Gepubliceerde uitspraken
Index van openbaar gepubliceerde uitspraken van de Rechtspraak, met het gerecht en de rechters en advocaten die in de uitspraak genoemd worden. Van elke zaak tonen we de metadata en de inhoudsindicatie; de volledige uitspraak lees je bij de bron.
Uitspraken met mr. J.W.M. Hagelaars
6 uitspraken · nieuwste eerst · pagina 1 van 1
Deze uitspraak gaat over de bestuurlijke boete van € 467.180,- die DNB aan eiseres heeft opgelegd en over de publicatie van het boetebesluit en van de beslissing op het bezwaar van eiseres tegen het boetebesluit. Naar het oordeel van de rechtbank heeft DNB terecht een overtreding van het verbod op vroegtijdige dienstverlening door eiseres vastgesteld, omdat eiseres zes tekortkomingen niet heeft bestreden en omdat DNB 25 van 31 wel bestreden tekortkomingen buiten redelijke twijfel heeft aangetoond. In dat verband oordeelt de rechtbank dat een digitaal DVD in verschillende digitale systemen en bestanden mag worden opgeslagen, zolang daartussen maar een duidelijk koppeling is gemaakt, dat uit de Wtt 2018 en wetsgeschiedenis niet blijkt dat beheersmaatregelen in het integriteitrisicoprofiel moeten worden opgenomen en dat een transactieprofiel moet worden opgesteld waarin vastligt hoe een trustkantoor de transacties monitort. Andere oordelen van de rechtbank zijn dat de legitieme bron van het vermogen niet kan worden vastgesteld als niet eerst de herkomst daarvan is vastgesteld, dat onder bepaalde omstandigheden de herkomst en legitieme bron van het vermogen op basis van geconsolideerde jaarrekeningen kan worden vastgesteld en dat het onredelijk is om van een trustkantoor te verlangen dat het een oud document boven tafel krijgt om de herkomst en de legitieme bron van het vermogen vast te stellen als die herkomst en bron ook uit andere stukken voldoende kunnen worden afgeleid. Verder oordeelt de rechtbank dat de vermogenspositie van de pseudo-UBO zoveel mogelijk met zekerheid moet worden vastgesteld, dat een trustkantoor niet in staat is om een voortdurende controle te verrichten als het niet eerst een integriteitrisico- en transactieprofiel heeft opgesteld en dat alleen een kopie van een paspoort niet voldoende is om de identiteit van een persoon te verifiëren. Naar het oordeel van de rechtbank mocht DNB voor deze overtreding aan eiseres een boete opleggen. Het opleggen van deze boete is in het geval van eiseres evenredig en de rechtbank is niet gebleken dat DNB heeft toegezegd dat zij geen boete zou opleggen. Daar komt bij dat het hier om een ernstige en verwijtbare overtreding van een kernbepaling van de Wtt 2018 gaat en dat DNB de overtreding van het verbod op vroegtijdige dienstverlening terecht als doorlopende overtreding heeft aangemerkt. Wel ziet de rechtbank reden om de boete te verlagen vanwege de door eiseres doorgevoerde veranderingen in haar bedrijfsvoering en de door haar geleverde inspanningen en getoonde aanpassingsbereidheid om aan de wet te voldoen. De rechtbank is gelet hierop van oordeel dat sprake is van een gemiddelde mate van verwijtbaarheid en volgt de door DNB toegepaste verhoging van 25% in verband met de mate van verwijtbaarheid van de overtreding dan ook niet. Verder is de rechtbank van oordeel dat het publicatiebesluit rechtmatig is, dat DNB in het persbericht de lakinstructie juist heeft toepast en dat het persbericht niet de indruk wekt dat het cliëntenonderzoek van eiseres in het algemeen en tot de dag van vandaag niet aan de wettelijke vereisten voldoet. Daarnaast is de rechtbank van oordeel dat de Engelstalige versie van het persbericht een wettelijke basis heeft en niet onredelijk bezwarend is. Tot slot is de rechtbank van oordeel dat het besluit tot publicatie van de beslissing op bezwaar geen stand houdt. DNB had bij haar besluit om de beslissing op bezwaar te publiceren de gronden uit het aanvullende beroepschrift moeten meenemen en zij had de lakinstructie van de voorzieningenrechter moeten toepassen. De rechtbank draagt DNB op om met inachtneming van deze uitspraak een nieuw besluit te nemen over de publicatie van de beslissing op bezwaar.
Geen schending van beginselen van hoor en wederhoor en equality of arms. Bewijs dat vordering buiten invordering is gesteld is niet geleverd.
Deze uitspraak gaat over een door de minister aan de gemeente en het Havenbedrijf opgelegde gedoogplichtbeschikking. De rechtbank komt in de uitspraak tot het oordeel dat aan de voorwaarden van artikel 10.11 van de Ow om een gedoogplichtplicht op te mogen leggen is voldaan. Na afweging van de belangen komt de rechtbank tot het oordeel dat de verplichting tot het gedogen van de aanleg en instandhouding van de ondergrondse hoogspanningsverbinding in stand kan blijven.
Gedoogplicht. Omgevingswet. Artikel 10.11 van de Ow. Einduitspraak na tussenuitspraak. Deze uitspraak gaat over een door de minister aan de gemeente opgelegde gedoogplichtbeschikking. Op verzoek van Tennet heeft de minister aan de gemeente een gedoogplicht opgelegd met betrekking tot de aanleg en instandhouding van twee 150kV-hoogspanningsverbindingen (inlussing [locatie]) in de gemeente Amsterdam. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de minister er niet in is geslaagd te motiveren dat het belang van TenneT zo zwaar weegt dat hij heeft kunnen besluiten om aan de gemeente de verplichting op te leggen om onder alle omstandigheden en permanent de aanwezigheid van de twee hoogspanningsverbindingen te gedogen. Deze uitspraak is gerectificeerd.
volgt z.s.m.
Bij besluit van 10 juli 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Nieuwkoop aan Liander N.V. een vergunning verleend voor het plaatsen van een transformatorstation nabij de [locatie] in Zevenhoven. Deze zaak gaat over een transformatorstation dat door Liander N.V. is aangelegd in Zevenhoven, in de gemeente Nieuwkoop. Liander N.V. heeft voor het plaatsen van het transformatorstation op 29 juni 2020 "onder protest" een aanvraag om een vergunning ingediend. Zij is namelijk van mening dat deze activiteit vergunningvrij is. Hoewel deze aanvraag bij besluit van 10 juli 2020 door het college werd ingewilligd, is Liander N.V. daarom toch tegen dit besluit in bezwaar gegaan. Nadat dit bezwaar bij besluit van 9 december 2020 ongegrond is verklaard, is Liander N.V. daartegen in beroep gegaan. De rechtbank heeft geoordeeld dat de vergunningplicht die door artikel 5, eerste lid, van de Algemene Verordening Kabels en Leidingen gemeente Nieuwkoop 2020 in het leven is geroepen, geen onaanvaardbare doorkruising van het systeem van vergunningsvrij bouwen van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en het Besluit omgevingsrecht oplevert.
Deze index komt uit de open data van de Rechtspraak (uitspraken.rechtspraak.nl). Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd, met een link naar de volledige uitspraak bij de bron. Rechterspagina's zijn een registratie van publicaties, geen beoordeling. Klopt er iets niet?
