zorgmachtiging

ECLI:NL:RBLIM:2026:2038Bekijk zaak
Rechtbank Limburg13-03-2024

De verdachte is veroordeeld tot een gevangenisstraf van 11 jaar en tbs met dwangverpleging voor doodslag op zijn ex-vriendin. De verdachte heeft minutenlang met kracht de keel van zijn ex-vriendin dichtgeknepen waardoor zij niet meer kon ademen en is overleden. De rechtbank acht niet bewezen dat de verdachte heeft gehandeld met voorbedachten rade. De rechtbank acht het door de verdachte geschetste alternatieve scenario volstrekt ongeloofwaardig en niet aannemelijk. De rechtbank gaat er wel van uit dat de verdachte verminderd toerekeningsvatbaar is. De rechtbank wijst de vorderingen van de benadeelde partijen toe, waaronder de door hen gemaakte reiskosten/proceskosten.

ECLI:NL:RBLIM:2024:1191Bekijk zaak

Deze index komt uit de open data van de Rechtspraak (uitspraken.rechtspraak.nl). Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd, met een link naar de volledige uitspraak bij de bron. Rechterspagina's zijn een registratie van publicaties, geen beoordeling. Klopt er iets niet?