Gepubliceerde uitspraken
Index van openbaar gepubliceerde uitspraken van de Rechtspraak, met het gerecht en de rechters en advocaten die in de uitspraak genoemd worden. Van elke zaak tonen we de metadata en de inhoudsindicatie; de volledige uitspraak lees je bij de bron.
Uitspraken met mr. W.J. Poot
7 uitspraken · nieuwste eerst · pagina 1 van 1
De rechtbank komt tot het oordeel dat de minister terecht heeft gesteld dat eiser in de periode van 20 oktober 2023 tot 21 november 2023 niet een formeel beperkt verblijfsrecht had. Verder komt de rechtbank tot het oordeel dat de minister onvoldoende gemotiveerd heeft uitgelegd waarom de uitvoering en toepassing van het beleid na 2023 is aangepast, en dat de minister onvoldoende gemotiveerd is ingegaan op het beroep van eiser op het gelijkheidsbeginsel. Tot slot heeft de minister eiser ten onrechte niet gehoord in de bezwaarprocedure. Daarom bevat het bestreden besluit motiverings- en zorgvuldigheidsgebreken en vernietigt de rechtbank dat besluit. Het beroep is daarom gegrond. De rechtbank ziet geen aanleiding om de rechtsgevolgen van het vernietigde bestreden besluit in stand te laten. Dit betekent de minister opnieuw op het bezwaar van eiser dient te beslissen.
De rechtbank komt tot het oordeel dat de minister terecht heeft gesteld dat eiser in de periode van 20 oktober 2023 tot 21 november 2023 niet een formeel beperkt verblijfsrecht had. Verder komt de rechtbank tot het oordeel dat de minister onvoldoende gemotiveerd heeft uitgelegd waarom de uitvoering en toepassing van het beleid na 2023 is aangepast, en dat de minister onvoldoende gemotiveerd is ingegaan op het beroep van eiser op het gelijkheidsbeginsel. Tot slot heeft de minister eiser ten onrechte niet gehoord in de bezwaarprocedure. Daarom bevat het bestreden besluit motiverings- en zorgvuldigheidsgebreken en vernietigt de rechtbank dat besluit. Het beroep is daarom gegrond. De rechtbank ziet geen aanleiding om de rechtsgevolgen van het vernietigde bestreden besluit in stand te laten. Dit betekent de minister opnieuw op het bezwaar van eiser dient te beslissen.
Eiser is medepleger van de door de onderneming begane overtreding van artikel 2:96 van de Wft (verlenen van beleggingsdiensten in Nederland zonder de daartoe benodigde vergunning van de AFM). De rechtbank heeft het boetebedrag gematigd vanwege bijzondere omstandigheden gelegen in de opstelling van eiser na het verdwijnen van de onderneming, de evenredigheid in het algemeen en overschrijding van de redelijke termijn.
Eiser is medepleger van de door de onderneming begane overtreding van artikel 2:96 van de Wft (verlenen van beleggingsdiensten in Nederland zonder de daartoe benodigde vergunning van de AFM). De rechtbank heeft het boetebedrag gematigd vanwege bijzondere omstandigheden gelegen in de opstelling van eiser na het verdwijnen van de onderneming, de evenredigheid in het algemeen en overschrijding van de redelijke termijn.
Eiser is medepleger van de door de onderneming begane overtreding van artikel 2:96 van de Wft (verlenen van beleggingsdiensten in Nederland zonder de daartoe benodigde vergunning van de AFM). De rechtbank heeft het boetebedrag gematigd vanwege bijzondere omstandigheden gelegen in de opstelling van eiser na het verdwijnen van de onderneming, de evenredigheid in het algemeen en overschrijding van de redelijke termijn.
Financieel toezicht. Beroep tegen een bestuurlijke boete wegens overtreding van artikel 4:34, tweede lid, van de Wft. De AFM heeft 10 van de 164 dossiers onderzocht en geconstateerd dat er in elk geval in de onderzochte dossiers een kredietovereenkomst is aangegaan die met het oog op overkreditering niet verantwoord was. Er is geen sprake van schending van het nemo tenetur-beginsel. De rechtbank ziet wel aanleiding om de boetehoogte te matigen. Beroep gegrond voor zover het de hoogte van de boete betreft.
Financieel Toezicht. De AFM heeft de vergunning van eiseres ingetrokken, omdat zij geen adequaat beleid heeft gevoerd dat een integere uitoefening van haar bedrijf waarborgde en dat zij daarmee artikel 4:11, tweede lid, van de Wft heeft overtreden. Er hebben zich namelijk meerdere incidenten voorgedaan die een ernstig gevaar vormen voor de integere bedrijfsuitoefening. De AFM verwijt aan eiseres onder meer dat zij deze incidenten niet (tijdig) gemeld, ontoereikende procedures en maatregelen voor de omgang met incidenten heeft vastgesteld en onvoldoende maatregelen heeft genomen om herhaling te voorkomen. De rechtbank komt tot de conclusie dat de AFM terecht heeft aan eiseres heeft verweten dat zij artikel 4:11, tweede lid, van de Wft heeft overtreden. De rechtbank is echter van oordeel dat intrekking van de vergunning van eiseres onder de gegeven omstandigheden niet noodzakelijk is. Niet wordt ingezien dat een minder ingrijpende maatregel niet zou volstaan. Het beroep is gegrond.
Deze index komt uit de open data van de Rechtspraak (uitspraken.rechtspraak.nl). Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd, met een link naar de volledige uitspraak bij de bron. Rechterspagina's zijn een registratie van publicaties, geen beoordeling. Klopt er iets niet?
